Kniertje

Elsbeth Etty oordeelt in het Cultureel Supplement van 2 januari wel erg onbarmhartig over Kniertje, het centrale personage uit Hermans Heijermans' Op hoop van zegen. Etty noemt Kniertje niet alleen een slachtoffer van kapitalistische uitbuiting en vrouwenonderdrukking, maar ook een prototype van vrome, onderdanige achterlijkheid.

Om te beginnen lijkt het niet helemaal fair om het Kniertje – ruim honderd jaar na dato – aan te rekenen dat ze assertiviteit miste en niet van zich wist af te bijten. Is dat niet wat veel gevraagd voor iemand die geboren werd in 1839 en die, klein gehouden door kerk en kapitaal, haar leven sleet in onwetendheid, angst en armoede? Er moet definitief iets in Kniertje geknakt zijn op het moment dat ze haar man en twee van haar zonen aan de zee verloor. Daarna restte er niet veel anders meer dan zich schikken en zien te overleven.

Etty rekent het Kniertje zwaar aan dat ze zich lang geleden als een `gewillig vrouwtje' heeft laten misbruiken door reder Bos. De scène waar Etty in dit verband aan refereert maakt echter duidelijk dat Bos in zijn jonge jaren een gewone vissersjongen was. Hij heeft zich pas gaandeweg tot reder weten op te werken. Destijds was er van ongelijkheid (en van misbruik) dus nog geen sprake. Zelfs een huwelijk van het `brutaaltje met de zwarte ogies' en Bos behoorde toen wellicht nog tot de mogelijkheden.

Een ander verwijt is dat Kniertje weigert te geloven dat de `Hoop van Zegen' niet meer zeewaardig is en ze haar jongste zoon dwingt om zich in te schepen. Dat maakt haar, inderdaad, medeschuldig aan zijn verdrinkingsdood. Daar staat tegenover dat dit inzicht ook tot haar doordringt als ze hoort dat het lichaam van Barend is aangespoeld. Te laat tot inzicht moeten komen is al sinds Aristoteles het onvermijdelijke lot van tragische helden en heldinnen.

Een toonbeeld van heldhaftigheid is Kniertje daarmee uiteraard niet. De schuldige is natuurlijk Heijermans, die haar bewust zo tekende. Met goede redenen. Zijn eerdere stukken leverden hem het verwijt op dat hij `pleittoneel' schreef. In de ogen van de burgerij lag de socialistische boodschap er veel te dik bovenop. Die valkuil wilde Heijermans dit keer omzeilen. Een meelijwekkende vissersweduwe maakte hij tot spil van zijn stuk. Het socialisme en de opstandigheid verstopte hij in een van de bijrollen (Geert) en ook de kapitalist (reder Bos) kreeg ruimte en argumenten om zijn handelwijze te verdedigen. Het publiek moest zelf maar conclusies trekken.