Te water

Tussen mijn zesde en mijn tiende wilde ik zeekapitein worden. Ik was dan ook heel erg blij toen ik van mijn moeder een kapiteinspet kreeg, zo'n witte met een gouden ankertje erop.

Je moet tenslotte klein beginnen. Ik hield mijn pet het liefst dag en nacht op, zo stoer vond ik mezelf. 's Nachts droomde ik dat ik op de oceaan voer op een marineschip. Overdag was het nog veel leuker, want dan werd er soms naar me gesalueerd.

Op een middag in de zomer nam mijn moeder me mee naar het kindercircus, dat op een veldje bij een kanaal stond. Ik verheugde me erop, want in het circus lopen er wel meer in uniform. Trots stapte ik rond voor de ingang, terwijl mijn moeder de kaartjes kocht. Ik salueerde naar iedere pettendrager die ik tegenkwam.

Terwijl ik op mijn moeder wachtte kwam er ineens een dronken reus op me af: hij was zeker twee meter lang en zijn blote armen zaten vol tatoeages van draken en zeemeerminnen. Vooral op die zeemeerminnen was ik jaloers, want dat leek me nou echt iets voor mijn kapiteinsarmen. Maar er was weinig tijd om door te fantaseren, want ineens graaide de reus mijn pet van mijn hoofd en wierp hem in het kanaal. Ik was zo verbaasd dat ik vergat te huilen. Ik dacht alleen: daar gaat mijn carrière ter zee. Ik werd nu ontzettend boos. Hoe durfde die reus een kapitein zijn pet af te nemen!

Gelukkig kwam mijn moeder er toen aan. ,,Kom, we mogen naar binnen'', zei ze. ,,We zitten vooraan, vind je dat niet fijn?'' Maar ik wilde helemaal niet naar binnen en wees naar de reus die aan de rand van het kanaal stond te lachen naar mijn pet. ,,Hij heeft mijn pet in het water gegooid'', riep ik.

Even stond mijn moeder stil om diep adem te halen. Daarna sloop ze op de reus af. Toen ze vlak achter hem stond gaf ze hem een klein duwtje. De reus wankelde en probeerde zich om te draaien om te zien wie hem dat duwtje gaf. Maar terwijl hij dat deed, verloor hij zijn evenwicht en viel in het water. ,,Je geeft die pet aan mijn zoon terug, of ik bel de politie'', brieste mijn moeder. Als een mak lammetje zwom de reus naar het midden van het kanaal en viste de pet op. Daarna keerde hij terug naar de wallekant en klom op de kademuur. Mijn moeder zette haar armen in haar zij en keek hem dreigend aan. De reus liep naar haar toe. ,,Het was een grapje'', zei hij beduusd. Mijn moeder antwoordde: ,,Ik vind toch echt dat je daar een beetje te groot voor bent.'' Ze pakte hem de pet af en trok mij mee naar de circustent.

Toen de laatste leeuw door een brandende hoepel was gesprongen was mijn pet weer droog. En ik was heel erg trots op mijn moeder. Ook namens alle andere kapiteins ter wereld.