De grenzen dicht!

Buitengewoon belangrijk is het overzicht over het met succes opnemen van nieuwe groepen buitenlanders. Ik deel de optimistische conclusie echter niet. Want vergelijkingen van de Turkse en Marokkaanse groepen met door Van Eijk genoemde andere groepen gaan onvoldoende op.

1. Bij de Turkse en Marokkaanse groepen is sprake van relatief veel grotere groepen mensen dan eerder het geval was.

2. Er is duidelijk sprake van gettovorming in de grote steden.

3. Na circa 1980 was de Nederlandse politiek: behoud van eigen taal en cultuur en daarmee van de eigen identiteit. Het vasthouden aan het lidmaatschap van de eigen groep en het eigen geloof versterkt dit proces. De rampzalige gebeurtenissen op 11 september 2001 hebben eveneens een integratiebelemmerende werking.

4. De door Van Eijk genoemde groepen verschilden in cultureel opzicht niet volledig van de Nederlandse samenleving, zoals de Turkse en Marokkaanse groepen dit wel doen. Er was of een Europese achtergrond (Italianen, Spanjaarden), of een binding door taal en geschiedenis (Nederlands-Indiërs, Surinamers, Antillianen, Molukkers). En naar geloof waren de verschillen ook veel minder.

5. Ten slotte was er bij de andere groepen veelal de wens zich in de Nederlandse samenleving zo goed mogelijk een plaats te verwerven. De werkloosheid en het gebruik van de sociale voorzieningen onder deze groepen waren dan ook niet opvallend hoger. Van de Turkse en Marokkaanse bevolking neemt 50 procent deel aan het arbeidsproces. Ter vergelijking: van de Surinamers is dit 71 procent en van de autochtonen 70.

Volgens het SCP heeft bijna 30 procent van de Turkse/Marokkaanse 15- tot 64-jarigen een uitkering, tegen 12 procent van de autochtonen. Sinds circa 2002 wordt door gemeenten en sociale instanties scherper gecontroleerd of er, bij wie dan ook, niet sprake is van misbruik van sociale voorzieningen. Dergelijke processen zijn nieuw en geven reeds aanleiding tot de conclusie van Paul Scheffer dat `Verzorgingsstaat en Immigratieland elkaar niet verdragen' (NRC, Opinie, 10 januari).

Om de gevreesde, nog ernstiger toekomstige sociale problemen te beperken zal Nederland onorthodox kleur dienen te bekennen. Allereerst zou als algemeen beleid aanvaard kunnen worden dat een verdere groei van de bevolking wordt tegengegaan. Dat er zelfs gestreefd wordt naar vermindering van de bevolking. Nederland is na Bangladesh het dichtstbevolkte land ter wereld.

Verder worden de noodkreten vanuit de grote steden nog serieuzer genomen. Beperking van de verdere gettovorming door het niet meer toelaten van leden van bepaalde minderheden in wijken waar zij al oververtegenwoordigd zijn is noodzakelijk. Huwelijksimmigratie kan belemmerd worden, mede gegeven het algemene beleid van streven naar vermindering van de bevolking. Er wordt intensief samengewerkt met vertegenwoordigers van minderheidsgroeperingen, de sociale problematiek wordt een gedeelde problematiek.

Van Eijk zegt terecht dat integratie een proces van decennia is. De politiek zal zich hierop moeten richten. Huidige, almaar voortdurende integratiebelemmerende factoren dienen te worden afgekapt. Nu kan dat nog.