Het lichaam in je hoofd

Het zelf is maar een vluchtige constructie. Toch kan het zich onttrekken aan causale ketenen. Zegt neuroloog Damasio, geïnspireerd door Spinoza.

BEROEMD werd de Amerikaanse neuroloog Antonio Damasio door onderzoek naar de rol van emoties in het menselijk besluitvormingsproces. Zonder de lichamelijke emoties kan het brein nauwelijks nog een knoop doorhakken. Zuivere rede leidt tot geestelijke verlamming. Dit concludeerde Damasio uit zijn onderzoek van allerlei patiënten bij wie door een hersenbeschadiging de emotionele `input' in het denkproces verstoord was.

De meest spectaculaire patiënt was wel de negentiende-eeuwse spoorwegwerker Phineas Gage (die een staaf door zijn hoofd kreeg) en wiens kwetsuur en gedrag Damasio nauwkeurig wist te reconstrueren. De bredere conclusie van Damasio was dat de scheiding tussen lichaam en geest geen basis in de menselijke werkelijkheid. De titel van zijn eerste boek De vergissing van Descartes (1994) werd daarbij zelfs een soort slagzin. Het onlichamelijke rationalisme was een van de minder geslaagde erfenissen van de zeventiende-eeuwse wetenschappelijke revolutie en de daaropvolgende Verlichting.

Maar er klonken ook andere geluiden in de zeventiende eeuw. Onlangs was Damasio in Nederland ter gelegenheid van de vertaling van zijn nieuwste boek, dat in de titel `rijmt' op zijn eerste: Het gelijk van Spinoza. Vreugde, verdriet en het voelende brein (Wereldbibliotheek, €24,90). Tijdens een gesprek in het Amsterdamse Café Americain legt Damasio uit wat hem zo aanspreekt in de Nederlandse filosoof Benedictus de Spinoza (1632-1677). ``Allereerst zijn idee van conatus. Dat is het onophoudelijke streven naar zelfbehoud van elk levend wezen. Wat heeft Spinoza dat centrale principe prachtig beschreven! En het is een heel modern idee, ook in de huidige neurowetenschappen. Dat op alle niveaus van een organisme een constant streven naar evenwicht heerst, wordt nog steeds niet door iedereen ingezien. Dat streven naar evenwicht is het streven naar zelfbehoud.'' – Lees maar mee bij Spinoza: `Het streven waarmee elk ding in zijn bestaan tracht te volharden is niets anders dan het werkelijk wezen van dit ding zelf' (Ethica III, stelling 7).

Damasio: ``Daarom zie ik deze filosoof echt als een proto-bioloog, een voorloper van de moderne biologie. Een ander aantrekkelijk punt van Spinoza is dat hij geest en lichaam nauw met elkaar verbindt.'' – Spinoza: `De geest kent zichzelf niet dan voorzover hij de voorstellingen van de inwerkingen op het lichaam waarneemt' (Eth.II, st. 23).

Damasio: ``En het derde wat mij bijzonder aanspreekt is dat Spinoza naar de betekenis zoekt van emoties in het menselijke leven als geheel, en niet alleen in één individu, maar ook in een maatschappelijke verband.'' – Spinoza: `Het is voor de mensen van het hoogste belang met elkaar om te gaan (...) en in het algemeen alles te doen wat tot versterking van de vriendschap strekt' (Eth.IV, aanhangsel XII).

Damasio betreurt het daarom zeer dat ``zo weinig'' neurowetenschappers Spinoza lezen. ``Iedereen heeft het nu over Descartes, en zelfs als ze hem nooit gelezen hebben, weten ze toch dat zijn stricte scheiding van lichaam en geest fout is. Over Spinoza niets. Misschien schrikt de mathematische opzet van Spinoza's hoofdwerk Ethica veel lezers af. Maar je moet daar een beetje doorheen kijken. Vooral de toelichtingen bij de stellingen lezen, bijvoorbeeld. Dan leest het heerlijk!''

Bij Spinoza is alles óók bepaald door oorzaak en gevolg, zonder plaats voor vrije wil. Vindt u dat ook?

Damasio: ``Oh nee, en nu overdrijft u toch wat Spinoza schrijft. Want het feit dat alles een eigen oorzaak heeft, laat helemaal bovenin de causale keten toch nog een beetje ruimte over voor een vrije keuze. Niet veel, maar toch iets. Heel veel beslissingen hebben inderdaad een hele sterke oorzaak in emoties, met diepe wortels in onze biologie. Dan is voor minstens 90 procent zeker wat er zal gebeuren. Maar ik denk niet dat ook opgaat wanneer je door zo'n keten van oorzaken bijvoorbeeld in de verleiding komt om iemand te vermoorden. Want als het zóver is gekomen, is die biologische oorzaak helemaal niet zo sterk meer. Aan het einde van van zo'n lange causale keten is er juist de meeste ruimte om af te haken en een beslissing te forceren die totaal ingaat tegen deze basale keten van oorzaken.''

Wie is dan dat `ik' dat die beslissing forceert?

``Dat `ik' is een heel vluchtige constructie die je maakt om te bepalen wie je bent, niet alleen als biologisch wezen, maar ook in een sociale en culture setting. Die constructie wordt voortdurend opnieuw gemaakt en dat geeft je dat kleine beetje ruimte om uit kleinere causale ketens iets te creëren dat ingaat tegen de grote stroom van oorzaak en gevolg.''

En dàt is dan vrije wil?

``Ja, het is niet veel, maar het is iets. Maar kijk eens hier, je kunt je ook afvragen wat de beste verklaring is voor bepaald gedrag. U hebt net koffie besteld. Als ik nu zou zeggen dat in die koffie iets ongezonds zit, zou u kunnen beslissen die koffie niet op te drinken. Heeft het dan zin om die beslissing te verklaren uit een lange keten van bioculturele oorzaken en gevolgen? Welnee! En niet alleen omdat het triviaal zou zijn, maar omdat die beslissing ongelofelijk ver verwijderd is van de krachtige motoren van oorzaak en gevolg: the powerful engines of causality. Hoe verder je daarvandaan zit, hoe meer controle je zelf hebt. En zo dacht Spinoza er ook over. Stuart Hampshire heeft na nauwkeurige studie geconcludeerd dat niets in Spinoza's werk er op wijst dat hij geen vrije wil zou veronderstellen.''

Nu ja, Spinoza suggereert inderdaad dat als je een onwenselijke emotie wilt bestrijden, je er dan een sterkere emotie tegenin moet brengen. (Eth.IV, st. 7)

``Ja, dat geeft toch ruimte aan een handelend ik? Spinoza's hele filosofie gaat over het maken van de juiste beslissingen in het leven en dat je rekening moet houden met het leven van anderen.''

Maar als dat zelf zo vluchtig is, waaraan ontlenen wij dan ons gevoel van continuïteit?

``Het komt van twee dingen: ons lichaam en ons geheugen. Als ons lichaam niet voortdurend gerepresenteerd zou zijn in ons brein, dan zouden we geen enkel gevoel van continuïteit meer hebben. Dan zouden we mensen zijn zonder een zelf. Dan zouden we onszelf voortdurend resetten, als een cognitieve constructie zonder verleden. Maar zo is het dus niet: we hebben een verleden en dat danken we aan het feit dat voortdurend precies dezelfde lichamelijke structuren signalen zenden naar precies dezelfde brainmaps, gespecialiseerde hersengebieden die het lichaam in kaart brengen. Dat is absoluut cruciaal voor ons zelfgevoel. Op ieder moment heb je in je brein, vooral in de hersenstam, een eindeloos herhaalde activiteit die afkomstig is van je spieren, je ingewanden, wat al niet. En dat geeft continuïteit.

``De andere bron van continuïteit is natuurlijk ons geheugen, waaraan we onze autobiografie ontlenen. Het feit dat je op ieder willekeurig moment weet wie je ouders zijn, waar je geboren bent, waar je van houdt, wat je niet lekker vindt, welke relaties met mensen en plekken je hebt.''

Als die lichaamsrepresentatie zo belangrijk is, wat zou er dan gebeuren als je een brein zou transplanteren naar een ander lichaam?

``Even los van het feit dat dat onuitvoerbaar is, het zou héél vreemd worden. Het zou je een ander gevoel geven van wie je bent en dat is moeilijk voor te stellen. Wij voelen ons onszelf door die voortdurende nieuwe input uit het lichaam. En die is dan dus ineens anders.

``Die input komt in pulsen van een fractie van een seconde. Door dat snelle ritme lijkt het constant, maar het is dus vluchtig. Iedere keer bouw je het opnieuw op. En iedere keer wordt dit simpele zelfgevoel een klein beetje gewijzigd, door modificaties van binnenuit, door pijn bijvoorbeeld, of door invloed van buiten. Alleen al om met mij te praten en naar me te kijken, is er een oneindig aantal aanpassingen in uw ogen, spieren enzovoorts. En dat gaat zo door zolang u wakker blijft. Er is voortdurende verstoring in de parameters van het systeem. Natuurlijk bent u vooral bezig te begrijpen wat ik zeg, maar daarachter ligt dit proces van voortdurende kleine veranderingen. Een zelf is niet alleen maar een abstract gevoel, het is iets heel specifieks.''

Wat is hierin de rol van gevoel? Zijn alle gedachten dus eigenlijk gevoelens? Hebben we eigenlijk nog `losse gedachten' in onze geest?

``Natuurlijk! Ik maak een onderscheid tussen emoties en gevoelens: emoties spelen zich af in het lichaam en gevoelens zijn de gevolgen daarvan in de geest. Een gevoel is dus een gedachte, emotie niet. Maar niet alle gedachten zijn gevoelens. Een geluksgevoel is een gedachte, een mentale toestand, gebaseerd op een neurale structuur, maar het verschilt van een `gewone' gedachte in de verbinding met de notie van pijn of plezier, in de nauwe betrokkenheid van het lichaam.

``Dat onderscheid is niet absoluut. Als ik aan een getal denk, dan kan de basis daarvan wel een lichamelijk aspect zijn, bijvoorbeeld de handeling van tellen. Maar dat is ver verwijderd van pijn of plezier. Een gevoel is een gedachte die echt heel erg betrokken is bij regulering van levensprocessen, bijnoties van straf en beloning, pijn of plezier.''

Hoeveel van onze gedachten bestaan uit gevoelens? Tien procent? Tachtig?

``Dat hangt er van af. Als je nadenkt over een nieuwe inrichting van je huis zal het meer zijn dan wanneer je nadenkt over statistiek. Maar zelfs bij een wiskundig probleem kunnen, als je dol bent op getallen, gevoelens zwaar meespelen. Er zijn zelfs mensen die een orgasme kunnen krijgen van het mooi oplossen van een statistisch probleem. Ik niet! Maar ze bestaan. En neem een andere toestand: als je verliefd bent zal een groot deel van je gedachten doortrokken zijn van de gevoelens van emotie. Er is altijd wel gevoel, maar er zijn vele niveaus. Je moet gevoel zien als een van de stemmen in een partituur.''

Eh, maar wat is dan een gedachte?

``Er is nog altijd een grote kloof in de neurowetenschap. We hebben een vrij helder beeld van de basis, van de neurale activiteiten in het brein. En we hebben toegang tot de absolute top van het proces: onze eigen geest (mind). Maar daartussen gaapt een kloof. We kunnen nog helemaal niet zeggen dat die patronen van neurale activiteit gedachten zijn. Ik denk zelf dat die patronen transformaties zijn die nodig zijn om een mentaal patroon te creëren. Maar dat is niet alles. Mijn perceptie van u is niet volledig te beschrijven door alle patronen van visuele cortex. Je zou veel belangrijke details missen. De context is heel belangrijk en daarom heb je dan eigenlijk àlle patronen nodig.''

Zelfs om die relatief kleine perceptie te ontcijferen zou je dus eerst de hele persoon moeten reconstrueren?

``Precies! We moeten dus bescheiden blijven.''

Maar als ons zelfgevoel zo diep geworteld is in de signalen uit het lichaam, is het onbegrijpelijk dat iemand gelukkig kan zijn in een ziek lichaam? Toch gebeurt dat.

``Daarop is een helder antwoord mogelijk: omdat je zo'n enorme barrage aan signalen hebt uit het lichaam en zo'n enorme rijkdom aan representaties in de geest. Wij bestaan uit heel veel verschillende soorten dingen.''

Mijn linkerbeen mag pijn doen, maar ik ben heel gelukkig met mijn andere voet. Zoiets?

``Dat is natuurlijk een karikatuur, maar in die richting moet u het wel zoeken. Iemand kan pijn hebben door kanker, maar toch de kracht vinden om geluk te produceren uit geloof, of de liefde voor een ander.''

Maar dat zijn zeer abstracte representaties, terwijl uw stelling toch juist is dat uiteindelijk het lichaam geluk produceert?

``Uiteindelijk gaat het om stimuli die emoties veroorzaken. Sommige stimuli zijn enorm simpel, en afkomstig uit onze evolutionaire geschiedenis: seks, voedsel, bepaalde temperaturen. En dan zijn er àl die dingen die we zelf geconstrueerd hebben, al die sociale en culturele constructies, die verder en verder gaan. En wat ik dan wil zeggen is dat ze allemaal een soort navelstreng hebben die helemaal naar beneden loopt, naar de basis. Ook als je muziek ervaart, of beeldende kunst of literatuur, dan kom je aan het einde van de keten uiteindelijk uit op heel basale responsen van genot of pijn.Die connectie is niet natuurlijk de enige en daardoor heb zoveel verschillende smaken in ervaringen. Natuurlijk verwar je het genot van de Ring des Nibelungen niet met een orgasme, dat zou idioot zijn. Maar aan het einde zijn de ingrediënten hetzelfde.

Hoe abstract ook het symbool of de gedachte, altijd heeft het lichaam er iets mee van doen?

``Ja, er is altijd een soort navelstreng naar de noodzaak te overleven, naar de noodzaak te eten en te drinken. Ook al kunnen we daar door onze complexe culturele omgeving meer afstand van nemen dan ooit tevoren.''