Ebola helpt het uitsterven

De schedel en beenderen van een gorilla zijn de stille getuigen van de slachting die de ziekte ebola aanricht onder dieren in Centraal Afrika. Vijf ebola-uitbraken waren er de afgelopen twee jaar in Congo Brazzaville en het aangrenzende deel van Gabon. Het verband met sterfte onder dieren wordt steeds duidelijker. De eerste patiënt van iedere reeks was steeds een jager die een gorilla, chimpansee of een duikerbok, een kleine antilope had geslacht. Bij de vijf uitbraken overleden in totaal 264 mensen.

Tijdens en voorafgaand aan zo'n uitbraak vonden onderzoekers in de buurt van dorpen – vaak op aanwijzingen van dorpsbewoners – altijd ettelijke overblijfselen van dode grote zoogdieren (`Science', 16 jan). Dat is opvallend want dierenlijken, zelfs die van grote dieren, verdwijnen in het oerwoud zo snel dat er zelden dierenresten worden gevonden.

Uit de dierenlijken isoleerden de onderzoekers acht verschillende ebola-stammen. Dat betekent dat de dieren steeds opnieuw worden besmet.

Het ebolavirus decimeerde de afgelopen jaren gorilla- en chimpanseepopulaties in het gebied. Van de gorilla's verdween meer dan de helft. Van de chimpansees is nog 10 procent over (zeven dieren).