De zelfdenkende kas

De glastuinbouw is uitgegroeid tot het belangrijkste onderdeel van de Nederlandse landbouw. Maar de teelt van bloemen, potplanten en groenten vraagt veel energie, licht, kunstmest en bestrijdingsmiddelen. De milieubelasting moet omlaag, maar lang niet alle glastuinders voldoen aan de normen. ,,Tegen de overtreders zullen sancties volgen.''

Geen mens te zien in de kassen van potplantenbedrijf KP Holland in Naaldwijk. Geen radio te horen. Glas en ijzer bepalen het beeld. En terracottakleurige plastic bloempotten, eindeloos veel, op heuphoogte, in platte aluminium bakken. In elke bloempot staat een kalanchoë, een kamerplant. ,,Dit is het domein van de computer'', vertelt Aad van der Knaap, een van de directeuren van KP Holland. De techniek regelt hier alles: het open- en dichtgaan van de ramen, het bewateren van de potplanten, het warmstoken van de kas. ,,Nog niet zo heel lang geleden moest je veel met de hand bedienen. Maar door allerlei nieuwe technologieën zijn we zuiniger geworden met gas, kunstmest en bestrijdingsmiddelen'', zegt Van der Knaap, terwijl hij aan de kant gaat voor een manshoge blauwe robot op wielen die licht zoemend en in slakkentempo passeert. De robot haalt een bak uit de zee van groen en roze, en brengt hem naar de loods. KP Holland produceert in deze kas jaarlijks vier miljoen exemplaren van de kalanchoë. En uit de acht andere kassen van het bedrijf komen onder meer twintig miljoen exemplaren van een andere kamerplant, spathiphyllum.

,,De glastuinbouw is het goudhaantje van de Nederlandse economie'', zei voorzitter J. van der Veen van het Productschap Tuinbouw vorige week toen hij de cijfers van de sector presenteerde. Terwijl de akkerbouw en de intensieve veeteelt krimpen, blijft de tuinbouwsector groeien, en met name de glastuinbouw. Nederland telt nu 10.500 hectare aan kassen, 20 procent meer dan in 1980. Maar met het succes kwam ook de vervuiling.

De teelt van meer rozen, chrysanten, gerbera's, tomaten, paprika's en komkommers zorgde ook voor een hoger verbruik van gas, elektriciteit, kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Daarom heeft de overheid samen met de sector in 1997 het convenant Glastuinbouw en Milieu opgesteld. Daarin zijn doelen vastgesteld voor het verbruik van energie, bestrijdingsmiddelen en meststoffen in 2010. Zo moeten de bloementelers het gebruik van bestrijdingsmiddelen met 72 procent hebben verminderd ten opzichte van 1980. Telers van glasgroenten moeten zelfs een daling van 88 procent halen. Het verbruik van meststoffen (stikstof en fosfaat) moet met 95 procent worden teruggebracht en de energie moet 65 procent efficiënter worden gebruikt. Bovendien liggen er, sinds vorig jaar, doelen per gewas vast. Die geven aan hoeveel gas, belichting, voeding en bestrijdingsmiddelen kunnen worden toegepast voor bijvoorbeeld een hectare lelies, ficussen of aubergines.

,,Om te controleren of tuinders zich daaraan houden, stellen we nu handhavingsbeleid op'', zegt Johan Ebbens, secretaris van de Stuurgroep Glastuinbouw en Milieu, waarin bedrijfsleven, overheid, waterschappen, milieuorganisaties en gemeenten zijn vertegenwoordigd. Ebbens, werkzaam bij de Novem (het milieu- en energieagentschap van de overheid), vertelt dat tuinders tegenwoordig schriftelijk moeten doorgeven wat ze telen, hoeveel, en wat ze daarbij verbruiken. Alle tuinders moeten die cijfers rapporteren aan de overheid. Degenen die verwachten de geldende normen te overschrijden moeten dat melden. ,,Tegen de tuinders die dan nog steeds de norm overschrijden, zullen sancties volgen. Wat die zijn, staat nog niet vast.''

Tuinder Van der Knaap vertelt dat de zijkanten van zijn kassen geïsoleerd zijn met een speciale folie om warmteverlies tegen te gaan. Op de bodem van de kas ligt een betonnen vloer. ,,Dat beperkt het warmteverlies naar de bodem. En er stromen geen bestrijdingsmiddelen meer de grond in. Je vangt ze netjes op. Het water wordt ook opgevangen en hergebruikt.'' Daarnaast zijn de dekramen, dat zijn de open- en dichtklappende ramen bovenin de kas, gemaakt van een dubbellaags polyacrylaat. Ook dat voorkomt warmteverlies. Bestrijdingsmiddelen hoeft Van der Knaap maar weinig te gebruiken, want kalanchoë heeft weinig last van insecten, wormpjes of schimmels.

,,Dat is bij ons wel anders'', zegt John Ammerlaan van plantenkwekerij Leo Ammerlaan in Bleiswijk. Zijn bedrijf kweekt jonge plantjes op totdat ze zo'n twaalf weken oud zijn. Daarna gaan ze naar de teler. Het bedrijf specialiseerde zich eerst in groenten, maar levert nu ook perk- en potplantjes. ,,Jonge planten zijn kwetsbaar, ze vragen extra bescherming. Ik moet verhoudingsgewijs veel bestrijdingsmiddelen en voeding gebruiken.'' Toch heeft hij het gebruik daarvan de afgelopen jaren weten te verminderen. Door de hele kas is gaas aangebracht. Daardoor komen er minder insecten binnen en hoeft hij ook minder gif te spuiten. Desondanks hadden de jonge chrysanten afgelopen zomer veel last van de mineervlieg, vertelt hij. ,,Die is bijna niet meer dood te krijgen.'' Het gebruik van kunstmest heeft hij weten te reduceren sinds hij het water opnieuw gebruikt. ,,De overtollige voeding die met het water meegaat, komt in een volgende ronde weer bij de plant terecht. Je moet alleen het water voor hergebruik behandelen om eventuele ziektes eruit te halen'', zegt Ammerlaan terwijl hij langs de indrukwekkende filterinstallatie loopt waar het water wordt ontsmet.

Uit de eerste tussentijdse analyse, die vorig jaar werd uitgevoerd, blijkt dat 71 procent van alle glastuinders de energienorm voor 2002 had gehaald. 83 procent was erin geslaagd om het gebruik van bestrijdingsmiddelen voldoende terug te dringen. De doelstelling voor de uitstoot van stikstof en fosfor (gemeten via het verbruik van meststoffen) werd door respectievelijk 75 en 56 procent gehaald. Het lijkt weinig, maar Ebbens noemt het ,,bemoedigend''. Uit de analyse blijkt namelijk ook dat 55 procent van de tuinders nú al de norm voor 2010 haalt. Voor de bestrijdingsmiddelen geldt dat voor 77 procent. ,,De introductie van biologische bestrijders, zoals hommels en sluipwespen, is hiervoor van grote invloed geweest. Ook de komst van nieuwe, milieuvriendelijker gewasbeschermers heeft meegespeeld.'' De verhoging van de energie-efficiëntie is vooral bereikt door de toepassing van klimaatcomputers, warmtekrachtinstallaties, buffertanks die warmte opslaan, gevelisolatie, schermen en de bouw van energiezuinige kassen.

Ammerlaan weet voor zichzelf dat alle investeringen in energiebesparing wel degelijk wat hebben opgeleverd. Hij loopt langs de drie warmtekrachtinstallaties die elektriciteit leveren voor de vele lampen in de kas, maar ook warmte. ,,Daarmee gebruik je je energie 30 procent efficiënter'', zegt hij. Verder heeft hij buiten nog een buffertank staan. In de enorme tank, die gevuld is met water, slaat Ammerlaan de overtollige warmte tijdelijk op. ,,Dat moet ik wel doen, anders betaal ik me scheel aan het gas.''

Volgens hem heeft het te maken met de liberalisering van de energiemarkt, en nieuwe Brusselse regels. Tuinders moeten nu vooraf met de energieproducent afspreken hoe dik de gasbuis is die naar hun kas loopt, en hoeveel capaciteit ze nodig hebben. Degene die boven de afgesproken hoeveelheid uitkomt, krijgt een boete. Tuinders zijn daardoor veel gelijkmatiger gaan stoken. ,,Voor een rozenteler is dat oké, die stookt sowieso gelijkmatig'', zegt de kweker. ,,Maar ik heb in de winter veel warmte nodig, en in de zomer bijna niks. Dan heb ik genoeg aan de zon.'' Bovendien moet hij vooral in de ochtenduren stoken. Maar de wet is niet ingesteld op zulk berg-en-dal-gebruik. Ammerlaan: ,,Daarom stoken steeds meer tuinders gelijkmatig over de dag, en slaan ze het overschot op in een tank''.

Ondanks alle inspanningen twijfelt Ebbens of alle vastgestelde normen voor 2010 gehaald zullen worden. ,,We zijn bij onze berekening uitgegaan van een areaal van 10.000 hectare. Maar de sector blijft groeien.'' Bovendien neigen steeds meer glastuinders ernaar om hun belichting te intensiveren. In de omvangrijke rozenteelt is dat al het geval, maar ook de tomatentelers beginnen de voordelen van intensieve belichting te ontdekken. Ze kunnen daardoor het hele jaar door tomaten telen, waardoor de productie met 10 tot 20 procent omhooggaat. De keerzijde is dat het extra energie vraagt. ,,Volgend jaar worden de doelstellingen voor 2010 geëvalueerd en wellicht aangepast'', zegt Ebbens.

Overheid en glastuinders hebben dit jaar uitgeroepen tot het jaar van de groene stroom. ,,We moeten naar een meer duurzame vorm van glastuinbouw'', zegt Ebbens. Het eerste concept daarvoor ligt er al: de gesloten kas. In deze, totaal van de buitenlucht afgesloten, kas wordt alles nóg beter gecontroleerd dan nu al het geval is. Omdat de ramen helemaal niet meer opengaan, kunnen er in principe geen insecten meer binnenkomen. De besparing op bestrijdingsmiddelen kan oplopen tot 80 procent, zo blijkt uit onderzoek van de Wageningen Universiteit. Bovendien wordt warmte langdurig opgeslagen, in ondergrondse zandlagen. Dat bespaart veel energie. En de productie ligt in zo'n gesloten kas soms wel 20 procent hoger dan in de huidige kassen. Ebbens verwacht er veel van. Net als plantenteler Van der Knaap. ,,Je kunt nog een stap verdergaan'', zegt hij. ,,De kas is eigenlijk een zonnecollector en kan energie leveren, in plaats van vreten. Waarom bouwen we geen kassen bovenop grote gebouwen?''