Partners in leerlingenzorg

Over een paar jaar mogen basisscholen zelf weten hoe ze hun geld besteden. Op de markt van de leerlingbegeleiding zijn al grote bewegingen zichtbaar.

PARTICULIERE onderwijsadviesbureau's staan te trappelen om basisscholen te begeleiden. Nu zijn basisscholen voor specialistische onderwijskundige ondersteuning nog grotendeels aangewezen op onderwijsbegeleidingsdiensten – meestal geprivatiseerde gemeentediensten. Een school krijgt `uren' toebedeeld bij de lokale begeleidingsdienst. Vanaf het schooljaar 2006-2007 gaat dat veranderen. Dan krijgen scholen veel meer autonomie in de besteding van hun budget, dan krijgen ze `lumpsum-financiering'.

Vaak zijn nu de uren bij de begeleidingsdienst al op voor het schooljaar voorbij is, terwijl er nog genoeg leerlingen te testen zijn of er eigenlijk nog een wel een nascholing van het team nodig is. ``In de praktijk kunnen wij per jaar ongeveer zes kinderen laten toetsen'', vertelt Aske Janbroers-Otjes, directeur van de Montessorischool Nieuw Vreugd en Rust in Leidschendam (300 leerlingen). ``Als er meer kinderen met problemen zijn moeten die wachten op het nieuwe schooljaar en we weer nieuwe uren krijgen.'' Met het risico dat van uitstel afstel komt: 'nieuwe' probleemkinderen die voorgaan, ten koste van leerlingen met minder grote problemen.

De nieuwe regeling maakt aan deze rantsoenering een einde, scholen kunnen dan naar believen schuiven met de verschillende budgetten. ``Het is goed dat basisscholen meer autonomie krijgen'', zegt Jacqueline Jurna, directeur van het Haags Centrum voor Onderwijsbegeleiding (HCO), ``omdat zij zelf het beste kunnen bepalen wat zij nodig. Maar ook dan blijft het een geldkwestie. Nu zijn de uren op, straks is het geld op.'' Daar kunnen de veelal kleine particuliere bureau's dus handig op inspelen. Want zij zijn over het algemeen goedkoper dan de onderwijsbegeleidingsdiensten. Scholen maken nu al geld vrij om een en ander eens uit te proberen.

Voor basisschool De Schakel in Den Haag was het lage prijsniveau aanleiding om een proefproject te gaan starten met een particulier bureau: Groos Orthopedagogie. Intern Begeleidster Hélène van Blerk: ``Bij hem kan ik twee leerlingen laten testen tegen één bij het HCO.'' De school heeft – in overleg met ouders en leerkrachten – uit eigen middelen twee kinderen laten testen bij het bureau en gaat dat in februari evalueren. En zo zijn er meer scholen, vertelt Arnold Groos in zijn pand aan de Haagse Statenlaan dat hij begin januari betrok. ``Wij hebben op dit moment contacten met twaalf scholen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs voor wie we op proef leerlingen toetsen.'' Een verrassende ontwikkeling, vindt hij zelf. ``Ik ben in mei van huis uit begonnen met mijn bureau, alleen, als orthopedagoog voor de particuliere markt. Toen ik folders had laten drukken en een website had gelanceerd, had ik een dag later al zes aanvragen om kinderen te testen en werd ik gebeld of ik ook onderzoek deed op scholen. Zo is het balletje gaan rollen. Ik heb nu 14 mensen werken.''

``Mijn bureau ligt de laatste tijd vol met folders van particuliere bureau's die hun diensten aanbieden'', zegt schooldirecteur Janbroers. De meeste verwijst zij vooralsnog naar de prullenbak. ``Ik ben van plan trouw te blijven aan mijn begeleidingsdienst. Als je tevreden bent en je hebt een jarenlange band opgebouwd – waardoor een begeleidingsdienst ook een goed inzicht heeft in de mogelijkheden en onmogelijkheden van een school – vind ik het een gebrek aan solidariteit om weg te gaan.''

Janbroers gaat ervan uit dat de begeleidingsdiensten om te overleven mee zullen gaan in de lagere prijzen van de particuliere bureaus en dat ze hun diensten zullen flexibiliseren. ``Nu is het zo dat als ik een kind wil laten testen het altijd een uitgebreid standaardpakket van toetsen krijgt voorgelegd. Maar als ik een kind met het Syndroom van Down heb, is een intelligentietest niet nodig. Ze moeten dus soepeler worden.''

Dat beaamt Herman Wieberdink, psycholoog bij onderwijsadviesbureau Giralis in Ede en aangesloten bij EDventure, de vereniging van onderwijsbegeleidingsdiensten. ``Van oudsher werkten de begeleidingsdiensten erg aanbodgericht, maar inmiddels is of wordt overal de omslag gemaakt naar vraaggericht werken.''

HCO-directeur Jurna juicht wat meer concurrentie toe. ``Dat beperkt de mogelijkheden van het onbeperkt neerzetten van een prijs.'' Toch zal het HCO niet gaan stunten met de prijzen. ``Wij zijn al de goedkoopste onderwijsbegeleidingsdienst van Nederland. Nee, scholen die met ons in zee gaan – en wij hebben de afgelopen jaren een omzetstijging van 40% gehad – doen dat vanwege het totale pakket dat wij kunnen bieden. Wij zijn voor scholen een echte partner in de leerlingenzorg. Wij kunnen diagnosticeren en behandelingen opstellen die specifiek op die school met dat leersysteem en bij die leerkracht goed werken. Natuurlijk zullen er scholen zijn die vanwege de prijs overstappen naar een particulier bureau. You win some, you loose some.''

Voor Jurna is haar, zoals ze het zelf noemt, ``maatschappelijke opdracht'' maatgevend. ``Wij hebben geen aandeelhouders die we tevreden moeten stemmen. `Winst' stoppen we in meer onderzoek. Ik houd dan ook niet van deze wij-zij verhalen, het HCO versus de particuliere bureau's. Ik heb het liever over `wij samen'. Want wij barsten hier van de kinderen die zorg nodig hebben en behandeld moeten worden.''