Eén Chinees beter dan geen Chinees

De Chinese bijdrage aan de internationale vredesmissie in Afghanistan zal bestaan uit één man: politieagent Zhang Ming. Het is de eerste keer dat China een bijdrage levert aan de vredesmissie in dat land. Toch kan die bescheiden hulp rekenen op instemming. China, een van de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, krijgt regelmatig het verzoek van westerse landen om deel te nemen aan VN-vredesoperaties.

China is daar terughoudend in. Behalve 21 politieagenten in Oost-Timor zijn momenteel nergens Chinese blauwhelmen actief. In het verleden gingen er wel technische en medische specialisten naar Congo, Liberia, het voormalige Joegoslavië en Cambodja. Maar aan die bijdragen ging altijd veel Chinese discussie vooraf. Dat maakt dat zelfs het sturen van één man altijd nog een mijlpaal is.

Beter één Chinees dan geen Chinees, moet de internationale gemeenschap concluderen. Want er is een tijd geweest dat China principieel tegen vredesmissies was. Zo heeft China tot 1989 geweigerd mee te betalen aan dergelijke missies. Vredesmissies, luidde toen de redenering, voldeden uitsluitend aan imperialistische wensen van het westen. Maar China is veranderd, erkent het Departement voor Vredesmissies van het ministerie van Defensie. En de wereld is er blij mee. Nu Zhang Ming nog. Hij krijgt de taak de Chinese betrokkenheid in Afghanistan inhoud te geven. Een klus die de politieman zeker aankan, stelt persbureau Nieuw China, wijzend op zijn strepen verdiend als anti-narcotica-agent. De waardigheid van het land in handen van één man.