Felix Thijssens oprechte speurneus zoekt een hart

Rosa van Felix Thijssen is het achtste deel in de reeks rond privé-detective Max Winter en zijn partner in crime en liefde CyberNel. Het is daarmee ook de achtste titel die bestaat uit enkel een vrouwennaam. Daar houdt de eigenzinnigheid van Winter en Thijssen niet mee op. Rosa is een ongebruikelijk en origineel verhaal in een zeer eigen, suggestieve en niet altijd even snel te doorgronden stijl die even doeltreffend als onderhoudend is.

Als Winter een zendertje onder zijn bumper vandaan peutert bedenkt hij hoe het erop is gekomen: `ze hadden het snel moeten doen, met z'n tweeën misschien, een gefingeerd gesprek tussen geparkeerde auto's, de een kijkt rond, de ander bukt zich alsof hij jeuk aan zijn schoen heeft en klikt het doosje op de carrosserie, aan de binnenkant onder de bumper.' De cursivering is van mij.

Rosa begint met een zijlijntje, een vlot verteld inkijkje in het rommelige leven van een sjoemelende journalist, enkele kleine criminelen en een vrouw met een goed hart en een open deur. Daarna krijgt Max Winter de opdracht letterlijk het hart van een verongelukt meisje terug te vinden. Het blijkt getransplanteerd, maar zodra Winter weet wie de nieuwe drager is, raakt hij verzeild in een andere, verwante zaak.

Wat de Max Winter-reeks zo charmant tot een van de betere detectiveseries van Nederlandse bodem maakt is de degelijke, maar nauwelijks cynische of harde hoofdpersoon. Hij is creatief met de waarheid, maar ook oprecht in zijn gevoelens en betrekkelijk normaal om niet te zeggen adequaat in zijn handelen. Dat maakt hem allerminst tot een superspeurder, maar eerder tot een aimabel soort `gewone held' wiens avonturen je met plezier volgt.

Felix Thijssen: Rosa.

Luitingh-Sijthoff, 240 blz. €13,50