De mens is van beton 3

Waarover het ging in het artikel `de mens is van beton' van Jannetje Koelewijn (W&O, 3/4 januari) was mij niet onmiddellijk duidelijk. Besproken werden: slaapdeprivatie bij ratten, epilepsie, Freud, stresshormonen, de veranderlijkheid van karakters, de seksuele identiteit, roken tijdens de zwangerschap en de kans dat het kind later met justitie in aanraking komt, en ook de sterkte van lampen in verpleeghuizen.

Bij herlezing bleek de aanleiding van het artikel de geringe therapieresultaten bij ter beschikking gestelde criminelen te zijn, maar ook de behandeling van depressies. Ik zou denken dat een van deze onderwerpen genoeg is voor een artikel, en ook dat in een wetenschapsbijlage de onderzoekresultaten van therapieën bij criminelen en depressieve patiënten worden besproken. Jannetje Koelewijn koos voor een andere benadering. Zij sprak met een psychiater en met twee neurowetenschappers, waarvan de een vooral de hippocampus onderzocht, de ander de hypothalamus. Dit te rade gaan bij neurowetenschappers ongeacht het onderwerp zien we wel vaker. Het berust op de veronderstelling dat neurowetenschappelijk onderzoek tot kennis leidt waarmee iedere vraag over hersenen en gedrag kan worden beantwoord. Het interessante van het artikel van Jannetje Koelewijn is dat zij fraai illustreert dat deze veronderstelling onjuist is.