Beleggen voor oenen

Een lezer beschrijft zichzelf als een kei op zijn vakgebied, die dag en nacht werkt en meer verdient dan hij op kan maken. Maar omdat hij een oen in geldzaken is, vertrouwde hij zijn overtollige gelden jaren geleden toe aan iemand van een effectenkantoor, die er op past. Een aardige, gereformeerde Donner-achtige man, net als de lezer zelf, die af en toe belt om heel rustig over de koop of verkoop van aandelen en obligaties te praten. De term vermogensbeheerder zegt deze lezer niets, maar dat is wel de functie van de man, die hem met een beperkt verlies (op papier) door een lange, barre beurswinter sleepte.

Maar ook aardige mannen wisselen van effectenkantoor. Daarom viel er onlangs een brief op de mat. Het kantoor, onderdeel van een financieel concern, schreef dat de vermogensbeheerder en een collega de burelen hadden verlaten en daarom kon het vermogen van de lezer niet langer beheerd worden. `Graag vernemen wij waar wij uw portefeuille naar mogen overboeken.' Een ongewoon verzoek. Bedrijven vechten voor iedere klant en euro, en dit effectenkantoor zet zomaar een forse portefeuille bij het vuilnis. Onverklaarbaar. Daar raakt een financiële oen van in paniek: `Het zijn toch geen drugsgelden!'

Uit de Engelstalige website van het kantoor blijkt dat men niet meer echt warm loopt voor het beheer van particulieren. Het zal te weinig opleveren, en veel klanten zijn de laatste jaren ontevreden over hun vermogensbeheerder. Wat nu? Je vermogen door anderen laten beheren? Dat kan. Jezelf omvormen tot een (actieve) belegger? Niks voor oenen. Wat dan? Je moet beginnen met een financieel plan te (laten) maken. Daarin staan de doelen, wensen en risico's van jou en je eventuele gezin. Daaruit moet volgen in welke beleggingscategorie je hoeveel geld stopt en voor hoe lang. Het beleggingsplan volgt dus uit het totale plan.

Wanneer je bijvoorbeeld van plan bent om over een paar jaar een groter huis te kopen, dan zijn effecten niet het meest geschikte betalingsmiddel, door het koersrisico. Wil je eerder stoppen met werken, dan zijn obligaties eerder dan aandelen weggelegd voor oenen. Doe je wat voor de studie van je kinderen, dan kunnen aandelen – onder meer door de lange beleggingshorizon – wél.

De hardwerkende lezer maakte geen plan, want daar had hij nooit van gehoord. Hij had altijd wat geld over en liet dat beleggen in effecten. Die portefeuille zag er eind 2003 procentueel zo uit: aandelen 51 procent, obligaties 43 procent en contant op een rekening 6 procent. Zo'n verdeling met obligaties bevelen banken vaak aan om het koersrisico van de aandelen te temperen, hoewel dat soms anders uitpakt, zoals hier. De aandelen leveren 4,5 procent op vergeleken met de in het verleden geïnvesteerde bedragen, exclusief de uitgekeerde en niet herbelegde dividenden. Het obligatiefonds van ING Bank minus 12,5 procent, inclusief herbelegde rentes. Deze portefeuille met alleen aandelen, dus zonder obligaties, zou circa 15.000 euro meer waard zijn. Maar dat is wijsheid achteraf.

Het goed gespreide aandelendeel zit gelijkmatig verdeeld in acht bedrijven, waarvan ASML eruitspringt met een rendement van 97,5 procent. ING volgt met 21,5 procent en TPG met 20 procent. Fortis, Heineken, KPN, Reed Elsevier en Unilever geven geen positief resultaat. Er is geen aanleiding om de aandelen te verkopen. Je kan er hooguit een beetje mee schuiven en winst nemen door (op dit moment) een deel van ASML en ING te verkopen en daarvoor Koninklijke Olie aan te schaffen. Dat aandeel is uit de volksgunst geraakt en staat weer op het koersniveau van precies vijf jaar geleden. Nou en? De winst op ASML en ING is ook behaald door op een vermeend dieptepunt bij te kopen.

Voor een oen zijn dit suggesties waarvan hij in verwarring raakt, nu de steun van zijn Donner is weggevallen. Daarom is een gesprek met zijn effectenkantoor aan te raden. Niet telefonisch, maar onder vier ogen, in Amsterdam – daartoe nodigt hun brief ook uit. Misschien willen ze de portefeuille nog een poosje handhaven. Komt tijd, komt raad. Je kan dan het best iemand meenemen die verstand van beleggen heeft, een niet-oen, anders heeft zo'n gesprek geen nut. Maar het opstellen van een financieel plan heeft de hoogste prioriteit.