Wij maakten de wolken

Voordat het daglicht ontstond, was de zon een man die egocentrisch alleen maar zijn eigen kleine gebiedje verlichtte. Toen hij op een dag door kinderen in zijn nekvel werd gegrepen, gooiden ze hem in de lucht, en daar bleef hij hangen. Vanonder zijn oksels geeft hij sindsdien licht dat de gehele aarde verwarmt. Op de momenten dat hij zijn arm laat zakken, wordt het weer donker, wanneer hij zijn arm weer verheft, breekt de nieuwe dag aan.

Deze versie van het scheppingsverhaal dicht de mens veel meer initiatief toe dan die waarmee wij bekend zijn. Hoe delen van die schepping verder tot stand kwamen, is te lezen in de onlangs in Nederlandse vertaling uitgekomen Liederen van de blauwkraanvogel, samengesteld en naar het Afrikaans vertaald door de Zuid-Afrikaanse dichter Antjie Krog, waarin 41 /Xam-gedichten en liederen zijn opgenomen (de vermelding van `/' voor Xam staat voor een van de klikgeluiden die binnen de fonetiek van het /Xam veelvuldig gebruikt werden). Zo vertelt `Het meisje van de eerste mensen dat sterren gemaakt heeft':

de as van het houtskoolvuur dat hier ligt moet de melkweg worden

overal langs de lucht moet het wit zien

de sterren moeten buiten de melkweg staan maar de melkweg blijft de melkweg

de sterren moeten voorbij de melkweg schieten

voortschieten in hun voetsporen

de lucht ligt stil

het zijn de sterren die draaien terwijl ze voortschieten en in elkaars voetsporen treden

de sterren worden wit wanneer de zon opkomt

komt de nacht dan worden ze rood

dan begint de melkweg langzaam te gloeien

en ligt de aarde als as in het licht

In 2002 kwam van Antjie Krog de bundel Met woorde soos met kerse uit, waarvan de /Xam-gedichten een onderdeel zijn. In de oorspronkelijke Afrikaanse editie brengt Krog dichterstradities van tien inheemse talen samen, waaronder die van het Xhosa en het Zulu, maar dus ook het /Xam. De oorspronkelijke taal van deze bosjesmannen – een benaming die juister is dan het lange tijd gebezigde San, omdat San `zwerver' betekent, en dus veel kwetsender is – is geheel verdwenen. De groep is zelf inmiddels teruggebracht tot zo'n 25.000 mensen, die alleen nog leven in de Kalahariwoestijn. En dat is een tragisch gegeven wanneer je bedenkt dat ze ooit het hele Afrikaanse subcontinent bewoonden.

Dat hun gedichten, liederen, verhalen en tradities aan ons zijn overgeleverd, is te danken aan de taalkundige Wilhelm Bleek en zijn schoonzusje Lucy Lloyd, vertelt Krog in haar inleiding. Hoewel Bleek en Lloyd in 1855 naar Zuid-Afrika emigreerden om de grammatica van het Zulu vast te leggen, beseften ze dat het vooral de /Xam-cultuur was die werd bedreigd. Hun leefgebied viel in handen van boeren. Ze werden doelwit van georganiseerde jachtpartijen van de veeboeren of gearresteerd omdat ze op `verboden terrein' kwamen. Bleek nam een aantal gevangenen op in zijn huis, met de bedoeling hun verhalen op te tekenen. Van vijf van deze vertellers zijn nu verhalen, gedichten en liederen in de Nederlandse bloemlezing opgenomen.

Het bereik van Met woorde soos met kerse is breder dan de Nederlandse editie die nu is verschenen, omdat in de eerdere bundel verschillende orale tradities worden geïnventariseerd die in Zuid-Afrika onbekend waren, van volken en die ook niet van elkaar op de hoogte waren. In de Nederlandse selectie en vertaling komt maar een van deze bevolkingsgroepen over het voetlicht.

Wat levert de Nederlandse vertaling dan wél op? De geschiedenis van een verloren gegane cultuur, maar ook prachtige poëzie. De bedreiging van de /Xam-cultuur wordt bijvoorbeeld beschreven in `Hoe de mist voorspelt dat er een commando op komst is':

in de tijd toen we nog niet werden aangevallen

toen ze alleen nog maar van plan waren om ons aan te vallen

was er die ochtend mist, dáár

het was onze mist

toen schoten ze op ons in de mist

toen maakten we wolken

ons bloed begon te roken

het voelde alsof de mensen op ons schoten

in de mist

daarom maakten we wolken nog vóór ze

bij ons waren

daarom zeiden sommigen: er is een gevecht

op komst.

Opvallend is dat dingen, elementen en dieren een gezicht krijgen zonder dat de personificaties geforceerd aandoen. Maar ook de beschrijvingen van rituelen, initiatieriten van jonge mannen en vrouwen, stervensbegeleiding en persoonlijk leed (`//Kabbo die graag naar huis wil om weer naar verhalen te kunnen luisteren') zijn buitengewoon boeiend.

Je kan je afvragen of de bundel niet vooral cultureel-antropologisch interessant is: de gedichten en liederen laten veel intimiteiten van de bosjesmannencultuur zien, maar dat is toch niet alles. Er staan behalve mooie verhalen verrassend directe liefdesgedichten in als `Het lied van de ster': `opent de leliebloem zich?/ de goudsbloem is een bloem die zich opent/ open jij je?/ de goudsbloem is een bloem die zich opent'. Zo'n gedicht heeft dezelfde onmiddellijke aantrekkingskracht als de simpele en effectieve rotstekeningen waarvan er verscheidene in de bundel zijn gereproduceerd.

Uit alles blijkt met hoeveel zorg en liefde Bleek de gedichten anderhalve eeuw geleden heeft opgetekend. Krog is met dezelfde aandacht te werk gegaan, en het is te hopen dat er ook nog bloemlezingen uit andere culturen volgen.

Antjie Krog (red.): Liederen van de blauwkraanvogel. Uit het Afrikaans vertaald door Robert Dorsman. Podium/Novib, 160 blz. €16,–

Antjie Krog opent vanavond het Haagse festival Winternachten, waar ook `Liederen van de blauwkraanvogel' gepresenteerd zal worden. Inl. www.winternachten.nl