In de ban van kettingreacties

Een man met goede redenen om zijn geboorteland te verlaten vliegt naar New York. Daar laat hij zich door een taxi naar Washington Square rijden. Hij hangt een halfuurtje rond op het plein, ziet een vrouw op een muurtje zitten. Hij loopt op haar toe, zakt op één knie en vraagt haar om met hem te trouwen. Ze zegt ja. Tenminste, als ze het eerst 24 uur met elkaar weten vol te houden. Ze kussen dadelijk, `een lange kus, een kus om in te wonen, een huis buiten de tijd, en toen wij ons er ten slotte uit losmaakten tikte ze twee keer tegen mijn borst en zei: ,,So far so good.'''

Die ontmoeting is het belangrijkste moment van Dagen van vertrek, de debuutroman van Roel Bentz van den Berg (1949), en is de vervulling van een langverwachte droom voor de hoofdpersoon, die op het moment van de ontmoeting een jaar of veertig is: `Liefde op het eerste gezicht – ik had altijd willen voelen hoe dat zou zijn. Waarschijnlijk omdat het doorgaat voor de zekerste vorm van verliefdheid'. De diepe behoefte aan iets groots en alomvattends is de drijvende kracht achter de daden van de hoofdpersoon van het boek. Dat moet ook wel, want verder is zijn leven een chaos. Dat was het vóór hij naar de Verenigde Staten vertrok door vooral ellende met een vriendin, Ingrid, die gek werd. En dat zal het tien jaar later ook nog zijn, als hij inmiddels in een hopeloze relatie is verwikkeld met een nieuwe vrouw, Sonja, en hij door een telefoongesprek en een reis zijn Amerikaanse avonturen herbeleeft.

Deze Peter, afgestudeerd filosoof, bezit een speciale gave om chaos aan te trekken. Hij is het soort omstander dat bij een opstootje plotseling de hardste tik krijgt, dat wordt geplaagd door angsten, twijfel en jaloezie. Regelmatig voelt hij plotseling de hemel op zijn hoofd neerdalen, wat soms samenhangt met iets anders: dat hij vaak net eerder dan goed is een halve fles whisky achter de kiezen blijkt te hebben. Er zijn dingen waarvan hij enige richting verwacht in zijn leven: de liefde, een verlangen naar grote zintuiglijke ervaringen en een fascinatie voor de oorlog in Vietnam en dan vooral het leven van de Amerikaanse veteranen. Zaken die ook voor hem nadrukkelijk verband houden met de `Sixties'. Die beschouwt hij als een soort geheime geliefde, waarbij het hem vooral gaat om de periode voordat er een echte `beweging' was: `de tijd dat niemand nog gekleed was op wat komen ging'.

Die fascinatie voor Vietnam komt voort uit een verlangen naar een ervaring opgedaan `waar niets op af te dingen viel, een die stáát, een die je tekent'. Wie terugkeerde uit Vietnam had volgens hem, het ergste in ieder geval gehad. `Vanaf dat moment hoeft hij van niemand meer iets te nemen, nergens meer bang voor te zijn.' Die tekening heeft te maken met angst: `dat of jou al dan niet iets overkomt een kwestie is van willekeur, van blind toeval'. Voor Peter zou er iets moeten zijn, kortom dat orde schept in de chaos. Zijn zoektocht naar die orde is het filosofische of psychologische Leitmotiv van de roman – waarbij het zich laat raden dat hij niet zal vinden wat hij zoekt.

Flashbacks

Behalve een geregeld hermetisch aandoend relaas over zingeving is Dagen van vertrek echter ook een spannende, geslaagde road novel over de zoektocht van Peter naar zijn Donna. Want de ochtend na de avond van het aanzoek, halverwege de afgesproken 24 uur, blijkt zij spoorloos verdwenen. Wel meldt zich dan in haar New-Yorkse appartement Jerry, een onaangenaam personage met wie Peter al eerder had kennisgemaakt als Donna's broer, maar die ook een Vietnamveteraan met esoterische belangstelling blijkt te zijn. Ze gaan haar zoeken; eerst in Atlanta, en daarna zetten ze per auto koers richting westkust. Dat die tocht niet tot een definitieve hereniging met Donna zal leiden weet de lezer vanaf het begin, want het verslag van de reis met Jerry komt in de vorm van flashbacks die Peter beleeft als hij tien jaar later alleen onderweg is naar Indonesië om daar zijn beste vriend te bezoeken. Duidelijk is dus dat de betekenis van die dagenlange autorit niet schuilt in het doel, maar in de reis zelf. Die gaat gepaard met persoonlijke crises (zo blesseert Peter zijn hoofd door als een dolle stier tegen een rotswand aan te rennen), extatische ervaringen (bij een kerkdienst met gospelkoor en alleen in de woestijn) en met veel leugens. Nog eenmaal hoort Peter iets van Donna, in een brief van tien kantjes waarin zij hem de redenen van haar vertrek uit de doeken doet en waarin hijzelf een pijnlijk ondergeschikte rol speelt.

Dan is ook duidelijk dat de liefdesgeschiedenis met Donna uiteindelijk een ondergeschikt thema is in Dagen van vertrek. Het boek wordt in het tweede deel vooral een fascinerend verslag van de omgang tussen twee mannen. In het eerste deel zegt de hoofdpersoon over het contact tussen mannen onderling: `Zonder de verzachtende omstandigheid van de flirt blijft er, tussen mannen onderling, een soort dierlijke valsigheid over, een door rancune gevoede agressie vermomd als persoonlijke belangstelling.' Die gedachte wordt door Bentz van den Berg uitgewerkt in de relatie tussen Peter en Jerry (en, plichtmatiger, in de relatie tussen Peter en zijn oude vriend Maurice die hij in Indonesië opzoekt). Daarbij is het knappe dat de lotsverbondenheid tussen de twee mannen toeneemt, maar dat ze desondanks geen vrienden worden. Wel is er sprake van een verandering in de wederzijdse weerzin: het ongenoegen van twee reisgenoten die elkaars tegenpolen denken te zijn, wordt het malheur van mannen die zichzelf te vaak in de ander herkennen.

In die tekening schuilt de grootste kracht van dit debuut, waarin Bentz van den Berg er bovendien bij vlagen in slaagt je mee te voeren in de structuurloze chaos waarin de hoofdpersoon soms door drank en soms door autonoom optredende verwarring wordt meegesleurd. De kakofonie in zijn hoofd wordt echter niet alleen de hoofdpersoon regelmatig te veel, ook voor de lezer is het soms een overdosis. Dat geldt zeker voor de momenten waarop de gesprekken van Peter en Jerry al te enthousiast de kosmos verkennen. Voor de lezer geldt dan wat de hoofdpersoon ergens verweten wordt: `je sleept zelf altijd alles overal bij, verbindt alles tot een grote knetterende kettingreactie'.

Journalistiek

Bentz van den Berg is vooral bekend als muziekjournalist voor onder meer deze krant en auteur van het boek De luchtgitaar (1994). Van die achtergrond klinkt in de stijl vooral het journalistieke vakmanschap door. Bentz van den Berg schrijft niet bijzonder muzikaal, wel gevarieerd en efficiënt. Veel muziek schuilt er in zijn associaties, vaak tekent hij situaties door op muziek of geluiden te wijzen, zoals die van de kus in het kader hiernaast. Ook de hoofdpersoon heeft een speciaal gevoel voor muziek. Peter komt uiteindelijk het dichtst in de buurt van de vervulling van zijn verlangens als hij zich zingend en wel laat gaan in een kerkje in het Zuiden van de VS. Tegen Jerry zegt hij waar hij denkt altijd naar op zoek geweest te zijn: `een verlangen naar het soort ervaringen dat net zulke heftige emoties op kan wekken als er in de muziek geuit worden [...] Al die passie, al die woede, al die pijn.' En hoewel de passie, woede en pijn van de hoofdpersoon zijn relaas in Dagen van vertrek soms overvleugelen, zorgt Bentz van den Bergs mengsel van avonturenverhaal en zingevingstocht ervoor dat je de oren gespitst houdt tot de laatste tonen weggestorven zijn.

Roel Bentz van den Berg: Dagen van vertrek. Augustus, 414 blz. €22,95