Havostudenten

De heer Prick slaat in zijn column van zaterdag 3 januari jl. de spijker op de kop: het wordt inderdaad tijd dat de universiteit weer een universiteit wordt, dat wil zeggen een oord voor slimme en getalenteerde studenten, in plaats van een soort opvangcentrum voor goedwillende havoscholieren-met-een-jaartje-hbo erbovenop.

Ik ben werkzaam bij de faculteit der letteren van de Universiteit van Amsterdam, bij Italiaans en behoor tot de door de heer Prick in zijn column genoemde `preciezen'. Ik ben het geheel met hem eens, maar zou toch gaarne een kleine aanvulling willen geven, met name daar waar hij stelt dat de helft van de letterenstudenten geen vwo-diploma heeft. Deze bewering is weliswaar correct, maar behoeft enige nuancering.

Ten eerste hangt het van de talenstudie. Een studie als Slavische talen bijvoorbeeld trekt vrijwel alleen gymnasiasten, in tegenstelling tot studies als Spaans en Italiaans. Ten tweede heeft de heer Prick waarschijnlijk met medewerkers van de UvA gesproken, waar de situatie anders is dan in de overige universiteitssteden. Wij trekken andere studenten dan de universiteit van Leiden, die de naam heeft `chic' te zijn. Vele van mijn studenten hebben een achtergrond waar het frequenteren van de havo al wordt gezien als een een bewijs is van `goed kunnen leren'. En omdat niemand op zijn zeventiende wil gaan werken, zijn ze vervolgens naar de hbo gegaan, om die na een jaar hotelschool, gidsen- of verpleegstersopleiding te verruilen voor de universiteit.