Eindelijk, beurs spekt de pensioenen

Het herstel van de Amerikaanse beurs is goed nieuws voor de Nederlandse pensioenen. Vrijwel overal stijgen de premies, maar het echte geld wordt verdiend op de beurs.

De wind woei uit het westen, en de Nederlandse pensioenfondsen sponnen daar garen bij. Dankzij hun Amerikaanse aandelen en de neutralisatie van de dalende dollarkoers (minus 17 procent) boeken zij nu na twee rampjaren weer winsten die doen denken aan millennimumhausse van 1999.

Pensioenfonds PGGM (zorg en welzijn, 53 miljard euro vermogen) leidt de race met 15 procent rendement, het bedrijfstakpensioenfonds Metalektro (14 miljard euro) verdient 13 procent, Metaal en Techniek (20 miljard vermogen) wint 12,3 procent, ABP (150 miljard euro vermogen) scoort 11 procent.

,,De rendementen vielen mee'', zei topbelegger J. Frijns van ABP gistermiddag op een presentatie van `s werelds grootste pensioenfonds. ,,Als er ooit een jaar is geweest waarin de resultaten werden getekend door de valuta, oftewel de dollar, dan was het dit jaar.

PGGM dekte de dollardaling volledig af, ABP voor ongeveer driekwart, en dat kostte twee procentpunt rendement. Ook het Metalektro en het Metaal -en Techniek-fonds hadden de dollar afgedekt. De beleggingswinsten zijn een stuk hoger dan de interne rendementen of de lange termijn prognoses die de pensioenwereld gebruikt om zijn huis op orde te krijgen. ABP rekent bijvoorbeeld met 6,5 á 7 procent, PGGM, dat relatief meer in aandelen belegt, op ruim acht procent.

De extra beleggingswinsten zijn de wind in de rug voor het herstelproces. De beleggingswinsten spekken het pensioenvermogen, dat toch al oploopt doordat de vier fondsen hun premies hebben verhoogd en sommige, zoals PGGM, dit jaar doorgaan.

De verhouding tussen het vermogen en de pensioentoezeggingen, de zogeheten dekkingsgraad verbetert na drie achtereenvolgende jaren van verzwakking. ABP komt op 109 procent, net als het Metalektro-fonds en het Metaal en Techniek-fonds, PGGM komt op 105, de minimumeis van de toezichthoudende Pensioen- en Verzekeringskamer.

Het herstel is ook bij andere grote pensioenfondsen zichtbaar, die nog geen rendementen hebben gepubliceerd. Het Philips pensioenfonds, het grootste fonds dat voor een individuele onderneming werkt én een grote aandelenbelegger, had eind november een dekkingsgraad van 119 procent (drie procentpunt beter dan eind 2003). Het DSM Chemie-pensioenfonds, dat inmiddels maandelijks een dekkingsgraad publiceert, had eind november 124 procent, vijf procentpunt meer dan eind 2002.

Overigens: de dekkingsgraad van ABP was eind maart, toen de financiële markten in een zwart gat leken te verdwijnen, maar 99 procent. De sprongen onderstrepen de grilligheid van het financiële klimaat waarin de pensioenfondsen hun geld moeten verdienen. Al zijn de premies verhoogd, de beleggers moeten zorgen dat de pensioenregelingen niet nog duurder of soberder worden. ABP verdiende vorig jaar 15 miljard euro op de financiële markten, dat is het drievoudige van de premies die werkgevers en de werknemers betalen.

Het goede nieuws van 2003 is tevens de domper voor 2004 en later, zo maakte topbelegger Frijns van ABP gisteren duidelijk. Hij blijft, net als vorig jaar, zeer beducht voor een stijging van de rente: nu 4,5 procent, de prognose is ,,5 à 6 procent''. Van het ABP-vermogen is 45 procent belegd in effecten met een vaste rente. Een foute rentegok gaf ABP dit jaar een rendement op effecten met een vaste rente van 2,3 procent, het laagste in vier jaar.

Frijns rekent voor 2004 en de twee daaropvolgende jaren op een totaal rendement van ruim vijf procent. Te weinig voor de interne doelstelling van zeven procent, maar toch nog genoeg, dankzij de loonmatiging. De loonstijging bepaalt de groei van de pensioentoezeggingen. De verwachte terugval van de rendementen gaat pas bijten als als de inflatievrees van de beleggers in bredere kring wordt gedeeld en doorsijpelt naar de looneisen van de vakbonden.