De zaak-Oudkerk

De ophef die deze week ontstond over de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk, overstijgt het karakter van de dorpsrel. De PvdA-politicus besprak volgens een columniste van Het Parool met haar zijn gewoonte op oudejaarsavond cocaïne te gebruiken, zijn bezoek aan prostituees en zijn gewoonte om via de door de gemeente beschikbaar gestelde computer langs seksueel prikkelende pagina's op internet te surfen. De ontboezemingen van de wethouder brachten hem landelijk in opspraak. Dat was overigens niet de eerste keer: eerder baarde Oudkerk opzien door te spreken over `kut-Marokkanen' en onlangs weer door een controverse met de politie over het misbaar dat hij maakte nadat hij wegens fietsen zonder achterlicht werd bekeurd.

Het eerste probleem van Oudkerk is dat hij telkens in de media opduikt om de verkeerde redenen. Als wethouder is hij belast met de portefeuille sociale zaken, werkgelegenheid en onderwijs – voorwaar terreinen waarop in Amsterdam het nodige te doen valt.

Via een briefje aan burgemeester Cohen ontkende Oudkerk dat hij cocaïne gebruikt. Dat was het enige mogelijk strafbare feit in het rijtje. Wat een wethouder er verder in zijn vrije tijd aan (on)hebbelijkheden op nahoudt zou geen zaak horen te zijn van publiek belang. Maar aan het privé-gebruik van de gemeentelijke server zit wel een scherp randje: ambtenaren die dit doen worden daarvoor stevig gestraft. Werknemers in de private sector zijn wegens pornosurfen ontslagen. In het geval van Oudkerk zijn andere dan moralistische kwesties aan de orde. Zo is het de vraag of hij als wethouder nog gezaghebbend kan optreden tegen zijn eigen ambtenaren wanneer zij in de fout gaan.

Die vraag werd afgelopen week tijdens de vergadering van de Amsterdamse gemeenteraad wel opgeworpen door de voorzitter van de CDA-fractie in die raad, Hans Res, maar een overtuigend antwoord kwam niet. Het seniorenconvent, het beraad van fractieleiders uit de raad, had kort voor de vergadering besloten dat er geen debat zou komen over de `kwestie-Oudkerk'. De wethouder zou ook niet in de gelegenheid worden gesteld een verklaring af te geven. Wel deelde Cohen zijn wethouder publiekelijk een reprimande uit over het feit dat deze ,,meer dan naïef'' was geweest om een columnist in vertrouwen te nemen. De mening van de burgemeester dat er inzake bestraffing van privé-gebruik van pc's nu eenmaal ,,verschillende protocollen'' zijn voor bestuurders en ambtenaren, wekt bevreemding. Formeel is dat mogelijk het geval, maar er kan op dit terrein geen dubbele standaard zijn. Toen Oudkerk in antwoord op vragen begon aan een betoog waarin hij zijn excuses probeerde te maken voor zijn gedrag, werd hij door de vergadervoorzitter, Saskia Bruines (D66), afgehamerd.

De grote ramen van de Amsterdamse raadzaal die een prachtig uitzicht bieden op de stad en op de Amstel, waren tijdens de vergadering grotendeels verduisterd. De symboliek hiervan voor de besloten bestuurscultuur van de nog altijd door de PvdA overheerste Amsterdamse raad dringt zich op. Helemaal wanneer een vergelijking wordt gemaakt met bijna gelijktijdige gebeurtenissen deze week in de Rotterdamse gemeentepolitiek. Daar rolde het hoofd van wethouder Rabella de Faria van Leefbaar Rotterdam omdat haar fractie onverhoeds het vertrouwen in de eigen wethouder opzegde. Fractievoorzitter Ronald Sørensen wilde weinig kwijt over de motieven, en voor zijn partij geldt dat die voor de kiezer als een steeds grotere puinhoop overkomt. Maar één ding staat vast: Leefbaar Rotterdam doet wat het heeft aangekondigd. Indien een wethouder zijn of haar werk niet goed zou doen, zou hij of zij plaats moeten maken.

Deze gebeurtenissen in de hoofdstad en in de havenstad hebben een betekenis van nationaal belang, omdat het gaat om het aanzien van de politiek. De gemeente is de bestuurslaag die de burger het dichtst op de huid zit. Welk gezag heeft een gemeenteraad zoals de Amsterdamse die niet bij machte is openlijk van gedachten te wisselen over het optreden van een van de wethouders? Welk gezag heeft een wethouder die niet in staat is te beoordelen hoeveel van zijn geloofwaardigheid resteert? Lokale politiek die niet beschikt over zelfreinigend vermogen, roept twijfel op over de integriteit en geeft voeding aan ontevredenen.