Het probleem van de agressieve scholier

Scholen voelen zich gegijzeld door agressieve leerlingen. `We hebben een time out-lokaal maar het gedrag verandert vaak niet.'

`IK HEB VOOR het personeel en de andere leerlingen gekozen. Maar ook voor mijn collega's op andere scholen.'' Aan het woord is rector Jan Kweekel van het christelijk Henegouwen College in de binnenstad van Rotterdam. Zijn school werd drie jaar geleden geterroriseerd door een leerling met een angstwekkende lijst van vergrijpen als roofovervallen, inbraken en bedreigingen op zijn naam. De school had alles al geprobeerd met de leerling en wilde de leerling kwijt. Kweekel weigerde echter, zoals artikel 27 van de Wet op voortgezet onderwijs voorschrijft, aan de inspanningsverplichting te voldoen om een andere school voor de leerling in kwestie te zoeken. ``Ik ben niet van plan een volgende school met hetzelfde probleem op te zadelen'', aldus Jan Kweekel.

Het leverde de Rotterdamse rector veel gesteggel op met justitie en de Onderwijsinspectie. Er volgden zelfs Kamervragen aan toenmalig Staatssecretaris van Onderwijs Karin Adelmund. Zij antwoordde dat er geen sprake van kon zijn dat er geen andere school voor een verwijderde leerling werd gezocht. Waarna zij dreigend vervolgde: ``Scholen zijn zelfs in overtreding wanneer zij niet aan deze inspanningsverplichting voldoen.''

Kweekel hield zijn poot stijf en kreeg het gelijk aan zijn kant. Volgens de Inspectie van Onderwijs gaan sommige problemen inderdaad de macht van een school te boven. Uiteindelijk loste de kwestie zichzelf op. De jongen verdween voor een aantal jaren achter de tralies en nadat hij vrijkwam was hij niet meer leerplichtig.

Kweekel was tot nu toe een van de weinige schooldirecteuren die openlijk aangaf dat er voor hem een grens is bereikt met onhandelbare leerlingen. Na de gewelddadige dood van de onder-directeur van het Haagse Terra College eerder deze week lijken meer directeuren bereid tot praten. De verhalen zijn eigenlijk altijd hetzelfde: na vaak een lange geschiedenis van wangedrag, veel praten en oplossingen zoeken, wordt de leerling voor kortere of langere tijd geschorst en uiteindelijk verwijderd. Voor scholen begint dan echter een moeizame weg van leuren met een leerling langs verschillende scholen. Andere scholen wisselen leerlingen onderling uit. In Steenwijk heeft de Regionale Scholengemeenschap Steenwijk zo'n uitwisseling met een school in Wolvega. Afdelingsleider vmbo Jan Derk Brandsma: ``Voor mij is onderhand ook een grens bereikt met deze leerlingen. We hebben een time out-lokaal maar het gedrag verandert vaak niet. En eigenlijk doen we het meer om de klas te ontlasten. Het gaat ten koste van de lieve leerlingen.''

apathisch

Volgens de socioloog Bowen Paulle van de Amsterdamse School voor Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam kampen vmbo-scholen met veel leerlingen uit achterstandsmilieus met agressie. ``Het heeft niets huidskleur te maken maar alles met kwetsbare gezinnen.'' Amerikaan Paulle gaf vóór zijn onderzoek meerdere jaren les op `zwarte' achterstandsscholen zowel in the Bronx van New York als in Amsterdam. Het grote verschil tussen Amsterdam en New York is de mate van agressie. Bowen Paulle: ``In the Bronx zitten de kinderen apathisch van het geweld in de schoolbanken.'' Maar een moord op een docent midden in de school is ondanks het beeld dat in Nederland bestaat volgens Bowen Paulle ook in de Verenigde Staten een uitzondering.

Er zijn ook overeenkomsten tussen de scholen in New York en Amsterdam. Bowen Paulle: ``Op veel van deze scholen maakt een kleine groep anti-schoolleerlingen de dienst uit. De chaos die deze jongeren thuis en in hun buurt meemaken, nemen ze mee de school in. Ze maken de lessen onmogelijk voor de andere kinderen die wel willen. Op hun beurt durven de leerlingen – maar vaak ook leerkrachten – niets tegen deze groep te beginnen. Scholen zijn onmachtig om iets tegen deze groep anti-schoolleerlingen te doen. Uiteindelijk blijft er niets anders over dan een leerling te verwijderen. Maar hoe vind je een andere school voor zo'n leerling? Scholen moeten soms noodgedwongen verder met een agressieve leerling omdat hij leerplichtig is. Scholen voelen zich gegijzeld door deze leerlingen.''

Bowen Paulle benadrukt dat de moord in Den Haag een incident is. ``Maar een paar niveaus daaronder ligt de dagelijkse realiteit waarin docenten worden uitgescholden en verbaal bedreigd. En dat is ook niet normaal. Maar leerkrachten en scholen worden in hun verzet daartegen niet gesteund. Besturen en directies zijn bang zijn voor een slechte naam van de school. En ondertussen zwemmen leerlingen en leerkrachten rond in de chaos die school heet. Het is intriest dat misschien een moord nodig is om dit eens naar buiten te krijgen.''

Voordat directeur Gerard Soetman van de G.K. Van Hogendorpschool voor vmbo in de Rotterdamse wijk Delfshaven aan de telefoon komt, steekt hij hoorbaar een preek af tegen een van zijn leerlingen. Zijn betoog eindigt met de dreigende zin `Dat tolereer ik niet meer. Begrepen?' Waarop een gedwee 'Ja meneer', volgt. Rustig komt hij aan de telefoon. De leerling in kwestie had op deuren en ramen geslagen. Soetman: ``Dat is raar gedrag en dat levert onrust in de school op. Dat accepteren we niet meer. Ik reageer gelijk.'' Vier jaar geleden gooide Soetman het roer om in zijn school. ``De problemen in deze wijk wandelden gewoon onze school binnen. En als de ouders niet kunnen of willen opvoeden moeten wij het dus doen. Of je dat nu leuk vindt of niet.''

Op de school van Soetman geen detectiepoortjes en geen camera's. Maar wel een strak systeem van regels dat strikt wordt nageleefd; een contract dat zowel ouders als leerlingen krijgen voorgelegd, een verbod op petjes, hoofddoeken, mobiele telefoons en blote kledij, kaarten waar ieder wangedrag op wordt aangetekend en bij drie aantekeningen volgt een gesprek met de ouders.

Daarnaast heeft de school een goed draaiend team van leerlingen die bemiddelen bij conflicten tussen leerlingen. Soetman: ``Dat is een kwestie vertrouwen geven en geloven in deze leerlingen. Maar er moet wel een klimaat in de school zijn waardoor deze leerlingen worden geaccepteerd als bemiddelaars. Deze leerlingen hebben vaak eerder door dan wij dat er een conflict dreigt en lossen dat dan op.'' De bemiddelaars functioneren zo goed dat het lerarencorps van de G.K. van Hogendorpschool er weinig tot geen bemoeienis meer mee heeft.

vrijwillig

Soetman: ``Wij schorsen of verwijderen leerlingen niet meer. Voordat het zover komt, zijn ze allang vrijwillig naar een of ander project of andere school vertrokken waar ze beter op hun plaats zijn. We hebben allang de eerste tekenen gezien en gaan niet afwachten tot we eindelijk het hele traject hebben afgelegd. Op deze school gebeurt ook het een en ander maar daar zitten we met zijn allen gelijk bovenop. Zowel docenten als leerlingen.''

Volgens Bowen Paulle is de school het laatste socialisatie-instituut dat iets voor deze kwetsbare groep leerlingen kan betekenen. ``En dan bedoel ik geen nutteloze preken over normen en waarden en andere loze praat. Maar inderdaad opvoeden. De school moet voor deze leerlingen rust betekenen in hun vaak heel chaotische levens. En dat betekent een heel strak systeem van regels die ook worden nageleefd. Er zijn binnen het systeem geen mogelijkheden om daar uit te stappen. Iedere poging daartoe is gelijk opgemerkt. Je komt er niet met clubjes, uitstapjes en projecten voor veiligheid. Het hele schoolsysteem moet rust, reinheid en regelmaat uitstralen. Iets dat veel van deze leerlingen in het dagelijks leven niet kennen.''

Voor Jan Kweekel van het Rotterdamse Henegouwen College was die geschiedenis met de geschorste leerling ook de aanleiding om het roer om te gooien: ``Wij hebben gekozen voor de leerlingen die wel willen. De ergste gevallen hebben we verwijderd en we hebben duidelijke gedragsregels die we streng handhaven. Sinds twee jaar zijn de problemen op onze school drastisch afgenomen. Voor de groep overtreders waar we het over hebben moet een andere oplossing komen. Het huidige onderwijs kan ze niet aan.''