Fietsen en varen langs Surinaamse plantages

Maarten Bakker reist in Suriname langs plantages en slaapt in een oude politiewoning uit de slaventijd.

Het is nog vroeg in de ochtend, maar bij de aanlegsteiger achter het monumentale Waaggebouw in Paramaribo hebben zich al veel Surinaamse families verzameld. Na een bezoekje aan de hoofdstad keren ze met de postboot terug naar het district Commewijne. De platte schuit zakt eerst drie kwartier de brede Surinamerivier af, tot ze bij een splitsing in het water komt. Daar varen we de Commewijnerivier op. De eerste halteplaats is de oude plantage Frederiksdorp. Achter de steiger staan vier houten huizen rond een grasveld.

Het zijn oude politiewoningen, gebouwd omstreeks 1863, toen de slavernij werd afgeschaft. De plantagehouders mochten hun voormalige slaven niet langer eigenhandig straffen. Om het werkvolk op de plantages toch in het gareel te houden, richtten de koloniale autoriteiten op Frederiksdorp een politiepost in. Met subsidie van de Nederlandse overheid knapt de Nederlands-Surinaamse familie Hagemeijer de woningen nu weer op. De groene luiken en witte planken glimmen in de zon. De panden worden gedragen door stenen pijlers, een trap verschaft toegang tot de veranda en de woonruimte. De mooiste van het stel is een rank huis aan de kopkant van het grasveld, waar de Hagemeijers domiciel houden. De andere woningen worden aan toeristen verhuurd.

PLANTERSWONING

Ik loop door een tuin met hoge koningspalmen naar de 19e-eeuwse dokterswoning, die al gerenoveerd is, en kom bij de oorspronkelijke planterswoning, een houten herenhuis uit circa 1750, dat nog in de oranje menie staat. Achter het pand ligt een stenen vloer, waar de slaven vroeger koffiebonen te drogen legden. In de grote kommen op het erf, zogenaamde kappas, moesten ze het sap uit rietstengels tot suiker koken.

Zo beroerd het leven voor de slaven op Frederiksdorp geweest moet zijn, zo aangenaam is het er nu. Een verkoelende bries waait over de plantage. Het geruis in de koningspalmen zorgt voor een weldadige rust. Ik besluit enkele nachten in een politiewoning te blijven en verken de volgende dag op een fiets de omgeving.

Een smal paadje voert van Frederiksdorp langs authentieke Hollandse sluizen naar de afgebladderde woning van de plantage Mariënbosch, dat in 1770 is gebouwd door de Duits-Joodse planter Godefroy en tegenwoordig dienst doet als schaftkeet voor landarbeiders. De veranda wordt opgesierd door ronde bogen. Binnen hangen de originele deuren nog in de hengsels. In het toilet op de eerste etage is een spoelbak uit de 19e eeuw te vinden. De zolderverdieping blijkt bewoond te worden door twee grote witte uilen. Achter de woning staat een hoge schoorsteen, die hoorde bij de koffiefabriek van de familie Godefroy.

Het fietspad slingert zich verder door akkertjes met gele peperstruiken naar de nederzetting Kronenburg, en komt dan uit bij een oversteekplaats aan de Commewijne rivier. Een houten sloep brengt mij voor 7.000 Surinaamse guldens (per 1 januari 7 Surinaamse dollar, ongeveer 2 euro) naar de andere oever. Over een verlaten zandweg trap ik naar de beruchte plantage Katwijk, waarover de Schotse huursoldaat John Gabriel Stedman in de 18e eeuw in zijn reisverslag schreef hoe gruwelijk de slaven er werden behandeld. Maar de familie die het terrein nu beheert wil geen pottenkijkers toelaten. Het witte hoofdgebouw ligt verscholen onder een grote boom.

De plantage Wederzorg enkele kilometers verderop is wel te bezichtigen. Drie arbeiders komen uit een hoge houten schuur met veel luiken. Ze vertellen dat het gebouw uit de slaventijd stamt en toen een cacaofabriek was. Nu wordt er rijst opgeslagen. Naast de fabriek staat het uitgewoonde plantershuis. Binnen hangt een kroonluchter aan een enigszins omlaag gekomen plafond.

KOKOSDRANK

De zandweg wordt steeds hobbeliger en smaller. Een leguaan van bijna een meter lengte schiet voor mijn fiets in een sloot. Boven mijn hoofd vliegen valkachtige vogels. Ik passeer de plantagewoning Vriendsbeleid, die helemaal is opgegeven. Struikgewas heeft het erf tot manshoogte overwoekerd en kruipt langs de muren van de spookwoning verder omhoog. De weg wordt aan weerszijden steeds meer door moerasbos ingesloten.

Het lijkt zinloos om door te fietsen, maar dan zie ik toch nog een fraai onderhouden huis liggen. Het is de planterswoning Spieringshoek. Bijzonder aan het 19-eeuwse pand is dat het gedragen wordt door een iel stalen frame en niet door stenen pilaren. De veranda op de eerste etage is aan vier zijden geopend. Een bewoner veert op uit zijn luie stoel en vertelt me dat de zandweg hier doodloopt.

Ik fiets in de felle zon terug naar de oversteekplaats en beland op een klinkerweg die naar de plantage Sorgvliet leidt. In een tuin met bougainville-struiken staat een hoge directeurswoning uit 1882, die nog bewoond wordt door een Nederlandse veehouder. Naast het huis zijn de roestige machines te vinden van een koffiefabriek uit de 19e eeuw, die nog tot 1964 in bedrijf waren. Voordat ik terugkeer naar Frederiksdorp, nuttig ik in een eethuisje bij de oversteekplaats enkele bakabanas, gebakken bananen, en drink een dawet, een mierzoete kokosdrank.

SINAASAPPELPLANTAGE

De volgende dag doet de postboot weer Frederiksdorp aan. Ze zal mij deze keer naar de plantage Alliance aan de Matapica-kreek brengen. Het schip trekt langzaam aan de mangrovebossen aan de oever van de Commewijne voorbij, nagestaard door een oranje aap in een boom. Na twee uur varen we een nauwe zijstroom op. Takken hangen over het vaartuig. Tussen de bomen rijst een loods van de plantage Alliance op. De oorspronkelijke planterswoning ligt op tweehonderd meter van de aanlegsteiger. Voor de entree staat een verweerd vrouwelijk borstbeeld, tussen de pilaren onder de woning ligt een verroeste kappa.

Het pand lijkt verlaten, maar dan klinkt er getik van een typemachine vanaf de eerste verdieping. In een kamer met groengele houten wanden zit een dame te werken. Zij vertelt dat de planterswoning eind 18e eeuw is gebouwd, toen een Fransman hier een suikerplantage stichtte. Tegenwoordig is de plantage in staatshanden en worden er sinaasappelen verbouwd. In de jaren zestig ging het product nog de hele wereld over, maar nu vindt het alleen nog in Suriname aftrek. Geld om de planterswoning te renoveren is er daarom niet. ,,Vorige week ging iemand door het dak, maar deze verdieping houdt het nog wel even'', zegt de typiste.

Alliance wordt bewoond door Javanen en Hindoestanen, de afstammelingen van de contractarbeiders die na de slaventijd op de plantages in Commewijne gingen werken. Ze leven in eenvoudige houten huizen aan vier onverharde wegen. Gemotoriseerd verkeer is er niet in het geïsoleerde dorp. Drie mannen hangen ontspannen tegen een sluis en eten sinaasappels van de plantage. De Surinaamse citrusvrucht oogt door zijn groene schil onrijp, maar blijkt boordevol sap te zitten. ,,Niemand weet het'', zegt een van de kerels terwijl het zoete vocht van zijn kin druppelt, ,,maar dit is een land van melk en honing''.

De postboot vertrekt iedere vrijdag-

en zondagochtend om acht uur

's ochtend voor een retourvaart door Commewijne, en is 's middags om vier uur weer terug in Paramaribo.

Een kaartje kost 3 Surinaamse dollars (circa 85 eurocent) en kan op de steiger gekocht worden. Vraag de kapitein bij Frederiksdorp te stoppen. De plantage kan ook worden bereikt door in het dorp Meerzorg, bij de brug over de Surinamerivier, een bus naar de rivierzijde van Mariënburg te nemen. Daar is een oversteekplaats aan de Commewijne, waar veerbootjes naar Frederiksdorp vertrekken.

De huur van een politiewoning in Frederiksdorp kost dertig euro voor één persoon, met een toeslag van vijf euro voor iedere extra slaper.

Bel voor reserveringen:

00597 8803406/8877937.