Ambitieuze skibond zoekt springtalent

Blessures en maatschappelijke carrières hielpen de olympische aspiraties van het Nederlandse skispringteam dit seizoen om zeep. Hoe nu verder met de Nederlandse schansspringsport?

Drie van de vijf skispringers uit het Nederlandse team beëindigden eind 2003 voortijdig hun carrière. Blessureleed, andere dan sportieve aspiraties en het mislopen van de gedroomde Olympische Spelen van Salt Lake City waren daar debet aan. Met de twee overgebleven springers wil de Nederlanse Ski Vereniging (NSkiV) nog steeds naam maken op de schans. Heeft het nationale skispringen nog toekomst?

,,Binnen de skivereniging is gekozen voor een aantal speerpunten'', verklaart technisch coördinator Marcel Looze het beleid. ,,Uiteindelijk werd gekozen voor alpineskiën, snowboarden, rolskiën en schansspringen. Voor die sporten is vervolgens een kader samengesteld met drie niveaus: breedtesport, talentontwikkeling en topsport. Bij skispringen viel de eerste af, aangezien er niet veel schansspringers zijn in Nederland die op recreatief niveau willen springen. Momenteel zijn er twee verenigingen. Eén in Bergschenhoek met een kleine eigen schans en één in Soesterberg.''

Het team kreeg gestalte toen schansspringer Jeroen Nikkel zich in 2001 kwalificeerde voor de finale van de traditionele wereldbekerwedstrijd op nieuwjaarsdag in Garmisch-Partenkirchen. Prompt kwam de NSkiV met ambitieuze plannen. Looze: ,,De prestatie betekende dat hij bij de beste vijftig van de wereld zat, voor Nederlandse begrippen een goede prestatie. Dat was in de aanloop naar de Spelen van Salt Lake City. Om daarheen te mogen moest je individueel bij de eerste vijftien in de World Cup eindigen. Dat was erg moeilijk. Als landenteam kon je naar de Spelen als je twaalfde werd, veel reëeler voor Nederland. We hebben toen een team van vijf atleten geformeerd. Dat werd met enthousiasme ontvangen.''

De goede voornemens ten spijt raakten Jeroen Nikkel en de geboren Oostenrijker Ingemar Mayr geblesseerd, waardoor de olympische missie uitliep op een mislukking. De vraag dringt zich op of het verstandig was met een beperkt aantal sporters een ploeg te formeren. Looze: ,,Als je niks doet, win je sowieso niet. Het noodlot sloeg toe en met drie mensen kun je nu eenmaal geen team vormen. Dat is heel teleurstellend. Je moet concluderen dat de omvang op dat moment te gering was.''

Ingemar Mayr beëindigde zijn carrière wegens blessureleed na een ongeluk in een windtunnel en het ontbreken van een persoonlijke sponsor. Nikkel besloot te stoppen vanwege studie en een kwetsuur aan zijn elleboog. Niels de Groot volgde zijn voorbeeld en stelde maatschappelijke ontwikkeling boven een sportieve carrière. Daardoor is de hoop gevestigd op de overgebleven Boy van Baarle (20) en de geboren Oostenrijker Christoph Kreuzer (22). ,,Het is de bedoeling dat zij structureel in de finale komen'', stelt de technisch coördinator. ,,De potentie daarvoor bestaat maar beide springers missen nog routine. Kreuzer wisselt fenomenale sprongen met slechte af en Van Baarle bevindt zich nog in de opbouw. Alleen door regelmatige training kunnen zij constanter worden.''

De subsidie voor het schansspringen wordt ook gespendeerd aan de ontwikkeling van Nederlands talent. ,,Vijftien talenten tussen de vier en veertien jaar worden momenteel intensief begeleid. Zij staan tot maximaal tachtig dagen per jaar op een schans. De basis wordt gelegd in Nederland, maar het grootste gedeelte van de training vindt plaats in Duitsland. Een aantal boekt al leuke prestaties en eindigt bij wedstrijden bij de eerste tien. De eerste stap is om in de leeftijdscategorie van voren te zitten, dan goed in de Continental Cup (de kweekvijver van de wereldbeker, red.) te presteren en tot slot de sprong naar de wereldbeker te maken.''

De gestopte Ingemar Mayr ziet de toekomst van het Nederlandse schansspringen allesbehalve zonnig tegemoet. ,,Ik denk jammer genoeg niet dat ze het waarmaken'', zegt Mayr. ,,Het niveau is gewoon echt slecht. Ik baseer me puur op hun prestaties. Bij trainingen springen de Nederlanders zeventig meter waar anderen honderdtwintig springen, dat zegt toch alles? Ik moet zeggen dat ze nu goede trainers (de Oostenrijkers Horst Tielmann, Ernst Wimmer en de Sloveen Bogdan Norcic, red.) hebben. Dat is ook wel eens anders geweest met de vorige trainer (de Sloveen Vasja Bajc, red.).''

Volgens Mayr dient de NSkiV zijn structuur te veranderen. ,,Ze moeten investeren op financieel en sportief gebied. Er zitten daar te veel meelopers. Je moet niet alleen willen meedoen, maar ook willen winnen. De skivereniging moet meer aan topsport denken.''