Mooie dingen maken kan ik niet

Richard Hutten ontwierp de stoelen voor het huwelijk van Máxima en Willem-Alexander. Maar in Azië is hij pas echt beroemd.

`Als ik in Japan ben, ben ik de helft van mijn tijd kwijt aan interviews. Zelfs als ik naar een opening van iemand anders ga, krijg ik nog vragen van journalisten. Mensen op straat vragen mijn handtekening. Het is bijna zoals met een popster of sportheld hier.''

Richard Hutten is god in Japan. Precies weet hij het nog altijd niet, maar waarschijnlijk is dat de reden voor de hoofdrol die hij bijna een jaar geleden heeft gekregen in iets dat hij nog steeds een bizar Koreaans sprookje noemt. Begin 2003 kreeg hij een e-mailtje met een ingewikkeld verhaal uit Seoul. ,,Het was geen spam, ze wilden iets van me, maar wat precies viel er niet direct uit op te maken.'' Dus stuurde hij een berichtje terug: ,,Wat willen jullie van mij?'' Helder en zakelijk, zoals past bij de 36-jarige ontwerper wiens lijfspreuk `No sign of design' luidt.

Kort daarna kwam er antwoord uit Korea en het begon Hutten te dagen dat men veel van hem verwachtte: of hij een designacademie wilde ontwerpen. Zowel de buitenkant van het gebouw als de inrichting en graag ook een lesplan. ,,Een van de bestuursleden van opdrachtgever Rhea Corporation is Japanner. Misschien zijn ze zo bij mij uitgekomen'', zegt Hutten in zijn werkplaats in de Rotterdamse fruithaven. ,,Ze wilden in ieder geval een bekende ontwerper. Misschien is het wel het Guus Hiddink-effect. Ik weet het niet. Ze hebben zich er nooit over uitgelaten.''

In Nederland is Hutten niet zo bekend. ,,Hier zijn geen bekende ontwerpers, behalve Jan des Bouvrie. Je wordt pas echt bekend als je elke dag op de televisie bent. Maar binnen de ontwerpwereld ben ik heel beroemd. Het Stedelijk en het Centraal Museum hebben veel van mijn werk.'' Voor het Centraal Museum heeft hij het restaurant, de boekwinkel en een `zitding' voor de tuin ontworpen. ,,De massa zou me kunnen kennen van de stoel die ik voor het huwelijk van Máxima en Willem-Alexander heb geleverd in de Beurs van Berlage. Die is vrij bekend aan het worden en in allerlei designwinkels te koop.'' Hij houdt een beker met twee hele grote ronde oren omhoog. ,,Dat is de Domoor, daar hebben we er al 20.000 van verkocht over brede lagen van de bevolking, tot in de Verenigde Staten en Japan aan toe. In het begin van mijn carrière heeft de Tafelstoel veel publiciteit gehad en in Nederland is de No sign of design-tafel misschien wel mijn best verkochte ontwerp. En het Zzzidt-object dat ik voor de tuin van het Centraal Museum heb ontworpen. Daar kunnen de mensen me van kennen.''

In Japan is het anders. ,,Elk jaar in oktober is daar een groot design event en tot vorig jaar was ik de enige Nederlander die daar rondliep. Ook uit andere landen en werelddelen was er nauwelijks iemand.'' Hij kwam er in 1997 voor een expositie van Droog Design, de losvaste groep Nederlandse ontwerpers die midden jaren negentig doorbrak met eenvoudige, vaak wat humoristische ontwerpen. ,,Ik was de eerste droogdesigner die in Japan voet aan wal zette. Ik kreeg alle pers over me heen en dat is sindsdien niet veranderd. Ik ga één of twee keer per jaar. Ik vind het wel grappig, maar ben blij dat ik hier nog normaal over straat kan. Ik hoor bij de top van Nederland, durf ik met gepaste bescheidenheid te zeggen. Marcel Wanders, Hella Jongerius, Jurgen Bey, horen daar zeker bij.''

Denkproces

Hutten studeerde in 1991 af aan de Eindhovense Design Academie. Hij is geboren in Zwollerkerspel en ging in Zwolle naar de havo. Zijn vader werkte bij een garage op de boekhouding en zijn moeder was bejaardenverzorgster. ,,Mijn grootouders waren boeren en van mijn moederskant hadden ze een aannemersbedrijf. Toen ik zestien was kregen we bij kunstgeschiedenis een horloge van Bruno Ninaber te zien, toen dacht ik oh, daar kan je dus je beroep van maken.'' De opleiding in Eindhoven leek hem de beste. ,,Op de Design Academy leren de studenten het meest vrij te denken. Voor mij is ontwerpen vooral een denkproces. Ik vind een oplossing in mijn hoofd. Als het min of meer uitgekristalliseerd is, maak ik voor mijn assistent Brenno een eerste schets terwijl ik hem uitleg wat ik bedacht heb. Dan gaat hij tekenen. We draaien het idee, kijken ernaar en kneden het. Het vergt een hoop vakmanschap om het er vanzelfsprekend te laten uitzien. No sign of design bestaat alleen in mijn hoofd. Als ik in woorden een tafel uitleg – `een blad met vier poten en vier regels' – heb je daar een beeld van. Op het moment dat ik die tafel maak krijgt dat blad een dikte, de rand een afronding, enzovoort. Dan komen er ineens zoveel details, dan is het toch gedesigned.'' Het resultaat doet denken aan de strakke jaren zestig. ,,Volgens mij is het nog wel ouder. Simpele boerentafels die al eeuwen gemaakt worden bijvoorbeeld. Daar heeft het mee te maken. Archetypes.

,,Er was hier laatst een Duitse fabrikant op bezoek. Op de wc zag hij mijn houten rolhouder, een tafeltje met een stok er op. Die had ik voor de wc hier in de werkplaats gemaakt. Hij wilde hem in productie nemen. Toen hebben we hem even opgemeten, tekeningetje gefaxt en nu wordt hij geproduceerd in Duitsland.''

Huttens designschool in Seoul is onderdeel van een winkelcentrum voor designartikelen. Een plaatselijke architect zou die mall tekenen, maar tijdens Huttens bezoek aan Korea vroegen de opdrachtgevers of hij niet alles wilde doen. ,,Het is inderdaad een vrij bizar verhaal. Eerst geloofde ik het niet. Maar het was duidelijk dat het serieuze mensen waren. Het eerste geld staat op mijn rekening.''

Hutten besefte dat hij hulp nodig had. ,,Ik heb wel enkele interieurs ontworpen, maar nog nooit een gebouw. Dit is een project van honderden miljoenen dollars. De bouw moet in september beginnen.'' Hij vroeg of architectenbureau MVRDV, met wie hij een paar maal heeft samengewerkt, wilde helpen. Voor het Koreaanse avontuur hebben ze HMVRDV opgericht.

Het wordt geen wooncentrum zoals het Rotterdamse Alexandrium van in totaal 100.000 m², maar één grote winkel van 140.000 m². ,,Het moet een aangename plek worden waar mensen een hele dag kunnen verblijven, met een kindermuseum en meerdere restaurants. Uitzicht op een muziekfontein, en het ligt vlak bij een groot park met een meer.'' Ook een enorm beursgebouw is een onderdeel van de plannen die de provincie Gyeonggi laat ontwikkelen.

Huttens bouwlocatie is 250 bij 65 meter. Aan één kant ligt Goyang, een buitenwijk van Seoul, en aan de andere kant een weiland. Binnen een paar jaar verrijst daar een stad van 3 miljoen mensen. ,,De Koreanen willen een groot gebouw dat herkenbaar is'', zegt Hutten. ,,We mogen maximaal dertig meter hoog bouwen. De helft van het gebouw komt in vier etages onder de grond. We zijn nog heel erg aan het puzzelen. Vooral met Jacob van Rijs van MVRDV. Hij neemt de leiding bij het ontwerpen van de shopping mall en ik denk mee. Bij de school draaien we dat om. Het mooie van een gebouw is dat het uit heel veel producten bestaat, van deurknoppen tot liften en roltrappen. Het lijkt me heel leuk om die vorm te geven. Geen standaardplafonnetjes of -licht. Er zou bijna een complete bouwcatalogus uit kunnen rollen, maar dat is denk ik iets te heftig. Productontwikkeling kost gewoon een hoop tijd.''

Lesplan

Naast de mall komt een designschool van 100.000 m² met plaats voor 300 studenten. Voor het lesplan gaat hij samenwerken met de Design Academy Eindhoven en de Écal in Lausanne. ,,Ik geef les en workshops op tal van academies in Europa en volgens mij zijn dat de beste twee opleidingen ter wereld. We denken nu na over het lesprogramma. Daarna ga ik het programma van eisen schrijven voor het gebouw dat ik zelf ga ontwerpen. Ik heb Eindhoven erbij gevraagd omdat ze sterk zijn in het creëren van vrije geesten. Mensen die conceptueel denken. Daarnaast vind ik samenwerken met de industrie belangrijk. Daar heeft Écal veel ervaring mee.''

Bij HMVRDV werken zes mensen aan het project. ,,Plus Jacob en ik. Voor de aanloop is dat voldoende. Ik denk dat we op een gegeven moment met dertig mensen plus een extern constructiebureau aan het werk zijn. Begin 2006 moet het winkelcentrum openen en een jaar later de school. Volgende week komen de Koreanen naar Nederland om de eerste schetsen te bekijken.

Koningin Beatrix bezit een bureautje van Hutten. Hij is het een paar jaar geleden zelf naar Huis ten Bosch wezen brengen. Philip Starck kocht Huttens Kruisbank voor de lobby van het Mondrian Hotel in Los Angeles. Modeontwerper Karl Lagerfeld is een fan. ,,Volgens mij is hij degene met de meeste ontwerpen van mij op deze aarde. Zo iemand kun je een behoorlijke fan noemen. We hebben een paar vrachtauto's met spullen die kant op gestuurd. Zijn hele huis in Biarritz heeft hij er mee ingericht. Voor zijn fotostudio en zijn boekwinkel in Parijs hebben we de meeste meubels geleverd.''

In de expositieruimte GEM in Den Haag staan meubels van Hutten in het restaurant en voor het Gemeentemuseum ontwierp hij een mobiel spreekgestoelte (gebaseerd op een steekwagentje van Overtoom). ,,Voor het restaurant van het Gemeentemuseum maak ik een 21ste-eeuwse variant op een stoel van Berlage.'' Hutten neemt de structuur over en past de constructie en de ergonomie aan. ,,Berlage hield van actief zitten. De rug van zijn stoel staat bijna haaks. Ik maak een betere zitvorm. Hij wordt van hout gecombineerd met kunststof en krijgt minder details, minder ornamentachtige dingen. Bij mij moeten die altijd een reden hebben. Mooie dingen maken kan ik helemaal niet.''

Ook de reusachtige oren aan de drinkbeker hebben dus een reden. ,,Het idee is om het drinkgebaar te vergroten.'' Hij brengt de beker met twee handen naar zijn lippen. ,,Bij mij ziet het er al vrij groot uit, maar als mijn zoontje van vijf eruit drinkt is het enorm.'' Hij heeft de beker ontworpen voor de Duitse televisiezender Super RTL. ,,Bij het kinderprogramma Toggo gaven ze altijd zo'n keramische standaardmok met één oor en toen vroegen ze of ik niet iets moois kon ontwerpen. Drie dagen later heb ik een tekening gestuurd en anderhalf jaar later hebben ze hem toch maar besteld. Daardoor werd de investering interessant, want die mal is duur. Het is ingewikkeld om deze vorm te spuitgieten. Ik heb de mogelijkheden van die techniek tot aan de rand benut.'' Zijn `constructieloze' kinderstoel Bronto wordt in één keer gemaakt. ,,We gieten eerst rubber in de mal voor de zachte delen en daarna de kunststof die voor de stijfheid zorgt. Daardoor komen er vlekken en patronen in. Die imperfectie geeft volgens mij een meerwaarde. De decoratie komt uit het proces.''

Er bestaat echter ook een industriële versie van de Bronto. ,,Wij doen er een dag over, onze stoel kost 1.000 euro en die uit de fabriek 65. Onze is wel vele malen mooier, maar die andere ligt meer binnen het bereik van jan en alleman.''

Knippen en plakken

In het boek over zijn werk dat in 2002 bij uitgeverij 010 verscheen, staan in de tekst minieme tekeningetjes van de ontwerpen. Tijdens het lezen zie je meteen hoe de besproken stoel of tafel eruitziet. Dat Huttens ontwerpen zelfs op dat formaat helder blijven, heeft alles met zijn stijl te maken. ,,De vorm is een bijproduct van het verhaal dat ik wil vertellen. Daardoor zijn mijn ontwerpen ogenschijnlijk simpel en in een paar lijnen neer te zetten. Ik kan ze ook in woorden uitleggen. Als jij in de krant schrijft `beker met twee hele grote oren', dan heeft iedereen daar een beeld bij. Dan is het bijzaak hoe ik die oren heb vormgegeven. Deze oren heb ik letterlijk met knippen en plakken overgenomen van de zitobjecten voor het Centraal Museum.'' Ook die objecten zijn op een typische Hutten-manier ontstaan. ,,Ik wilde niet iets dat vastzat, want dat zou een inbreuk zijn op het ontwerp van de tuin. Ik dacht eerst aan een papiersnipper die door de tuin dwarrelde. Maar dat klonk mij toch te poëtisch in de oren; ik ben geen poëet. In mijn eigen tuin zag ik het speelgoed van mijn zoontje rondzwerven en dat vond ik een mooi beeld en een goed contrast met de omgeving. Toen dacht ik aan een skippybal. Perfect om op te zitten. Het is tevens een tafeltje. Je kan hem ronddragen aan het handvat en gaan zitten waar je wilt, in de schaduw, in de zon, alleen of in een groep. `Skippybal met twee vlakke kanten in hard materiaal'.''

Ook de stoel van het Centraal Museum komt volgens Hutten voort uit de gebruiksruimte. ,,Het restaurant was in de Middeleeuwen de refter voor de Agnietennonnetjes. Ik probeer altijd heldere concepten te verzinnen: `een refter voor de 21ste eeuw'. Ik stelde me voor dat de nonnetjes gezellig met zijn allen aan een lange tafel zaten: ik heb er twee tafels van 15 meter neergezet. Ik had het idee dat die nonnetjes op degelijke kloosterstoelen zaten. Daarom heb ik een ogenschijnlijk massieve stoel gemaakt met een simpele archetypische grondvorm: zitting, rugleuning, vier poten. Visueel erg zwaar, maar door de techniek van het rotatiegieten in werkelijkheid licht.''

Van de stoel van Berlage die hij voor het Gemeentemuseum bewerkt zijn er destijds misschien twintig geproduceerd. ,,Ik probeer er een veel industriëler product van te maken. Honderd voor het restaurant en daarna hopelijk nog veel meer. Hij moet bij veel mensen terechtkomen, daardoor krijgt hij meer betekenis. Zoals de Centraal Museum-stoel – ontworpen voor een culturele locatie – bij het huwelijk van Máxima terechtkomt en vervolgens bij de Kentucky Fried Chicken hier op het Marconiplein staat. Sommige mensen zeggen dat ik het moet verbieden, dat het niet verantwoord is en niet cultureel. Ik vind het mooi, het is een gebruiksvoorwerp.''

`Misschien is het wel

het Guus Hiddink-effect'

Koningin Beatrix bezit

een bureautje van Hutten