Nederland vreest Poolse salade niet

Polen moet een inhaalslag maken om straks na toetreding tot de Europese Unie concurrende producten te maken. Op de expositie Grüne Woche in Berlijn was het dit jaar gastland.

Het is een soort ravioli, maar dan zachter. Meelzakjes, gevuld met vlees, paddestoelen of zelfs aardbeien. ´Pirogie' heten ze. Temidden van de coppa-ham uit Italië, kangoeroe-goelash uit Australië en talloze andere lekkernijen, moeten ze de aandacht trekken van het voorbijslenterende publiek.

Aan Ilona en Monicka zal het niet liggen. Onvermoeibaar proberen de goedlachse meisjes de Poolse lekkernij aan de voorbijgangers te slijten, en het lukt aardig. ,,Guten Tag, wollen Sie vielleicht mal ein Pirogie probieren?''

Het is weer Grüne Woche in Berlijn, en dat betekent veel, heel veel eten. Wat in 1926 begon als een bescheiden landbouwtentoonstelling, is uitgegroeid tot een internationaal schransfestijn. Ruim 1600 exposanten uit 60 landen presenteren er hun beste producten, en een half miljoen bezoekers komen ze bewonderen. En eten natuurlijk.

Polen staat dit jaar als officieel `Gastland' in het centrum van de belangstelling. Polen treedt in mei samen met negen andere landen toe tot de Europese Unie, en is een groot buurland van Duitsland. De kater van de mislukte top over de Europese grondwet is even vergeten, er worden verzoenende woorden gesproken over herwonnen vrijheid en `gute Nachbarschaft'. Consequentie is wel dat de rondgang langs de stands door de Duitse minister van Landbouw Künast niet bij Nederland begint, zoals gebruikelijk, maar bij Polen. Er is een compromis gevonden: Künast wordt bij haar wandeling vergezeld door minister Veerman, die zich hiervoor met zwarte gleufhoed heeft uitgedost. De beide ministers worden omstuwd door cameraploegen en journalisten.

Het lidmaatschap van de EU betekent voor Polen en de andere nieuwe toetreders vrije toegang tot de grootste consumentenmarkt ter wereld. Maar dat gaat niet zonder pijn. Veertigduizend pagina's aan Europese richtlijnen zijn de afgelopen jaren ingevoerd, op gebieden als voedselveiligheid, bedrijfsvoering en deugdelijke administratie van het grondbezit. Veel Oost-Europese boeren lopen bovendien tientallen jaren achter op hun Franse, Britse of Nederlandse collega's. De bedrijfjes zijn klein, het werk wordt vaak met paard en ploeg gedaan, en de `export' gaat meestal naar het naastgelegen dorp.

De deelnemers aan de Grüne Woche behoren tot de categorie die wel kansen heeft om de harde concurrentiestrijd te overleven. Neem Jawo bijvoorbeeld, de producent van de pirogie. Verkoopmanager Renata Kasprzycka vertelt hoe hard ze de afgelopen jaren hebben gewerkt om aan alle internationale eisen te voldoen, en hoe moeilijk dat soms was. ,,Mensen...'' - ze zoekt even naar woorden en begint dan te schaterlachen: ,,....maken soms zulke domme fouten!'' Uit haar relaas blijkt dat het een moeizame exercitie om de 200 werknemers schoner en vooral ordelijk te laten werken. Maar uiteindelijk is het toch gelukt. Trots wijst Kaprzucka naar het HACCP-voedselveiligheidscertificaat dat aan de muur hangt. Nu zijn er geen exportbelemmeringen meer. Niet dat ze verwacht dat de Europeanen massaal aan de pirogie gaan. ,,Maar we breiden langzaam uit, vooral naar steden waar veel Poolse en Russische emigranten wonen. In Duitsland, Engeland en ook de Verenigde Staten.''

De buren van Sokolow S.A. pakken het wat grootschaliger aan. Dit bedrijf is ontstaan uit een fusie van vijf vleesbedrijven, en is inmiddels de grootste vleesproducent van Polen. Vice-president Cezary Domagalski wil de export dit jaar verdubbelen en hij heeft er alle vertrouwen in dat dit gaat lukken. Hij benadrukt dat de gemeenschappelijke markt geen éénrichtingsverkeer is. ,,Onze concurrenten zullen ook naar Polen komen. Ik moet erkennen dat ze beter voorbereid zijn op onze markt, dan wie op die op hen.'' De sterke positie van vooral Fransen en Duitse supermarkten in Polen geeft de buitenlanders een extra voordeel. Niettemin is hij optimistisch. De worsten van Sokolow kunnen volgens hem iedere vergelijking doorstaan. Dat geldt op het eerste gezicht minder voor de zuivelproducten bij een naburige stand. En van de bakken rauwkostsalade zullen Nederlandse groenteverwerkingsbedrijven waarschijnlijk evenmin wakker liggen.

Albert Vermüe, adjunctdirecteur Internationale Zaken van het ministerie van Landbouw, is ook niet zo bang voor een vloedgolf van Poolse producten. ,,De Polen zijn sterk in champignons en buitengroenten. Dat zijn arbeidsintensieve producten. Die maken zij dus goedkoper dan wij. Maar voorlopig hebben we nog een groot handelsoverschot met Polen en dat zie ik met de toetreding eerder groter dan kleiner worden.''