Praten met je achterste

Een geheimzinnig geluid onder water in zee is eindelijk te snappen. Lang wist niemand wat het was. Je hoort het vooral in de buurt van scholen haring.

Het klinkt als het geluid van een heleboel snelle windjes tegelijk. En wat blijkt het nu te zijn? Gewoon: het geluid van een heleboel windjes tegelijk. Van die haringen. En toch is dat heel raar. Want biologen wisten niet eens dat vissen winden konden laten. Er is verder geen vis die geluid maakt met zijn poeperd. Er is zelfs geen vis die zo'n mooi hoog geluid weet te maken, hoe dan ook. Maar haringen lukt het dus. En ze doen het nog expres ook.

Vissen doen wel meer rare dingen. Maar niemand had dit ooit van haringen gedacht. Onderzoekers kwamen er laatst achter dat de haringen inderdaad het geluid zelf maken. Maar eerst dachten ze nog dat ze dat in hun buik maakten. Dat doen wel meer vissen, en dat leek de haring ook te doen. `Klaar', dachten de onderzoekers, `Geluid begrepen.' Ze wilden al hun boeltje pakken, om thuis een Dik Rapport te gaan schrijven over de haring. Maar één onderzoeker keek nog eens goed – en ja hoor. Elke keer als je het geluid hoorde, zag je ook een paar luchtbelletjes achter een haring in de school. Precies gelijk.

De Engelse onderzoekers verzonnen meteen een mooie naam voor hun bijzondere ontdekking, met een afkorting. Vertaald is die zoiets als: Wetenschappelijk Interessant Nat Dierengeluid, ofwel W.I.N.D.. Het zijn heel frisse windjes. De lucht komt recht uit de schone zwemblaas. Niet uit de darmen. Hoe onderzoekers dat weten? Als je de haringen voert en dus meer laat eten, laten ze toch niet meer winden horen.

Ook zijn het geen windjes van schrik, zoals wij die wel hebben. Als je de haringen met een haai de stuipen op de lijven jaagt, laten ze niet één windje meer vliegen. Nee, ze maken hun geluid expres. Ze doen dat vooral 's nachts. Als het donker is, en ze elkaar niet kunnen zien. En met hoe meer ze zijn, hoe meer iedere vis zich laat horen en hoe drukker er gepraat wordt.

Van dat praten moet je je niet te veel voorstellen. Misschien zeggen die haringen steeds maar weer hetzelfde: `Hier! Hier! Hier!' Maar voor vissen is dat al heel wat. En het werkt. Iedereen vroeg zich altijd al af hoe scholen haring, met wel duizenden dieren, 's nachts in donker bij elkaar weten te blijven. Nou, zo dus. Ze luisteren goed naar elkaar. En dat is soms heel handig. Neem dit verhaal:

Er zwom een haring in het Kattegat/ hij was alleen, en door en door nat

'Het is weer een grote ellende/ wat eens m'n School was, is nu een bende

de een zwemt hier, de ander daar/ Weet je wat – ik roep ze bij elkaar

toeterend met mijn haring-gat.'

Wat wel jammer is van deze nieuwe wetenschap: mensen willen die meteen gaan gebruiken. Met speciale afluisterapparaten zou je kunnen nagaan waar die scholen 's nachts zijn, en ze op kunnen vissen. Zo gaat dat.

In Rotterdam hoeven de haringen daar niet bang voor te zijn. In het Oceanium van Diergaarde Blijdorp is nu een grote school haringen te zien. Levend, en druk rondzwemmend. Je zou eigenlijk 's nachts met je zaklamp naar de belletjes moeten kunnen kijken. Overdag zijn ze stiller, maar ook mooi.