`Sommige organisaties lijken op concentratiekampen'

Het is goed mogelijk dat de gemiddelde Amerikaan volgend jaar denkt dat slijmbal synoniem is voor zakenman. Natuurlijk is dat een stereotype, schrijft het Amerikaanse tweewekelijkse zakenblad Fortune, maar als een stereotype eenmaal vastligt, blijft dat zo tot het vervangen wordt door een nieuwe. En dat kan eventjes duren. Daarom meent het blad dat de komende strafprocessen tegen diverse topmanagers, al dan niet nog in functie, ,,slecht nieuws zijn voor het bedrijfsleven''. Want gespecialiseerde tijdschriften als Fortune zelf mogen dan wel nuances willen aanbrengen in het beeld van de zakenman, maar algemene bladen en andere media doen die moeite niet.

Tussen februari en mei beginnen de processen tegen Dennis Kozlowski, voormalig topman van Tyco, Scott Sullivan, de vroegere financiële topman van Worldcom, John Rigas, de oprichter van Adelphia, en Andrew Fastow, financieel directeur bij Enron, en zijn echtgenote Lea. Het laatste proces leidt volgens het blad regelrecht naar de voormalige top van Enron, Ken Lay en Jeff Skilling.

Het Amerikaanse weekblad BusinessWeek betwijfelt of dat zal lukken. Want volgens het blad is het bewonderenswaardig hoe topmanager Skilling op de valreep het zinkende schip verliet. ,,Twee maanden voor Enron in elkaar stortte, stopte hij met het verkopen van aandelen en opties en verliet de onderneming. Hij gebruikte nauwelijks

e-mail. Zijn handtekening is onopvallend, niet erg karakteristiek, en ontbreekt op veel papieren die belastend zijn voor financieel directeur Fastow.'' Ook de handtekening van bestuursvoorzitter Ken Lay ontbreekt op de contracten die in het geding zijn. Dat is niet zo gek, meent het blad, omdat Lay niet betrokken was bij de dagelijkse gang van zaken in de onderneming.

Parmalat is voor Europa wat Enron was voor de VS, meent het Britse weekblad The Economist. Net als in het vergelijkbare schandaal bij Enron is de aandacht van de onderzoeksrechters gefixeerd op de controlerende accountants, Grant Thornton en Deloitte & Touche. Hun grootste fout is volgens het blad dat ze verzuimden te vragen hoe het mogelijk was dat een onderneming met zoveel geld toch ook nog zoveel moest lenen. Het blad legt uit dat de Europese wet- en regelgeving op het gebied van accountancy en het toezicht erop veel warriger, veel minder streng, en vooral veel vrijblijvender is dan die in de VS.

Als voorbeeld noemt het blad de aanbevelingen van de commissie Cromme die in Duitsland de zogenaamde Kodex formuleerde. De meeste aanbevelingen zijn vrijblijvend. En dat wil zeggen dat de bestuursvoorzitters en topmanagers van Duitse bedrijfsleven alle aanbevelingen uitvoeren, maar negeren wat hun niet bevalt. Zo blijven ze weigeren om openheid van zaken te geven over hun eigen individuele inkomen. Het blad spreekt met waardering over de voorstellen van EU-commissaris Frits Bolkestein over het toezicht op het reilen en zeilen van de sector accountancy in de lidstaten.

Managers die steeds meer e-mailen, telefoneren, vergaderen en reizen zijn rijp voor de psychiater. Dat komt volgens het Duitse maandblad Manager Magazin doordat er een grens is aan de flexibiliteit van de gemiddelde manager, en aan het vermogen om permanent klaar te staan voor elke denkbare vernieuwing. Daarom, schrijft het blad, hebben persoonlijke coaches en trainers de handen vol om managers die ziek zijn van hun werk er weer boven op te helpen. De behandeling van deze psychosomatische klachten kost volgens het blad 6 miljard euro per jaar, alleen al in Duitsland.

Het probleem is dat de gemiddelde manager buiten de behandelkamer zwijgt als het graf over zijn problemen teneinde zijn ,,heroïsche zelfbeeld'' in stand te houden. Daar komt bij dat de top van veel bedrijven en instellingen de mond vol heeft over de noodzaak van ondernemingszin bij de lagere managers en de medewerkers, maar weigert om de macht af te staan die nodig is om ondernemingszin in de praktijk waar te maken.

Ook de top van het bedrijfsleven tobt met een onwerkelijk zelfbeeld, zegt Manfred Kets de Vries in gesprek met het Amerikaanse tweemaandelijkse managementvakblad Harvard Business Review. Kets de Vries is als hoogleraar verbonden aan Insead, Frankrijks meest gerenommeerde managementopleiding, en heeft als praktiserend psycho-analyticus talloze topmanagers bij zich op de bank gehad.

Topmanagers gedragen zich veel minder rationeel dan ze zelf willen doen geloven. Integendeel, irrationeel gedrag in organisaties is normaal. Maar alleen op de bank van de psychiater willen ze nog wel eens bewust worden van hun narcisme en erkennen dat ze zichzelf diep in hun hart eigenlijk een oplichter vinden.

Op zichzelf heeft een leider een beetje narcisme nodig, meent Kets de Vries, want het is de motor van leiderschap. Maar het probleem is dat het narcisme van de baas latente gevoelens van narcisme bij zijn ondergeschikten losmaakt. En die manoeuvreren zich daarmee in een kwetsbare positie, en schikken zich in kritiekloze gehoorzaamheid. Daarom zijn sommige organisaties volgens Kets de Vries zo onveilig dat ze lijken op concentratiekampen. Gezonde leiders zijn zij die hun eigen waanzin erkennen. George Bernard Shaw zei het al: ,,We hebben een paar gekken nodig. Kijk maar eens wat de gezonde mensen ons hebben gebracht.''