De handkus kan mij gestolen worden

Toen ik bijna dertig jaar geleden als Poolse naar Nederland kwam, was mijn beeld van dit land niet bijzonder rooskleurig. Ik verwachtte een kille maatschappij aan te treffen, met een sterke nadruk op materialistische waarden, een onpersoonlijk bureaucratisch systeem, een harde strijd om carrière te kunnen maken en een geïsoleerd bestaan in het eigen gezin. De overvolle supermarkten en warenhuizen en het afgemeten koekje bij de koffie, waarna de trommel weer snel dichtging, bij een bezoek aan familie leken het beeld aanvankelijk te bevestigen.

Met mijn groeiende kennis van de Nederlandse taal veranderde echter ook mijn beeld van Nederland snel. Vier aspecten kenmerken volgens mij de Nederlandse maatschappij: tolerantie, redelijkheid, betrokkenheid en solidariteit. Dit besef maakt me tot een fan van Nederland.

De grootste indruk maakte destijds op mij de tolerantie. In Polen was tolerantie een randverschijnsel in intellectuele kringen en studentengroepen, in Nederland was het een breed gedragen principe. Ook in het gereformeerde Kampen werd ik zonder problemen als katholieke bruid verwelkomd.

Wat mij ook verwonderde was het respect voor het individu: vrouw, analfabeet, homoseksueel en werkloze. In de hiërarchische en seksistische Poolse maatschappij sprak dit allerminst vanzelf. Gelijk behandeld worden met een man is voor mij nog steeds een kostbare verworvenheid. Een Poolse handkus en het charmant aannemen van je jas kunnen me gestolen worden – al ken ik de klacht van bevriende landgenotes die zich in Nederland minder vrouwelijk voelen.

In mijn ervaring zijn de meeste Nederlanders – en zelfs sommige instanties – redelijk. Zij zijn bereid te luisteren, en leveren zich niet zo gemakkelijk over aan emoties als ik gewend was in Polen en in Rusland. Ik weet dat sommige Oost- of Zuid-Europeanen de heftige gevoelens in de Nederlandse volksaard missen. Maar ik verkies het de hysterische aanvallen in de romans van Dostojevski te bestuderen in plaats van ze in werkelijkheid te ervaren. Redelijkheid betekent niet dat Nederlanders verstoken zijn van emoties. Het betekent veeleer dat de Nederlander ook in zijn emoties rekening houdt met de ander.

Het was voor mij onbegrijpelijk dat zoveel mensen in Nederland aan vrijwilligerswerk doen, terwijl Nederland zo'n prachtige verzorgingsstaat heeft opgebouwd. Dit vormde voor mij ook een bewijs dat individualisering beslist geen harde, egocentrische en egoïstische individuen hoeft te kweken. Ook de charitatieve acties voor de Derde Wereld en Oost-Europa ontvingen altijd veel steun van de Nederlanders. Toegegeven, soms doet dit wat naïef aan en wordt het gekritiseerd als het afkopen van het geweten. Maar is dat niet beter dan cynisme en toezien in zelfgenoegzaamheid?

De liefde voor Nederland maakt mij niet blind voor zijn feilen. Het is treurig om te zien hoe de Nederlanders hun land met steeds meer snelwegen asfalteren en met beton volbouwen. Evenmin begrijp ik het enthousiasme van de Nederlanders voor een middeleeuws instituut als het koningshuis. Ik denk echter dat het geklaag over het verval van de maatschappij dat zich de laatste tijd als een inktvlek over het land verspreidt, overdreven is.

Misschien zouden de Nederlanders wat trotser moeten zijn op datgene waarin zij zich van andere volkeren onderscheiden. Maar juist als ze die trots nadrukkelijker ten toon zouden spreiden, zou mijn liefde voor de Nederlanders waarschijnlijk snel bekoelen.

Jola Jakson, Docente filosofie aan de Educatieve Faculteit Amsterdam.