Of ze nooit hebben bestaan

Het 33ste Filmfestival Rotterdam geeft zich rekenschap van zijn eigen geschiedenis met de vertoning van nieuwe maar verloren gewaande films. Zoals de oerversie van `Shadows' van John Cassavetes.

In zijn roman The Book of Illusions uit 2002 beschrijft Paul Auster hoe een rouwende literatuurwetenschapper op zoek gaat naar het verloren gewaande oeuvre van een vermiste cineast. Verdwenen films hebben in de filmgeschiedenis altijd tot de verbeelding gesproken. Tijdens het 33ste International Film Festival Rotterdam draait zo'n film. Eerst was hij een mythe. En nu is hij teruggevonden.

Shadows van John Cassavetes, want daar gaat het om, is een geval apart. Er bestaat namelijk wel degelijk een film die Shadows heet en door John Cassavetes is geregisseerd, of `geïmproviseerd geregisseerd', zoals de aftiteling meldt. De film wordt beschouwd als een van de hoogtepunten van de Amerikaanse filmgeschiedenis. Dat schreef in ieder geval de criticus en latere experimentele filmmaker Jonas Mekas in 1958. Dat vindt ook de Amerikaanse filmrecensent Jonathan Rosenbaum. Maar ze hebben het niet over precies dezelfde film.

Mekas was een van de weinigen die in 1958 een van de drie vertoningen bijwoonde van de één uur durende oerversie van Shadows. De latere, langere versie uit 1959 vond hij veel minder baanbrekend. Als hij daar niet zo'n punt van was blijven maken, was filmvorser en Cassavetes-kenner Ray Carney vast niet op het idee gekomen zijn leven te wijden aan het reconstrueren en terugvinden van die eerste versie. Hij heeft hem nu gevonden, zegt hij. En hij neemt hem mee naar Rotterdam. Veel wil hij er nog niet over kwijt. In een e-mail schreef hij desgevraagd dat de film ,,in het bezit was van iemand die niet besefte wat het was''. En ook dat de film vast en zeker ,,vernietigd zou zijn als deze persoon ondertussen zou zijn overleden''.

John Cassavetes leefde van 1929 tot 1989. Toen hij in 1957 met aanvankelijk niet meer dan een paar duizend dollar, een groepje vrienden en een aantal toevallige passanten Shadows opnam, was hij vooral bekend als acteur, bijvoorbeeld uit Rosemary's Baby. Na de eerste vertoningen van Shadows was hij niet tevreden. De film kwam voort uit de improvisaties van deelnemers aan een acteerworkshop. Er moest meer structuur in komen. En de nadruk in het verhaal over de levens en liefdes van een multiraciale vriendenclub moest minder op het politieke en meer op het persoonlijke komen te liggen. Hij nam nieuw materiaal op en monteerde dat tussen twintig resterende minuten uit het origineel. Dat werd het meesterwerk waar de filmgeschiedenis van verhaalt.

Belangrijke vondst

Cassavetes beweerde altijd dat hij zijn eerste film verknipt had om de uiteindelijke film te realiseren. Later zei hij dat hij de originele print aan een filmschool in het midwesten van de Verenigde Staten had gegeven. Als Carney inderdaad de oorspronkelijke Shadows boven water heeft weten te halen, met zelfs nog ruim tien minuten meer materiaal dan tot nu toe werd aangenomen, dan is dat een van de belangrijkste vondsten van de hedendaagse filmarcheologie.

De losse, soms ronduit woeste stijl, waarin de camera ten dienste staat van de acteurs, in plaats van andersom, zoals destijds in Hollywood de gewoonte was, de loom-hysterische jazzmuziek, de vreemde levensfase van de personages, waarin mensen al volwassen zijn maar steeds maar geen doel in hun leven kunnen vinden, het is sindsdien allemaal veel geïmiteerd. Cassavetes beïnvloedde veel (Amerikaanse) filmmakers. Van Jim Jarmusch tot Abel Ferrara en Larry Clark. Ook de Dogma-beweging met zijn actieve camera is aan hem schatplichtig.

Shadows draait in Rotterdam in Cinema Regained, een vorig jaar op het festival geïntroduceerd programmaonderdeel waarin de filmgeschiedenis ontdekt kan worden door het herontdekken van films. Het is misschien wel de belangrijkste vernieuwing die het festival zich onder directie van Simon Field toestond. Het is in ieder geval een selectie waarvan je hoopt dat het festival zijn scheidend artistiek directeur er ieder jaar stiekem als gastprogrammeur voor terugvraagt.

In Cinema Regained geeft het festival zich rekenschap van zijn eigen geschiedenis, met veel aandacht voor Azië en onafhankelijke Amerikanen, de zogeheten `mavericks'. Het lijkt soms wel een estafette! In de documentaire Abel Ferrara: Not Guilty van Rafi Pitts vraagt de New Yorkse chroniqueur van de zelfkant Abel Ferrara aan een aspirant-actrice of ze John kent. John wie? John Lennon? (Niet zo'n vreemde associatie aangezien ze in een winkel vol gitaren staan). Maar nee, John Cassavetes natuurlijk. Ook Ferrara gaat in zijn films in New York de straat op, en boort in de duistere breinen van zijn hoofdpersonen.

Cinema Regained vertoont ook de nieuwe film van de Taiwanese grootmeester Tsai Ming-liang. In zijn vorige film What Time Is It There? bracht hij al een eerbetoon aan een van zijn inspiratiebronnen, Les quatre cents coups van François Truffaut, toevallig ook uit 1959, het jaar van de uiteindelijke Shadows.

Tsai's nieuwste film Good Bye, Dragon Inn speelt zich af in de vervallen Fu-Ho Grand-bioscoop in Taipei. Morgen wordt hij gesloopt en vanavond draait daar voor het laatst Dragon Inn, een kung-fu-klassieker van King Ho uit 1966, die alom wordt beschouwd als een van de beste kung-fu-films die ooit gemaakt is. Gelukkig is die film ook in Rotterdam te zien.

In Good Bye, Dragon Inn komen de geesten uit het filmverleden tot leven. Twee van de toenmalige hoofdrolspelers, Jun Shi en Tian Miao, zitten als oude mannen in het theater, waar Tsai's vaste hoofdrolspeler Lee Kang-sheng als operateur optreedt.

Leermeesters

Lee Kang-sheng heeft ook een film gemaakt die naar Rotterdam komt, als een van de kandidaten voor een Tiger Award, de competitie voor eerste en tweede films. The Missing lijkt sprekend op een film van Tsai Ming-liang, beheerst en krachtig, kleurrijk en strak. Je zou je meer van dat soort leermeesters wensen. De personages van Lee zijn allemaal op zoek naar iemand. Op een gegeven moment is de oppas-oma zo wanhopig dat ze haar kleindochter is kwijtgeraakt dat ze naar huis gaat om te bellen. Maar Lee Kang-sheng, naar wie ze vraagt, krijgt ze niet aan de lijn. Soms moeten hoofdpersonen het zelf maar uitzoeken.

In The Book of Illusions roept Paul Auster bij monde van zijn hoofdpersoon in detail films op die de lezer nooit zal zien. Beelden die alleen maar in de verbeelding bestaan. Het zijn recensies en filmbeschrijvingen ineen. De schrijver schrijft voor wat wij moeten zien en wat we ervan moeten vinden. Hij beschrijft de twaalf verzonnen korte films van de imaginaire komiek Hector Mann als mijlpalen van de stille film.

Later in het boek blijkt de filmmaker nog in leven. Al is hij stervend. En hij heeft nog meer films gemaakt. Die heeft nog nooit iemand gezien en zijn ook helemaal niet bedoeld om te bekijken. Eén krijgt de hoofdpersoon er te zien. Daarna gaat hij in vlammen op. In een boek kun je dat doen. Kun je een film bedenken, hem alleen door je hoofdpersoon laten bekijken en hem zo beschrijven dat de lezer voor altijd een pijnlijk gemis zal blijven voelen dat hij hem niet echt gezien heeft. Maar kan dat ook in een film? Hoe zou Paul Auster zijn eigen boek verfilmen?

In de documentaire Los Angeles Plays Itself geeft filmprofessor Thom Andersen een mogelijk antwoord op die vraag. Hij doet dat niet door iets níet te laten zien, maar juist door er heel veel van te laten zien. Hij verzamelde zo'n beetje alle films die zich in Los Angeles afspelen en toont aan dat je ook de meest gefilmde stad ter wereld door die beelden niet beter leert kennen. Betekent dat dat Los Angeles niet bestaat?

De schrijver Paul Auster was ook heel even de filmmaker Paul Auster. Halverwege de jaren negentig schreef hij de scenario's voor twee arthouse-successen Smoke en Blue in the Face, een door Wayne Wang geregisseerd tweeluik over een sigarettenzaakje in Brooklyn. Blue in the Face was het `geïmproviseerde' spiegelbeeld van Smoke. Hij werd gemaakt omdat het zo leuk was om Smoke te maken en laat zien wat er zoal op een dag in een sigarettenwinkel in New York gebeurt. De film werd door Auster meegeregisseerd, nadat Wayne Wang ziek geworden was. In 1996 beleefde hij op het Filmfestival Rotterdam zijn Nederlandse première.

In 1998 debuteerde Paul Auster echt met Lulu on the Bridge, een onderschatte film die helemaal nooit in Nederland te zien is geweest. Zelfs niet in Rotterdam, waar onafhankelijke filmmakers en dwaze auteurs doorgaans heel trouw worden uitgenodigd. Als er geen dvd's zouden bestaan, dan zou je je inmiddels kunnen afvragen of die film wel echt bestaat.

Koud kunstje

Als film alles wat zichtbaar is bestaansrecht geeft, hoe zit het dan met films die ongezien zijn of blijven? Daar gaat The Book of Illusions natuurlijk over. Als films heel lang niet te zien zijn geweest, kan het lijken alsof ze nooit hebben bestaan. Hoeveel Nederlandse filmstudenten zullen ooit een film van John Cassavetes (in de bioscoop) hebben gezien? Niet veel. En is dat erg? Misschien is het wel een voordeel dat er nu een generatie filmers ontstaat die Shadows 1 en Shadows: The Remake in de goede, chronologische volgorde kunnen zien. Of zal de Shadows die Ray Carney meebrengt eigenlijk Shadows: The Reconstruction zijn? In het als detectiveverhaal opgezette Going Inside the Heart of the Artist beschrijft hij aan de hand van getuigen en medewerkers immers al hoe de oerversie van Shadows eruit zou moeten hebben gezien.

Met de huidige digitale manipulatietechnieken moet het een koud kunstje zijn om films en filmmakers te verzinnen. De Siciliaanse stouterds Daniele Ciprì en Francesco Maresco doen dat ook in hun fake-documentaire Il ritorno di Cagliostro die ook in Rotterdam gaat draaien. Net als Paul Auster verzinnen zij een miskend filmgenie. We weten nu wel, anno 2004, dat wat we zien, in films zien, niet echt hoeft te zijn. Los Angeles, New York, de films die er spelen zijn schaduwen. Maar we hebben ze gezien. Dat is meer dan genoeg.

Cinema regained is tijdens het gehele Filmfestival Rotterdam te zien. Inl.: www.filmfestival rotterdam.com

De filmgeschiedenis steekt in het herontdekken van films