Nederlanders zijn blind voor hun beperkingen

Bijna veertig jaar geleden kwam ik uit Duitsland naar een kleine plaats in Drenthe, Meppel. Soms had ik het gevoel dat de Tweede Wereldoorlog hier nog niet voorbij was. Na tien jaar zei een negenjarig buurmeisje nog meerdere malen `mof' tegen mij. Een kind uit een keurig gezin: elke zondag naar de kerk en bijzonder onderwijs. Hoe de ouders zich gedroegen, is voorstelbaar, en zij zijn bepaald niet de enigen. Hierin is weinig veranderd.

In april van elk jaar beginnen de kranten weer te schrijven over de oorlog van vijftig jaar geleden, en de toon geeft geen blijk van een gezonde verwerking van het verleden. Internationaal ligt dit anders: de Duitse bondskanselier wordt uitgenodigd om de landing in Normandië mee te gedenken. Nederlanders kunnen niet relativeren. Het is een klein land: de deelstaat NoordrijnWestfalen, waar wij in het oosten aan grenzen, heeft 16 miljoen inwoners en is wat oppervlakte betreft groter.

Nederlanders zien hun beperkingen niet en zullen nog problemen krijgen met de kleinschaligheid.