Gelukkig in de desolate ellende

Het lijkt erop dat Paul Theroux behoorlijk overhoop lag met zijn libido, tijdens de Afrikaanse reis die hij beschrijft in Dark Star Safari. Niet onbegrijpelijk overigens, gedurende enkele maanden van zelfopgegelegde onthouding. Hij maakt melding van zijn ontmoetingen met desolate prostituees in de landen die hij doorkruist; hij laat ze met hem flirten, hij geeft ze te drinken, met een distantie die soms aan het satanische grenst houdt hij het gesprek op gang, soms monkelend dat hij op zijn zestigste toch allang geen partij meer is, om vervolgens tot zijn quasi-verbazing te merken hoe de dames aan het eind van de avond hem toch tot een rendez-vous proberen over te halen dat hen weer wat dagen te eten zal bezorgen. Maar Theroux is onverbiddelijk: zo hij al zin zou hebben, is het aids-spook voldoende om hem de aftocht te doen blazen en op zijn hotelkamer verder te werken aan zijn in een Italiaans verleden gesitueerde `erotische verhaal over die jongeman, die oudere vrouw en haar raadselachtige dokter'. Aan het eind van zijn reis heeft hij niet alleen einddoel Kaapstad bereikt, maar ook het verhaal af, dat ondertussen de lengte van een novelle heeft aangenomen. Dat is nog eens schrijversdiscipline.

Dat erotische verhaal, De vreemdeling in het Palazzo d'Oro, is ook meteen al gepubliceerd, als titelverhaal van een bundel die Theroux, helaas, bijna nergens op zijn best laat zien. Het is interessant te lezen hoe Theroux zijn seksuele aandrang sublimeerde, maar subliem wordt het nergens. De titelnovelle is hier en daar vermakelijk, dat wel. Zonder de plot weg te geven kan gezegd worden dat het feit dat Theroux tijdens zijn Afrikaanse reis de zestig passeerde een deel van de motivering moet zijn geweest.

De vreemdeling vertelt het verhaal van de ontmoeting op Sicilië van de jonge ikfiguur, een schilder die verweten wordt `te toegankelijk' te zijn, met een Duitse gravin van onbestemde leeftijd en herkomst, met wie hij door een al even mysterieuze Dritte im Bunde tot een verhouding wordt gedwongen die, gaandeweg, steeds sadomasochistischer trekken krijgt. Alsof hij beseft dat niet alleen de erotische lading maar ook de spankracht van het verhaal niet groot genoeg is voert Theroux, in heden en verleden van de vertelling, nog drie andere vrouwen ten tonele wier rol in alle gevallen grotendeels overbodig blijft. Het is, ondanks de bijna hoofse toon, een wat slordige novelle, die door het gekunstelde slot niet gered wordt.

De overige verhalen in deze bundel zijn doorgaans beter geslaagd, alhoewel `Slonzige nimfen' nog het meest lijkt op een afleggertje van zijn meesterlijke roman Hotel Honolulu, en beter die afleg-status had kunnen behouden. De kleine tetralogie `Jongensgeheimen' kent heel mooie momenten, vooral in een lang verhaal over de doeltreffende ontmaskering van een pedofiele pater/hopman door een drietal iets te nieuwsgierige padvinders. Maar ondanks deze momenten is in het oeuvre van de fictieschrijver Paul Theroux deze bundel zeker geen hoogtepunt.

Is Dark Star Safari dat wél in zijn reisboekenoeuvre? Het gebeurt niet vaak dat een schrijver ons in een boek getuige laat zijn van de genese van zijn volgende boek, maar het speelt in dit Afrikaanse reisverslag alleen maar een minimale rol.

In het boek worden schitterende passages afgewisseld met te lang uitgesponnen reizigersnotities, heldere observaties met wat drammerige herhalingen. Hoogtepunten zijn de beschrijvingen van de derwisjen in Soedan en een uiterst gevaarlijke en ongemakkelijke bustocht door Kenia. Therouxs reis is in hoge mate een sentimental journey, met name naar Malawi waar hij in de jaren zestig als leraar werkte. Zijn beschrijvingen zijn grotendeels te lezen als één lange treurzang over alles wat teloor is gegaan en het onvermogen van Afrika, en de rest van de wereld, daar ook maar iets aan te veranderen. De herhaling van die constatering gaat op den duur irriteren.

Daarnaast wordt de behoefte van de auteur gaandeweg de reis steeds groter om zijn ergernis te verwoorden over de andere reizigers die zijn Afrika met hun aanwezigheid bezoedelen. Zijn Afrika waar hij `optimistisch en tevreden [is], want ik bevond me in een goor hotel in een afgelegen plaatsje in zuidelijk Ethiopië'. Zijn medereizigers kwalificeert hij als `schorriemorrie' omdat ze bij voorbeeld alleen maar nieuwsgierig zijn naar de wildparken en niets van Afrika begrijpen. Maar op het eind verwoordt hij onbelemmerd zijn eigen begrijpelijke sensatie bij het aanschouwen van het wild in de wildparken waar hij zijn reis afrondt, `die heerlijke manier van tijd doorbrengen: staren naar grote, onverstoorbare dieren, vogels kijken, lezen in een gezellige hut met een bureau waaraan ik kon gaan zitten om pagina's toe te voegen aan mijn erotische verhaal'.

Het boek getuigt van een grote liefde voor Afrika, en een al even groot empathisch vermogen zich in dat continent te laten wegzinken. Voortdurend beschrijft Theroux, niet zelden na een ontmoeting met een of meer van de door hem geminachte ontwikkelingswerkers, hoe gelukkig hij zich voelt in de desolate ellende. De definitieve dialoog doet zich voor met een leerling van een van zijn Keniaanse vrienden, als ze het hebben over wat dan wel de oplossing is voor de problemen. `,,Donorlanden vertellen ons: als alle staatsbedrijven en -industrieën geprivatiseerd worden, zal dat de oplossing zijn.'' Hij glimlachte naar me. ,,Maar dat is de oplossing niet.''

Wat is dan wel de oplossing vroeg ik.

Hij glimlachte.

,,Misschien geen oplossing.'' '

Een journalist zou er razend over worden. Een politicus zou de uitspraak met alles wat in zijn verbale vermogen lag proberen te verdoezelen. Theroux geeft, in de beste illusieloze traditie van Graham Greene en anderen, het juiste antwoord dat geen antwoord biedt. Misschien geen oplossing.

Paul Theroux: De vreemdeling in het Palazzo d'Oro. Vertaling Theo Hendriks. Atlas, 319 blz. €18,50

Paul Theroux: Dark Star Safari. Een reis van Cairo naar Kaapstad. Vertaling Tinke Davids. Atlas, 525 blz. €29,90