Het begin

In het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam hangt een zwartwitfoto van Sophia Loren. De Italiaanse actrice doet hierop haar uiterste best om er op haar voordeligst uit te zien, en ze slaagt daar volledig in.

Een korte beschrijving.

Ergens op het verlaten platteland staat een eenvoudige personenauto met een geopend rechtervoorportier. Er zit niemand in de auto. In de ruimte van het geopende portier staat Loren. We zien haar van opzij. Ze heeft haar handen, voorbij haar royale, in een strakke bloes vervatte borsten, tegen het dak van de auto gelegd. Ze kijkt ons ontspannen aan, de lippen licht uiteen, het haar aan één kant van haar hoofd opwaaiend.

Dit was de foto zoals ze gisteren op pagina 19 van ons Agenda-katern stond afgedrukt. Helaas was het belangrijkste gedeelte erafgehakt. Een halsmisdaad zou ik zeggen, als het in dit verband niet zo'n verwarrende term was. Het betrof namelijk het onderste deel van Loren. Op de héle foto draagt ze een korte, om bovenbenen en billen gesnoerd broekje dat nog niet de helft van haar dijen bereikt. Het broekje heeft opzij een ritssluiting. Daaronder strekken zich twee goed ontwikkelde blote benen uit die uitmonden in hooggehakte schoentjes.

Dat is het ongeveer.

Het was toen 1955. In gedachten zie je de Italiaanse mannen van toen op zondagmorgen de kerk verlaten om even later op een straathoek met deze foto te worden geconfronteerd. Hun adem stokt. De priester, die net de mis heeft opgedragen, staat op de drempel van de kerk toe te kijken. Hij begrijpt dat alles tevergeefs is geweest.

De foto van Loren is onderdeel van een tentoonstelling die aan het werk van de Italiaanse fotograaf Federico Patellani is gewijd. Patellani begon in 1947 voor het weekblad Tempo de Miss Italië-verkiezingen te fotograferen. Die boden na de oorlog allerlei jonge vrouwen een kansje om aan de armoede te ontkomen via een filmcarrière. Patellani volgde hen voor en achter de schermen, ook de enkele vrouwen die beroemd zouden worden, zoals Gina Lollobrigida, Sophia Loren en Lucia Bosé.

Wat de foto's zo interessant maakt is het impliciete tijdsbeeld dat ze bieden. Aarzelend, maar onstuitbaar kondigt zich een nieuwe seksuele moraal aan. Wég met de kuisheid, het zwoele dolce vita mag beginnen, of de paus het nu leuk vindt of niet (niet dus).

Maar de vrijheid moet nog wél veroverd worden, iets wat aan alle betrokkenen op die foto's goed te merken is. Ze genieten op een snoeperige manier van de nieuwe mogelijkheden. De juryleden achter de tafeltjes, de jonge vrouwen ervoor ze hebben nog iets giecheligs.

In Nederland was het in die jaren veel rustiger. Dat kun je in hetzelfde museum op foto's van de fotojournalist Bob van Dam zien. Hij begon destijds ónze sterren te fotograferen. Kloeke vrouwen met goede gebitten. Ons beeld van die jaren wordt vooral bepaald door Teddy Scholten, winnares van het Eurovisie Songfestival in 1957, die met een gaaf permanentje en in bloemetjesjurk poseert, een kopje koffie in de hand.

Wij moesten nog beginnen.