Een altijd relaxte slungel

Jeremy Wotherspoon (27) verdedigt dit weekend zijn wereldtitel bij de WK sprint in Nagano. ,,Canadezen weten niet genoeg van schaatsen om te kunnen oordelen over mijn carrière.''

Buiten de baan oogt hij rustig, op het slome af. Altijd relaxed. Een slungel die zelden emoties toont. Een contrast met zijn explosie van kracht en souplesse op de ijsbaan. ,,Als ik schaats, is het niet mijn persoonlijkheid die schaatst. In m'n hoofd voel ik wel rust tijdens een race. Daar train ik ook op. Rustig zijn om m'n energie te bewaren voor de race. Misschien rijd ik daarom zo goed, omdat ik al m'n energie bewaar voor de momenten waarop ik het echt nodig heb.'' Wellicht is dat de essentie van Jeremy Wotherspoon. ,,Ik weet het niet. Waarschijnlijk.''

Na de ochtendtraining in het M Wave-stadion en een interview met de Amerikaanse tv-zender ABC is Wotherspoon aangeschoven voor een interview in het restaurant van Hotel Kokusai 21. De viervoudige wereldkampioen weet inmiddels hoe hij het beste de dagen voor een groot toernooi kan doorbrengen. ,,Ik moet niet in de stad gaan rondhangen en shoppen. Ik heb alleen een slijpsteen voor m'n schaatsen gekocht: die zijn hier goedkoper. Dit is okay; zitten, en rook inademen.'' In het restaurant wordt stevig gerookt. ,,Maakt me niet uit'', zegt hij.

Het is precies tien jaar geleden dat Wotherspoon zijn eerste WK sprint beleefde, als toeschouwer, in Calgary. ,,Ik was zeventien. Ik zag daar veel schaatsers die ik van televisie kende. Alleen Dan Jansen had ik wel eens echt gezien, omdat de Amerikanen in Calgary trainden. Het is altijd mooi om als opkomende schaatser toppers van dichtbij te zien, en om mee te maken hoe het er op een groot toernooi aan toen gaat.'' Wotherspoon zat toen nog op de middelbare school in Red Deer, een stad op ongeveer 150 kilometer van Calgary.

Twee weken later volgden de olympische schaatswedstrijden in Hamar. Nadat Jansen wereldkampioen sprint was geworden, veroverde hij op de Spelen goud op de 1.000 meter. Op tv zag Wotherspoon ook hoe zijn landgenote Catriona LeMay viel op de 500 meter. `Cat' maakte haar misser vier jaar later in Nagano goed met olympisch goud op de 500 meter. Wotherspoon won toen zilver op die afstand, achter de Japanner Hiroyasu Shimizu.

Twee jaar eerder maakte Wotherspoon bij een WK sprint voor het eerst deel uit van de Canadese nationale ploeg. 's Werelds snelste schaatsers troffen elkaar toen in Heerenveen, maar Wotherspoon kwam niet in actie. Hij was reserve. Internationaal maakte hij dat seizoen zijn debuut in Hamar. Tijdens de eerste WK afstanden startte hij op de 500 meter. Door een val was dat geen succes. In het Nederlandse schaatsjaarboek van het seizoen '95-'96 werd een foto van hem afgedrukt met de vermelding dat het hier ,,een sprintkanjer bij de junioren'' betrof. Dat de toenmalige wereldrecordhouder bij de junioren als senior de verwachtingen inloste, was niet vanzelfsprekend. ,,Veel jongens zijn goed bij de junioren en maken daarna geen progressie meer. Als senior blijven ze middelmatig. In 1994 was ik al vrij goed voor mijn leeftijd. Voor het schaatsen ben ik dat jaar naar Calgary verhuisd. In augustus begon ik elke dag te trainen en sindsdien ben ik fulltime sportman.''

De geschiedenis van een vallende Canadees op de 500 meter herhaalde zich twee jaar geleden op de Winterspelen in Salt Lake City. Als topfavoriet verprutste Wotherspoon daar zijn eerste 500 meter, door een Comedy Capers-achtige val direct na de start. Op de 1.000 meter eindigde hij na een bijna-val als dertiende. Volgens Bill Wotherspoon had het falen van zijn zoon te maken met het feit dat Jeremy slechts één keer in de vier jaar de druk van de Canadese media voelt. Vier jaar lang zie je de Canadese journalisten niet bij grote toernooien, behalve bij de Winterspelen. Niet één reisde er met de wereldkampioen mee naar Nagano.

Wotherspoon: ,,Dat is een deel van de verklaring. Het is opeens een heel andere omgeving. Je bent gewend naar wedstrijden te gaan waar alleen de plaatselijke en de Nederlandse media komen en als je naar de Spelen gaat dan stikt het opeens van de Canadese journalisten. Veel van hen vinden zichzelf belangrijker dan de sporters. Als je dat vergelijkt met Japanners! Ik sprak hier met een journalist die heel fatsoenlijk en respectvol was. Hij wilde me eigenlijk niet storen. Na afloop vroeg ik waarvoor hij werkte en toen zei hij dat hij dagelijks een ontbijtprogramma presenteert op tv. Iedereen herkent hem hier waarschijnlijk. Superfatsoenlijk. In Canada hebben veel journalisten zoiets van: die sporter kan beter maar tijd voor me nemen, anders praat ik nooit meer met hem. Op de Spelen verwachten ze dat je voor hen klaar staat. Ze doen alsof je hen iets verschuldigd bent. Dat is niet de reden dat ik ben gevallen, maar het maakt zo'n evenement wel anders. Dat is best lastig, zeker als ze verwachten dat je het heel goed gaat doen. Ik kan niet uitleggen waarom ik gevallen ben. Er is niet één aanwijsbare oorzaak. Het kan elk moment gebeuren en het overkwam mij toen ik in de vorm van m'n leven was.''

De volgende kans op olympisch goud is over twee jaar in Turijn. En als het in Italië niet lukt, zijn er nog de Winterspelen van 2010, voor eigen publiek in Vancouver. Over zes jaar is Wotherspoon 33.

Wotherspoon was te jong voor de Spelen van '88 in Calgary, misschien komen de Spelen van 2010 te laat. ,,Ik heb er wel over nagedacht. Het is moeilijk nu al een beslissing te nemen, omdat het zo ver in de toekomst ligt. Wie weet waar ik dan mee bezig ben. Het is lastig, zeker omdat het in eigen land is. Het zou een geweldige ervaring zijn.'' Met één nadeel: al die Canadese journalisten.

In de voorbereiding op de volgende Winterspelen hoopt Wotherspoon zich wat vaker buiten Calgary te begeven, ook voor trainingskampen in de zomer. ,,Ik ben het een beetje zat om altijd in Calgary te zijn. In de Olympic Oval kan ik met m'n ogen dicht de weg vinden. Vroeger deed ik in Calgary ook veel buiten het schaatsen. 's Avonds en in het weekend stappen met vrienden. Big nightclubs and stuff. Maar dat doe ik niet meer. Dat vind ik nu te vermoeiend en ik heb meer tijd nodig om van uitgaan te herstellen. Als je jong bent kun je daar geen genoeg van krijgen.''

Om de monotonie van het schaatsleven te doorbreken volgde Wotherspoon in het najaar colleges biologie en Spaans. ,,Ik wil wat gaan reizen, naar Midden- en Zuid-Amerika, een beetje vliegvissen daar.'' Wotherspoon heeft thuis een lijst met `leuke dingen' die hij nog wil doen. ,,Daar staan ook alle plekken op waar ik nog wil vissen, over de hele wereld. Ik wil ook m'n familie vaker bezoeken, zoals m'n grootouders in Saskatchewan. Dat zijn ook niet meer de jongsten. De ouders van m'n vader wonen op achthonderd kilometer van Calgary, die van m'n moeder op zeshonderd kilometer. Soms komen ze nog wel eens kijken naar wedstrijden, afhankelijk van hoe ze zich voelen.''

Na zijn schaatscarrière gaat Wotherspoon eerst afstuderen en dan ,,hopelijk iets nuttigs'' doen. ,,Advocaat, dat lijkt me wel wat.'' Of vliegvisinstructeur in de zomer. ,,En misschien ga ik wel coachen. Het mooie daarvan is niet dat je kinderen leert schaatsen, maar dat je ze leert om het beste uit zichzelf te halen, op elk gebied. Je geeft ze lessen mee voor het leven, die ze overal op kunnen toepassen. Dat is wat de beste coaches doen.''

Hoe zou zijn advies luiden op het onderdeel bochten, zijn specialiteit?

,,Niet bang zijn. Je moet ook bereid zijn om te vallen. Als je iets verkeerd hebt gedaan, moet je niet bang zijn het nog een keer verkeerd te doen. Zo word je geleidelijk beter. Veel kinderen hangen nog niet in de bochten. Dat is ook moeilijk als je niet zo hard gaat.''

Wotherspoon dankt zijn sublieme bochtentechniek voor een groot deel aan zijn ervaringen als shorttracker. ,,Als kind deed ik in het najaar aan shorttrack, op een overdekte baan, en schaatste ik in de winter op de langebaan, omdat we toen alleen maar natuurijs hadden. En in het voorjaar gingen we weer shorttracken. Dus ik heb heel veel bochten gereden. Ik heb me altijd goed gevoeld in de bochten, zeker naarmate ik sterker werd, me technisch verbeterde en daardoor meer snelheid ontwikkelde. Want hoe harder je gaat, hoe meer je kan hangen in de bochten en hoe meer druk je op het ijs kan brengen.''

Het lijkt makkelijk, maar dat is het niet.

,,Het voelt lekker en vloeiend, smooth, maar niet gemakkelijk.''

In Salt Lake City brak Wotherspoon vorige maand met een zege op de 500 meter Igor Zjelezovski's recordaantal wereldbekeroverwinningen. De Canadees bracht het op 49. Hij is nog twee wereldtitels verwijderd van het recordaantal wereldtitels (zes) van de Wit-Rus. ,,Het is geen doel om records te verbeteren. Maar zolang ik schaats wil ik winnen. En daar doe ik alles voor.'' Al enige tijd jaagt Wotherspoon op het wereldrecord op de 500 meter, met 34,32 seconden in handen van Shimizu. Vorige maand was hij er in Calgary dicht bij, 34,37. ,,Het houdt me gemotiveerd. Maar het is een gegeven dat hoe sneller je wordt, hoe moeilijker het is om jezelf te verbeteren. Ik reed die 34,37 vroeg in het seizoen. Het zou goed zijn geweest als we wat later in het seizoen op de snelle banen hadden gereden.'' De kans op verbetering van het wereldrecord was dan groter geweest. ,,Ach, de komende jaren ben ik toch van plan om sneller te rijden, dus mijn kansen komen nog wel.''

Op de vraag wat de verschillen zijn tussen de Wotherspoon uit 1994, toen hij een fulltime sportman werd, en die van 2004, zegt hij: ,,Tien jaar geleden vond ik alles fantastisch. Nu weet ik bijvoorbeeld dat er mensen in het team zijn die niet met elkaar kunnen opschieten, dat er problemen zijn, politieke spelletjes; toen ik jong was dacht ik dat iedereen blij was om in de ploeg te zitten. Toen was ik veel gemotiveerder om elke dag te trainen. Ik kan me niet herinneren dat ik me vroeger stoorde aan ploeggenoten. Misschien irriteerde ik m'n ploeggenoten vroeger wel, omdat ik zoveel vragen had. Er zijn nu dagen dat ik liever in m'n eentje train. Ploeggenoot James Monson zei dat hij me dit weekend zou verslaan. Prima. Goed voor de teamspirit. Ik zei: `als dat gebeurt, dan stop ik met schaatsen'.''

Stoppen zonder olympisch goud zou geen drama zijn, meent Wotherspoon. ,,Olympisch goud is geen obsessie. Natuurlijk zou ik er één willen hebben.'' Zouden de Canadezen niet anders naar hem kijken als olympisch kampioen, voor de rest van zijn leven? ,,Misschien, maar dat kan me niks schelen. Ze weten toch niet genoeg van schaatsen om te kunnen oordelen over mijn carrière.'' De titel van Canadees sportman van het jaar is nog ver weg. ,,Vorig jaar won een golfer, een jongen die werper is bij de LA Dodgers werd tweede: beiden geen sportmannen in de zin dat ze er elke dag hard voor moeten trainen. Ze oefenen. Golfers en honkballers voelen geen pijn. Tenzij ze door een bal worden geraakt.''