Kritiek op Ondernemingskamer

De samenstelling van de Ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam deugt niet. Een kwart van de deskundigen die mede rechtspreken, de zogenoemde raden, is financieel verbonden aan een van de vier grote accountantskantoren in Nederland, zegt Pieter Lakeman van de Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie (SOBI).

Lakeman vindt dit niet gewenst, omdat in veel zaken die deze `bedrijvenrechtbank' onderzoekt het werk van accountants wordt beoordeeld. Lakeman heeft de voorzitter van de Ondernemingskamer, mr. J. Willems, gevraagd een eind aan de belangenverstrengeling te maken. Willems zegt dat niet van plan te zijn.

Lakeman constateert dat steeds vaker blijkt dat accountants hun werk niet goed doen of direct bij fraude betrokken zijn. Slechts vier grote accountantskantoren controleren de jaarrekeningen van de 25 bedrijven van de AEX-beursindex. Drie van die kantoren hebben een bestuurder, partner of vennoot in de Ondernemingskamer.

Willems ziet geen grond voor de suggestie dat een accountant niet onafhankelijk zou zijn, omdat hij bij een groot kantoor werkt. ,,Men spreekt niet voor eigen belang. Ik begrijp niet hoe hij erbij komt. We zouden dat direct in de gaten hebben'', aldus Willems.

Sobi kreeg vorig jaar gedaan dat een van de raden, P. Wortel, zich moest terugtrekken als deskundige omdat zijn kantoor, Ernst & Young, in een andere zaak door SOBI bedreigd wordt met een schadeclaim van 25 miljoen euro. Lakeman wijst erop dat hij verschillende zaken heeft lopen bij de Ondernemingskamer, waarbij hij steeds accountants van dezelfde firma's tegenkomt. ,,Ook de schijn tegen is geen reden om er iets aan te veranderen als die schijn geen grond heeft'', stelt Willems.