Shi'ieten nu probleem voor VS in Irak

De eis van de shi'itische geestelijk leider groot-ayatollah Ali Sistani van verkiezingen in Irak brengt de Amerikaanse plannen voor de soevereiniteitsoverdracht in problemen.

De shi'itische meerderheid in Irak vormde in de eerste maanden na de omverwerping van Saddam Husseins bewind nauwelijks een probleem. De sunnieten in het midden van Irak, die onder Saddam en ook daarvoor de bovenlaag vormden, waren hoofdproducenten van het geweld tegen de Amerikaanse troepen en hun Iraakse en buitenlandse bondgenoten. De shi'ieten in het zuiden van het land stonden weliswaar niet te juichen bij de Amerikaans-Britse invasie, maar zij bleven na Saddams val relatief rustig en maakten een voorzichtig begin met de wederopbouw.

Maar het doorgaande sunnitische geweld lijkt haast kinderspel in vergelijking met de hindernissen die de shi'ieten nu voor de Amerikanen opwerpen in de persoon van hun belangrijkste geestelijk leider, groot-ayatollah Ali Sistani. Hij eist democratische verkiezingen voor de nationale assemblee waaruit volgens de huidige Amerikaanse plannen voor 1 juli een nieuw Iraaks interim-bewind moet voortkomen. Democratische verkiezingen betekenen een doorslaggevende rol in het nieuwe Irak voor de al sinds de Britse overheersing [na de Eerste Wereldoorlog] gemarginaliseerde shi'ieten.

De Amerikanen en een deel van de Iraakse regeringsraad (met name sunnieten en Koerden) zeggen dat verkiezingen op zo'n korte termijn fysiek onmogelijk zijn, onder andere wegens het geweld en omdat er geen kiezerslijsten zijn. Hoogste bestuurder Paul Bremer heeft gezegd ,,groot, groot respect'' te hebben voor de ayatollah, ,,een groot leider met een diepe traditie die een groot aantal Irakezen vertegenwoordigt''. Er moet volgens hem inderdaad een legitieme regering komen, maar algemene verkiezingen vergen te veel tijd. Anders houden de Amerikanen het nog twee jaar voor het zeggen, waarschuwde het sunnitische regeringsraadlid Adnan Pachachi gisteren nog.

De Amerikanen zijn wel bereid het selectieproces voor de nationale assemblee aan te passen, mogelijk via regionale partiële verkiezingen, om tegemoet te komen aan de bezwaren van de groot-ayatollah. Maar deze heeft eigen experts volgens wie het wél mogelijk is algemene verkiezingen te houden. En anders moet het transitieproces maar wat langer duren, liet hij zondag in zijn hoofdkwartier in de heilige stad Najaf weten aan een delegatie van de regeringsraad die probeerde hem om te praten. Hij waarschuwde daarbij voor groeiende politieke spanningen en geweld als zijn eis wordt genegeerd.

In de overwegend shi'itische stad Basra gingen gisteren 30.000 betogers de straat op om te laten zien wat hij bedoelde. Sprekers kraakten het Amerikaanse plan, en betogers scandeerden `Ja, ja tegen verkiezingen!' en `Nee, nee tegen de Amerikanen!'. Vertegenwoordigers van Sistani maakten tegelijk in interviews duidelijk dat dit nog maar het begin was. Zijn vertegenwoordiger in Basra, hojatoleslam Ali al-Safi al-Mussawi, die de betoging had georganiseerd, onderstreepte dat ,,de grote menigte voor u haar mening uitdrukt dat ze niets opgelegd wil krijgen''. ,,Wij willen verkiezingen in alle politieke domeinen.''

Sistani's vertegenwoordiger in Koeweit, ayatollah Mohammed Baqer al-Mohri, ging een stap verder. Hij zinspeelde op een nieuwe fatwa (islamitisch decreet) van Sistani, tegen het Amerikaanse plan. ,,Als hij een fatwa uitgeeft zal het hele Iraakse volk de straat op gaan voor protestmarsen en demonstraties tegen de coalitietroepen'', zei hij. ,,Tot nog toe heeft het religieuze gezag de mensen afgehouden van spanningen of confrontaties met de coalitietroepen'', zei hij. ,,Om problemen te voorkomen, eis ik dat de gouverneur van Irak, Bremer, aandacht schenkt aan deze imam en naar zijn preken luistert en zijn richtlijnen en doet wat hij zegt, ongeacht wat dat is.'' Volgens de Britse BBC heeft een andere medewerker van Sistani, hojatoleslam Ali Abulhakim Alsafi, president Bush en de Britse premier Blair in een brief gewaarschuwd dat ze deze slag onherroepelijk zullen verliezen.

De Amerikanen en de Britten in Irak hebben lang gedacht dat groot-ayatollah Sistani wel zou bijdraaien. Bremers tweede man, de Britse oud-VN-ambassadeur Jeremy Greenstock, zei tien dagen geleden dat Sistani het eens was dat er te weinig tijd was voor directe verkiezingen. Amerikaanse functionarissen in Bagdad zeiden later ook nog aanwijzingen te hebben dat hij zijn standpunt verzachtte. Maar de groot-ayatollah hamert sinds juni op de noodzaak van democratische verkiezingen: eerst liep het oorspronkelijke grondwetgevend proces al vast op zijn onverzettelijke tegenstand tegen het opstellen van een grondwet door een niet-gekozen lichaam. In een fatwa ondersteepte hij toen ook de noodzaak van verkiezingen. Iedere geestelijke kan een fatwa uitgeven, maar om fatwa's van zo'n zware geestelijk leider kan geen shi'itische politicus heen.

Bremer voert nu in Washington spoedberaad en maandag praat hij samen met een delegatie van de regeringsraad met VN-secretaris-generaal Kofi Annan over een rol voor de Verenigde Naties in het politieke proces.

Groot-ayatollah Sistani heeft in december eens gezegd bereid te zijn zich te laten overtuigen als een neutrale VN-commissie tijdens een bezoek aan Irak tot de conclusie komt dat verkiezingen technisch onmogelijk zijn. Maar zijn eigen uitspraken van de afgelopen dagen, de betoging van gisteren en de waarschuwingen van zijn medewerkers wijzen in een andere richting.