`Ik verafschuw geweld op toneel'

In München maakt regisseur Johan Simons het bloedige `Anatomie Titus' zonder geweld te tonen. ,,Waarom moeten we op toneel naar gruwelijke moorden kijken?''

,,Johan, sla jij nog wel eens iemand op de bek?'' vroeg de gevierde Duitse decorontwerper Bert Neumann aan Nederlandse toneelregisseur Johan Simons. Het duo werkte in het Schauspielhaus van München aan een enscenering van Anatomie Titus van Heiner Müller, een extreem gewelddadig toneelstuk. Nee, moest Simons bekennen. Hij sloeg nooit iemand op de bek. Niet alleen dat; hij kénde zelfs niemand die ooit geweld gebruikte: ,,We zitten allemaal in een stoel te denken en we doen niets. Geweld kennen we alleen van tv, film en theater.''

Anatomie Titus (1985) is een bewerking van Shakespeares vroege splatter-stuk over de bloedige ondergang van de Romeinse veldheer Titus Andronicus en zijn familie aan het keizerlijk hof. Hoogtepunt is de verkrachting van Titus' dochter waarbij haar handen en tong worden afgehakt. Simons: ,,Hoe konden we bereiken dat het chique, geweldloze Münchner toneelpubliek zich toch zou identificeren met Romeinse barbaren met losse handjes? Ik besloot dat er helemaal geen geweld op het toneel te zien moest zijn. Niets. De gewelddadigheden worden alleen beschréven. Want dat kent iedereen: het fantaséren dat je de man die voordringt bij de bakker een hengst verkoopt.''

Johan Simons is een van de zeer weinige Nederlandse toneelregisseurs die een internationale carrière onderhoudt. Deze voert hem vooral naar Duitsland. Zijn groep ZT Hollandia toert er geregeld; zijn toneelstuk De val van de Goden staat al zes jaar op het Europese repertoire; hij is vaste gast op Gerard Mortiers festival Ruhr-Triënnale; de komende jaren maakt hij een reeks opera's voor l'Opéra National de Paris; in Zürich maakt hij een nieuwe bewerking van Houellebecqs roman Elementaire deeltjes.

Met het decor van Anatomie Titus in München wilde ontwerper Bert Neumann de identificatie voor het Münchner publiek wat makkelijker maken door op het podium de tribune van groene stoelen in de zaal te spiegelen. De acteurs zitten in avondkleding op hun tribune naar het publiek te kijken, zoals het publiek naar hen kijkt. Het zaallicht blijft branden, om het ongemak nog wat op te voeren. Boven de tribune zie je beelden van bewakingscamera's die buiten de Mercedessen van het publiek in de gaten houden. Simons: ,,Het Schauspielhaus staat in een hele dure buurt. Dus liet ik tussen de auto's wat acteurs rondscharrelen die eruit zagen als allochtonen of Oost-Europeanen. Zo nu en dan keken ze in een autoruit.'' Later in het stuk lopen de allochtonen de zaal in en blijken het de Goten te zijn die Rome komen veroveren. Als dat gebeurt, kantelt de tribune negentig graden tot een steile wand. Een indrukwekkend gezicht dat ook enig reëel gevaar meebrengt: de toneelspelers moeten zich goed aan hun stoel vasthouden willen ze geen doodsmak van twaalf meter maken.

Simons maakt al twintig jaar voorstellingen over geweld en het kwaad. Maar vorig jaar kwam hij met een opmerkelijk lieflijke interpretatie van Hugo Claus' incestdrama Vrijdag. In die dagen zei hij: ,,Ik heb genoeg van die sombere, typische jaren negentig voorstellingen die als enige boodschap hebben: De mens is rot.'' Waarom nu toch een stuk over vernietiging?

Simons: ,,Ik ga verder op de ingeslagen weg. Met Titus stel ik het laten zíen van geweld aan de kaak. Waarom moeten we op toneel steeds weer naar gruwelijke moorden kijken? Waarom beeldt de kunst zoveel geweld uit? Müller citeert in Titus een stuk Ovidius, van wie Shakespeare de verkrachtingsscène leende. De gebruikelijke reactie is: `Oh, wat prachtig heeft Ovidius dat toch beschreven!' Maar het gaat wél over een bloedige verkrachting. Is dat niet verfoeilijk? In mijn versie laat ik de Ovidius-passage kapot lachen door het verkrachte meisje. Müller zegt: `Kunst werkt durch Gewalt'. Langzamerhand verafschuw ik zo'n houding.''