Het Nederlands is een geheime handelscode

Tien jaar geleden ging ik naar de bakker in Amsterdam. Ik bestelde een saucijzenbroodje. Mijn Nederlands accent was redelijk. Ik was er zeker van dat ze me niet door had als vreemdeling. Ik ben ook wit. Met spanning wachtte ik mijn buit af. ,,Meenemen, of gelijk opeten?'' vroeg ze.

Verdorie! Ik begreep haar niet. Ik keek haar een beetje verward aan, en haalde mijn schouders op. (Ik weigerde over te schakelen naar het Engels, puur uit leerzuchtige eigenwijsheid.) ,,Rot op dan, vuile junk!'', schreeuwde ze naar me, arm uitgestrekt, roodgelakte wijsvingernagel krullend richting deur. Onder een wolk van vernedering verliet ik haar zaak.

Ik onthield die woorden: ,,vuile junk'', ik was nieuwsgierig wat ze betekenden. Het werd een mantra op de terugweg naar huis, ,,vuile junk, vuile junk, vuile junk''.

Tien jaar later beschouw ik die ervaring bij de bakker als mijn inburgeringsvuurdoop. Want ik werd gezien als een vuile nederjunk en niet als een buitenlander. Een grote eer, want Nederlands is niet een taal, het is een geheime code voor handelaren en men wil niet dat buitenlanders deze handelscode leren.

Stel: je zit om de tafel met een groep buitenlandse partijen die een bepaalde prijs willen afspreken voor product X. De twee Engelsen kunnen niet met elkaar communiceren rond de onderhandelingstafel, want de kans om verstaan te worden is te groot. Dat geldt ook voor de Fransen, de Duitsers en de Spanjaarden. Maar Jan en Henk kunnen rustig onderling de scherpste strategie met elkaar bespreken, want niemand begrijpt waar zij het over hebben. Kennis is macht. Houd de kennis van Nederlands als een onderonsje, dan maken wij allemaal wat meer winst. U vindt het helemaal niet relevant wanneer wij kunnen communiceren in uw taal of niet. Want het accent moet foutloos zijn, anders spreken wij geen Nederlands.