`Doldrieste Jos' denkt in het groot

De gouverneur van de stadsprovincie Jakarta gaat als een bulldozer te werk. Nu pakt hij de files aan met een peperdure busbaan naar Colombiaans model.

'Koning van de Uitsmijters', `IJzeren Vuist', `Doldrieste Jos', het zijn niet bepaald koosnamen die de Jakartanen de afgelopen zes jaar voor hem bedachten. Luitenant-generaal b.d. Sutiyoso is dan ook niet de Man van het Volk, hij is de Man van de Stad. Althans, zo ziet hij zichzelf. Als de mannetjesputter die de heksenketel Jakarta opstoot in de vaart der wereldsteden. ,,Wie hier genoegen neemt met middelmaat, kan beter iets anders gaan doen'', aldus de gouverneur van de stadsprovincie.

Sutiyoso denkt in het groot en laat zich niet afleiden door de sores van het grut. Krotbewoners zonder grondcertificaat krijgen één waarschuwing en dan gaan de gummiknuppel en de bulldozer erover. Een luxe winkelcentrum past zoveel beter in het stadsbeeld.

`Jos' komt uit Semarang, Midden-Java, maar leerde de hoofdstad kennen als militaire commandant. Sinds hij de burgerscepter zwaait over Jakarta hanteert hij een heel eigen beschavingsnorm. In hetzelfde jaar dat Centraal- en Noord-Jakarta geheel onder water stonden, trok hij 14 miljard roepia (zo'n 1,4 miljoen euro) uit voor verfraaiing van de fontein op Plaza Indonesia, een rotonde in het zakencentrum. In een stad met een schrijnend tekort aan openbaar groen liet hij het park rond het Nationale Monument omheinen, want het verloederde maar door zondagse picknickers. Nu grazen binnen de omheining damherten. ,,Dat vinden ze mooi'', zegt Jos van de Jakartanen, want hij kent zijn pappenheimers.

IJzeren Jos gaat dit jaar het grootste grootstedelijke probleem van Jakarta oplossen: het verkeersvraagstuk, in gewone mensentermen: de files. Vijf jaar geleden hoorde je alleen in de piekuren `macet' (het zit vast), maar tegenwoordig is de hoofdstad permanent verstopt. Rekenmeesters weten te vertellen dat er in Jakarta een half miljoen particuliere auto's rondrijdt, eenmiljoen motoren en slechts 15.000 publieke vervoermiddelen. Van die laatste moet tachtig procent van de bevolking het hebben, maar de helft van het wagenpark verliest door achterstallig onderhoud bij iedere rit een stukje koetswerk en eenderde stoot een vettige, zwarte walm uit. Wie het zich kan veroorloven – de overige 20 procent – stapt dan ook iedere ochtend in zijn eigen Toyota, Isuzu of Volvo en komt vervolgens een uur te laat op het werk.

Jos zag het licht tijdens een werkbezoek aan Bogotá, de hoofdstad van Colombia. Daar heeft men de files verdund door invoering van een aantal vrije banen, die alleen worden bereden door comfortabele airconditioned bussen van het stedelijke vervoersbedrijf. Dat was het: een `busway'. In 2003 trok gouverneur Jos 137 miljard roepia (14 miljoen euro) uit voor de aanleg van een eerste vrije baan: van Blok M, een winkelcentrum in Jakarta-Zuid, naar Station `Kota' in Jakarta-Noord, het centrum van het oude Batavia, een traject van 14 kilometer.

Hij bestelde 56 bussen bij twee bedrijven, die bussen bouwen met Japanse koetswerken en Mercedes Benz-motoren. De prijs was pittig – volgens kenners 130 miljoen roepia (13.000 euro) per bus te hoog – maar daarvoor lieten de twee bedrijven hun personeel dan ook 's nachts overwerken, zodat ze er gisteren al dertig hadden opgeleverd. Want Jos heeft haast. Het ganse Bogotá-pakket werd gekopieerd, inclusief de aluminium abri's. Nu is Bogotá subtropisch en Jakarta tropisch, dus de wachtruimten werden zweetkamerjes. ,,Geen nood'', zei Jos, ,,dit jaar brengen we er airconditioning aan.''

,,De maatschappijen die nu weggeconcurreerd worden door de `busway', moeten de terminals van het nieuwe bedrijf gaan bedienen'', zegt Jos. Hun bezwaren wuift hij weg: ,,Die denken alleen aan hun eigen belang.'' Over een ander punt van kritiek, de gebrekkige voorlichting van het publiek, toonde Sutiyoso zich royaal: ,,Dat ging inderdaad niet zo best. Daarom heb ik besloten om de Jakartanen vertrouwd te maken met de nieuwe lijn door hem twee weken gratis open te stellen.''

Gisteren was het D-Day. Voor Jakartaanse scholen is het rapportenweek en dan hebben de leerlingen vrijaf. De terminals in Blok M en Kota werden overstroomd met tientallen duizenden dagjesmensen die voor niks een ritje wilde maken in een luxe bus. Na de eerste dag vertoonde een kwart van de bussen schade. Het buiswerk waaraan de staande passagiers zich kunnen vasthouden, had het hier en daar begeven. ,,Gebrek aan discipline'', klaagden de chauffeurs.

Maar ook zij moeten nog wennen aan het nieuwe regime: alleen stoppen bij de 23 haltes met automatische schuifdeuren. Voor de terminal van Blok M moest de bus even wachten en de chauffeur deed alvast de deur open. Daarop verdwenen alle passagiers in de berm.

Hoewel Jos beloofd heeft dat hij voortaan ook `zijn' bus neemt, heeft niemand hem gezien.