Het dorp van toen en nu

De eeuwenlang sluimerende Nederlandse burgeroorlog tussen stad en platteland lijkt beslecht. Want het eigengereide platteland is niet meer. Wat, hoe en wanneer er geproduceerd mag worden is een opgelegd dictaat van de Stad. Het dorp werd een vluchthaven voor `de import' die leuk wil wonen in een kleinschalig decor, maar die weinig opheeft met sociale verbondenheid. De naburige boer, wiens erf naar mest ruikt of wiens haan christelijk vroeg kraait, moet het veld ruimen.

Er is een troost. Dorpen zijn altijd aan doorgaande verandering en modernisering onderhevig geweest. Dat is een boodschap van Chris van Esterik in Honderd jaar Ingen, ooit een alledaags, maar toch mooi dromerig dorp aan de Rijn. Twee jaar geleden keerde hij terug in Ingen om Een jongen van het dorp te schrijven. Hij vroeg zich af hoe tussen 1900 en 2000 het dorp en landschap veranderden. Hij dook archieven in, voerde vele gesprekken en raadpleegde zijn geheugen. Zelf werd hij in 1949 geboren in het café van Ingen.

Later woonde Van Esterik in Amsterdam, schreef hij politieke boeken en was hij correspondent voor deze krant in Wenen. Die afstand heeft niet geleid tot verheerlijking. Van Esterik laat ook de schaduwkant van zijn oude dorp zien: de bittere armoede van vóór de oorlog, de benauwende sociale controle, de macht van de herenboer en de onderdanigheid van de dorpsbewoners.

De vaak nostalgisch bezongen jaren vijftig en zestig komen naar voren als roerige sociale perioden. De kleine middenstander ging het opeens voor de wind. De opgang van die eeuwige sappelaar tastte de ijzeren wetten van rangen en standen aan. `De angst voor het nieuwe was zo groot, dat die werkelijkheid op ingenieuze wijze verbloemd werd door het opvoeren van kleine, maar indrukwekkende toneelstukjes.' Een huisschilder vertelt over rijke boeren: ,,Je moest er altijd voor zorgen dat je daar ging werken in een overall met verstelde stukken.'' Zijn vrouw bracht aan het einde van het jaar de rekeningen rond. ,,Ik ging altijd op een oude fiets. Want je moest de armoe laten zien.''

Met dit soort signalementen is Van Esterik op zijn sterkst – sociale geschiedschrijving met mooie staaltjes oral history. Hij nam zich voor geen idylle te beschrijven, maar toch slaat een gevoel van verlies toe. Kennen en zich gekend weten in een vertrouwde sociale omgeving, met uiteenlopende mensen die zich op hoogtijdagen `allen een' weten, met stilgehouden sociale bijstand waar nodig, en een verbondenheid met klei, vee en natuurlijke cycli – het is niet het slechtst denkbare bestaan voor een mens. `Vroeger knikkerden en pleierden de grote mensen, er werd ook veel gekaart en op de hoek van de straat stond 's avonds altijd een stel mannen met elkaar te praten. Die rot televisie had er nooit moeten komen!'

Het overzicht is volledig en knap gedocumenteerd. Jorwerd is overal, maar steeds weer anders. Want wat valt er in de schaduw van Geert Maks Hoe God verdween uit Jorwerd nog te schrijven? Van Esterik heeft niet de meeslependheid van Mak in persoonlijke schetsen, maar is gedetailleerder in de feiten. Maar vooral geldt: hoe meer recente dorpsgeschiedenissen des te beter. We zijn immers getuige van een unieke ontwikkeling – de herdefiniëring van Nederland.

Chris van Esterik: Een jongen van het dorp. Honderd jaar Ingen, een dorp in de Betuwe.

Bert Bakker, 320 blz. €22,50