De waarde van een imperfecte postzegel

Een mooie postzegelverzameling is kapitalen waard. Dat weten niet alleen de bezoekers van postzegelveilingen, maar ook de vervalsers en de dieven.

,,Dit bevalt mij helemaal niet'', zegt een van de bezoekers van de postzegelveiling. Ingespannen tuurt hij naar een minuscuul bruin vlekje op de achterkant van een postzegel. Met een pincet pakt hij de zegel op om hem tegen het licht te houden. Daarna legt hij hem onder een opvouwbaar loepje. ,,Nee, deze neem ik niet'', besluit hij en schuift de zegel voorzichtig terug in het album.

Voor sommige postzegelverzamelaars is de achterkant van de zegel belangrijker dan de voorkant. ,,Duitsers kijken altijd naar de achterkant. Met een kleine oneffenheid daalt de zegel in waarde'', zegt Gerard Vink, taxateur en veilingmeester bij Van Dieten Postzegelveilingen. ,,Amerikanen kan het niets schelen en Nederlanders zitten daar tussenin.''

Postfrisse zegels zijn het meest geliefd. Die zien eruit of ze net van het postkantoor komen en niemand heeft eraan gelikt. ,,Met een onverstoorde gomlaag is een zegel drie tot vijf keer meer waard'', zegt Vink. Soms zijn postzegels weliswaar ongebruikt, maar is op de achterkant te zien dat een verzamelaar de zegel ooit met een smal gomstrookje in een album heeft geplakt. ,,Dat doet de prijs geen goed.'' Handige vervalsers zijn in staat op oude postzegels gomlaagjes aan te brengen die er authentiek uitzien. Een leek ziet geen verschil tussen het echte craquelé op de gomlaag van een zegel uit 1900 of het kunstmatig aangebrachte craquelé op een versgegomde zegel.

Maar het is niet alleen de gomlaag die de prijs bepaalt. Ook het poststempel is belangrijk. Een Nederlandse 5 centzegel uit 1859 is ongeveer 30 euro waard, maar bij Van Dieten is zo'n zegel verkocht voor 85.000 euro, omdat hij afgestempeld was in een kamp bij Zeist, vanwaar maar een paar weken per jaar post werd verzonden. De allereerste Nederlandse postzegel, uitgebracht op 1 januari 1852, is nog geen 100 euro waard. Een exemplaar dat op de dag van afgifte gestempeld is, brengt echter gemakkelijk 30.000 euro op. Ook fouten in het stempel – de stempels bestonden vroeger uit losse cijferstaafjes – en de kleur van de inkt – zwart was verplicht, maar blauw werd ook weleens gebruikt – bepalen de waarde. Sommige veilingbezoekers zijn vooral geïnteresseerd in misdrukken. Zoals de gepensioneerde fruitteler, die in de jaren twintig van de vorige eeuw als klein jongetje met zijn vader het veilinghuis al bezocht en inmiddels over een enorme collectie beschikt. Uit angst voor diefstal wil hij niet met zijn naam in de krant. Dat geldt voor de meeste postzegelverzamelaars. ,,Die terughoudendheid is terecht, want er wordt geregeld gestolen'', zegt Peter Storm van Leeuwen, de directeur van het veilinghuis. De laatste grote diefstal vond twee dagen voor kerst plaats. Toen is bij een verzamelaar thuis een collectie eerste emissiezegels uit 1852 gestolen. ,,Die collectie is uniek en de postzegelwereld is klein, dus de dief zal haar moeilijk kunnen slijten.''

Veilinghuis Van Dieten was ooit het slachtoffer van een gewapende overval. Een tijdje later werden de gestolen zegels aangeboden op een internationale beurs. Ze werden herkend en Van Dieten kreeg ze terug. Om te voorkomen dat bezoekers tijdens de kijkdagen een mapje postzegels in hun zak laten glijden, houden de medewerkers van het veilinghuis en surveillanten een oogje in het zeil. ,,Wij bewaken uw toekomstige eigendommen'', zegt Piet Eradus (77). Hij en Cas de Beus, eveneens gepensioneerd, werken al jaren als oproepkracht bij Van Dieten.

De speciale postzegel die afgelopen december na de geboorte van prinses Amalia op de markt kwam, zal waarschijnlijk nooit veel opleveren, verwacht Storm van Leeuwen. Niet alleen omdat de oplage hoog is, maar vooral omdat er zo veel bijzondere postzegels uitgebracht worden. ,,TPG is zeer creatief, maar ze overvoeren de verzamelaar.'' Storm van Leeuwen is sinds drie jaar eigenaar van het veilinghuis, dat al sinds 1892 bestaat.

Hij schat dat 60 procent van de bezoekers handelaar is en 40 procent verzamelaar. Het echtpaar Beugeling uit Hengelo komt deels voor de handel en deels voor zichzelf. Zij handelen in postzegels op beurzen en via internet, en mevrouw Beugeling verzamelt zelf poststukken van voor 1852, dus uit de tijd voor de postzegel. Destijds werd de prijs die betaald moest worden voor het bezorgen van een brief op de envelop geschreven. Het was de gewoonte dat de geadresseerde de bezorgkosten betaalde, maar het gebeurde ook weleens dat de afzender de porto voor zijn rekening nam. Dan stonden de bezorgkosten niet voorop de envelop, maar achterop. ,,De prijs hing af van de afstand'', zegt mevrouw Beugeling, ,,Het aantal uren gaans, zo heette dat.''

Zij is een van de weinige vrouwen. Storm van Leeuwen: ,,Ik verdenk vrouwen ervan dat ze het een kinderachtige bezigheid vinden''. Het lijkt erop dat vooral gepensioneerde mannen warmlopen voor postzegels. ,,De jeugd heeft andere bezigheden. Ik vind dit heel zorgelijk'', zegt Storm van Leeuwen. Maar volgens Piet Eradus ziet de directeur het te somber in. ,,Jongetjes vanaf een jaar of acht verzamelen postzegels. Als ze verkering krijgen en trouwen, stoppen ze ermee. Maar tegen de tijd dat ze op dat vrouwtje uitgekeken raken, pakken ze hun postzegelverzameling weer op.''

Dit is deel 14 in een serie over veilingen