Snelbrabbel

Bouwvakkers en mensen die op een werf of in een machinehal werken, kun je ook in hun vrije tijd identificeren. Ze praten iets harder dan kantoorpersoneel en hun articulatie is scherper. De verklaring ligt voor de hand. Als je van bouwsteiger tot bouwsteiger je verstaanbaar moet maken, of het geluid van een klinkhamer overstemmen, ben je verplicht je stem flink te verheffen. En omdat het werk in de bouw fysiek gevaarlijker is dan dat op kantoor, kun je je geen misverstanden veroorloven. In de bouw wordt nu meer en meer gebruikgemaakt van nieuwe technieken en draadloze intercom, en de Nederlandse scheepsbouw is nagenoeg opgeheven. Een onverwacht gevolg kan zijn dat daarmee een paar van de laatste groepen waarin betrekkelijk langzaam en gearticuleerd wordt gesproken, op het punt van verdwijnen staat.

`Vervlakt de intonatie?' vraagt Vincent J. van Heuven van het Fonetisch Laboratorium van de Universiteit Leiden zich af. `Ouderen kunnen jongeren maar moeilijk verstaan. Ze praten te snel, te slordig en vooral te monotoon', schrijft hij in het maandblad Onze Taal. (januari 2004). Vergeleken met de zinsmelodie van het Duits en het Engels was de Nederlandse al vlak. Dat, hebben sommige taalgeleerden geopperd, zou dan kunnen samenhangen met het gebrek aan bergen in ons land. Een leuke hypothese, maar bij gebrek aan wetenschappelijk onderzoek kom je daar niet verder mee. Dat hoeft ook niet, want daar gaat het niet over. Verandert ons taalgebruik, wordt er nu sneller, monotoner en minder gearticuleerd gesproken dan vroeger? Daarover bestaat wel onderzoek, en de uitkomst is: ja. `Uit twee onderzoeken blijkt dat jonge Nederlandse mannen vlakker spreken dan oudere mannen.' Voor vrouwen geldt hetzelfde. Met alle wetenschappelijk voorbehoud volgt dan de conclusie `dat de Nederlandse zinsmelodie inderdaad aan het vervlakken is.' Op de oorzaken gaan de onderzoekers niet in.

Toevallig breng ik vijf dagen per week een bezoek aan mijn eigen Laboratorium. Dat is de Amsterdamse tramlijn drie, die 's ochtends tussen een uur of acht en half negen per rijtuig een stuk of vijftig, zestig kinderen, allemaal pubers, vervoert, naar drie scholen. Een minderheid zit nog wat huiswerk te maken, de anderen zijn aan het praten. Ik let op. Waar hebben ze het over? Dat hangt van de tijd van het jaar af. Tegen Pasen gaat het over de rapportcijfers. Nu vooral over andere kinderen, cd's, dvd's, en bij de jongens ook over wat ze van bepaalde meisjes vinden, wat ze de afgelopen avond hebben beleefd, en dat ze van plan zijn een bepaalde tegenstander te grazen te nemen. Dat gaat met boksbewegingen gepaard.

Ik herken dus wel de onderwerpen, maar wat ze precies tegen elkaar zeggen is me hoofdzakelijk een raadsel. Daarbij kom ik tot dezelfde conclusies als het Leids Fonetisch Laboratorium. Het gaat me te snel en het is te vlak. Maar hoe komt dat? Veel van mijn reisgenoten zijn van Marokkaanse afkomst. In Marokko wordt sneller gesproken dan hier. Ze brengen de snelheid van de moedertaal van hun vader en moeder over in hun gesproken Nederlands. En nu, na jaren van luisteren in deze schooltrams, begin ik te vermoeden dat het Marokkaanse tempo voor kinderen van Nederlandse afkomst een zeker prestige heeft. Onmiskenbare kaaskopjes hoor ik op dezelfde manier raffelen, waarbij ze ook de dieper uitgesproken Marokkaanse g kopiëren.

Of daardoor de articulatie vervlakt, is een andere vraag. De meeste Fransen spreken hun taal sneller dan wij de onze, en bovendien per zin in één vloeiende, melodieuze beweging. Het duurt een poosje voor je, al luisterend, leert ontdekken waar het ene woord ophoudt en het volgende begint. En nog veel langer voor je zelf ook in staat bent min of meer op die manier iets samenhangends te laten horen. Althans, dat je dit denkt. Het is dus de vraag of het verval van de articulatie en de verhoging van de snelheid in het gesproken Nederlands oorzakelijk samenhangen, dan wel dat er afzonderlijke oorzaken in het spel zijn.

Een andere afdeling van mijn Laboratorium is de radio. En niet vandaag of gisteren, maar ik weet niet meer hoe lang geleden al is me opgevallen dat de dj's een nieuw soort Nederlands tot ontwikkeling hebben gebracht, of nog in ontwikkeling hebben. Een soort totaal versimpelde basistaal die je half balkend, half brakend moet uitspreken. Balken en braken gaan sowieso al niet samen met scherpe articulatie. Maar dj's hebben wel prestige.

Voeg de invloed van de dj's bij de Marokkaanse snelheid, en misschien heb je dan de oorzaken van het verschijnsel dat in dit nummer van Onze Taal wordt beschreven. Dit is mijn hypothese.