De grens tussen echt en vals

In zijn romans voert Tomas Lieske graag historische personages op. ,,Ik monteer mijn fantasieverhaal in de werkelijkheid.''

Het bordje op de buitendeur van zijn dubbele bovenhuis aan de rand van de Leidse binnenstad vermeldt twee namen: Ton van Drunen en Tomas Lieske. Nee, de schrijver van de veelgeprezen zojuist herdrukte roman Gran Café Boulevard woont niet samen met een man. Hij deelt de twee ruime etages met zijn echtgenote. Zij, lerares, werkt op de tweede, hij op de eerste verdieping. Ton van Drunen is de naam die zijn ouders hem bij zijn geboorte in 1943 gaven, Tomas Lieske is zijn nom de plume, waarmee hij overigens ook de telefoon opneemt en zich voorstelt.

Lieske veranderde zijn naam om een definitieve streep te zetten onder zijn verleden. In dat opzicht lijkt hij op de hoofdpersoon uit Gran Café Boulevard, oplichter/vervalser Taco Albronda, die zich op een cruciaal moment in zijn leven de valse naam Alexander Rothweill aanmeet. ,,Ik schrijf al sinds mijn twintigste, maar jarenlang heb ik last gehad van het idee dat wat ik schreef niet goed genoeg was. Toen ik een jaar of vijfentwintig was heb ik werk laten lezen aan Aad Nuis, indertijd verbonden aan de letterenfaculteit van Leiden. Hij was enthousiast en heeft me in contact gebracht met uitgevers. Helaas raakte ik verzeild in een manier van werken die erop neerkwam dat ik in mijn volkstuinhuisje de hele wand vol prikte met schema's voor een roman. Jaren heb ik daaraan geknoeid: onophoudelijk schema's perfectioneren. Maakte ik eindelijk eens een roman af, dan deed ik er niets mee. Ik was er niet tevreden over, het was mij niet goed genoeg. Uiteindelijk wilde ik niets meer met schema's te maken hebben en heb ik de hele boel, schema's en een stuk of zeven romans, in een stortkoker gegooid. Dat heeft me enorm opgelucht.''

Kort na deze grote opruiming is hij met dichten begonnen. ,,Op dat moment moest ik een breuk maken tussen wat ik gedaan had en wat ik wilde doen. Om die reden vond ik het nodig mijzelf anders te gaan noemen. Ik wilde een tweede leven beginnen, een leven als schrijver. Een pseudoniem kiezen is niet eenvoudig: je weet dat je er je hele leven aan vastzit. Het is Tomas zonder h geworden om het niet te veel te laten lijken op de ongelovige apostel. Lieske slaat niet op een vrouw met wie ik iets gehad heb. Het is gewoon een verzonnen naam én een eerbetoon aan Lucebert, omdat die naam in een gedicht van hem voorkomt.''

Moeizame start

Als gevolg van zijn moeizame start als schrijver debuteerde Lieske relatief laat. In 1987, op zijn vierenveertigste, verscheen de dichtbundel De ijsgeneraals, twee jaar later gevolgd door twee bundels essays. Voor zijn verhalen Oorlogstuinen (1992 ) kreeg hij de Geertjan Lubberhuizenprijs. Zijn echte doorbraak kwam – een roman, en vele gedichten en verhalen later – pas toen hij met Franklin in 2001 de Libris Literatuurprijs in de wacht sleepte. Sommige literaire critici spraken daar schande van, maar dat heeft hem niet gedeerd.

,,Ik heb het juist ontzettend prettig gevonden, die Librisprijs. Ook een kwestie van toeval. Ik kreeg hem in een jaar dat er geen andere grote romans tegenover stonden, in een jaar dat er een jury zat die kennelijk mijn literatuur apprecieert, dat geluk is met mij geweest. Ik ben daardoor iets bekender geworden. Als je het heel pragmatisch bekijkt, is al die kritiek op Franklin alleen maar gunstig geweest: het wekte vooral nieuwsgierigheid op naar de roman. Voor de verkoop was het ook goed. Als iemand die al in de lift zit zo'n prijs krijgt, leidt dat tot astronomische verkoopcijfers, bij mij is dat allemaal iets bescheidener. Van Franklin waren 2.700 exemplaren verkocht toen ik de prijs kreeg, daarna kwamen daar ineens 10.000 bij. Je hoort weleens van schrijvers dat ze na zo'n prijs in een impasse raken. Ik ben twee maanden na de prijsuitreiking naar Parijs gegaan en vanaf dat moment heb ik me alleen met Gran Café Boulevard beziggehouden.''

Lieske, tijdens de oorlog geboren in het Haagse Bezuidenhout als oudste zoon van een huisschilder en diens uit Groningen afkomstige echtgenote, groeide op tussen het puin van de bombardementen, een `fantastisch speelterrein'. Hoewel van huis uit katholiek, bezocht hij het openbare Thorbecke Lyceum en studeerde Nederlands in Leiden. Op zijn vijfendertigste begon hij een studie dramaturgie in Amsterdam en twintig jaar lang was hij docent Nederlands aan het Haags Montessori Lyceum. Een leven dat in niets lijkt op dat van de crimineel Franklin uit de gelijknamige roman of dat van Taco Albronda alias Alexander Rothweill uit Gran Café Boulevard.

,,Franklin'', vertelt Lieske, ,,ging over een jongen met destructieve neigingen die ik gekend heb en met wie ik ondanks zijn eigenaardigheden een tijdlang ben omgegaan. Ik wilde nagaan wat hem – en mij – bezielde, hoe de krachten van aantrekken en afstoten werken. In Gran Café Boulevard komen veel figuren voor die op de een of andere manier ontheemd zijn. Zelf heb ik zo'n geschiedenis niet. Ik wil boeken schrijven die behoren tot het domein van de fantasie. Zonder dat er een boodschap in zit. En zonder dat ze te maken hebben met mijn leven of mijn manier van leven. Als ik over mijn leven moest schrijven zou ik in twee bladzijden klaar zijn, ik heb weinig meegemaakt, zoals de meeste mensen hier.''

Toch is er in Gran Café Boulevard meer van Lieskes eigen geschiedenis terecht gekomen dan op het eerste gezicht lijkt. Hij knikt bevestigend als ik hem wijs op de overeenkomst tussen het autobiografische gedicht `Onderdompeling' uit de bundel Stripping & andere sterke verhalen (2002), over het in de buurt van Den Haag gelegen gehucht Stompwijk en het Zuid-Hollandse polderlandschap dat hij beschrijft in Gran Café Boulevard.

,,`Onderdompeling' is gebaseerd op een ervaring die ik als achtjarige jongen had, begin jaren vijftig. Mijn vader wist dat je in Stompwijk bij de drie molens een paar sloten had die elkaar kruisten en precies op dat punt was een weitje dat als recreatiegebied werd gebruikt. Wij zijn daar één keer geweest. Dat heeft diepe indruk gemaakt, ik ben er bijna verdronken. Ik kon niet zwemmen, ik zakte weg in de blubber, bijna gestikt. Ik durfde niet om hulp te roepen want dan zou ik afgaan tegenover de grotere jongens die daar waren. Ik heb het idee, hoewel je dat nooit helemaal zeker weet, dat die bijna-verdrinking een basis is geweest voor Gran Café Boulevard, dat eindigt met de verdrinkingsdood van Taco en misschien ook van zijn broer Fedde. Ik wilde als de vreemdeling die ik als kind in Stompwijk was, schrijven over het Zuid-Hollandse landschap dat ik inmiddels heel goed ken: het landschap dat vanaf Leiden tot de Wijde Aa en tot Rijpwetering ligt.''

Het tweede uitgangspunt was dat hij wilde schrijven over de verschillen tussen twee broers. De één blijft thuis, de ander gaat weg. De één is burgerlijk, de andere avontuurlijk – dat soort tegenstellingen. Van de twee broers vindt Lieske de brave Fedde het sympathiekst, maar met de oplichter en meestervervalser Taco identificeert hij zich het meest. ,,Ik ben net zo'n vervalser als Taco. Mijn verhalen zijn verzonnen, maar ik probeer constant de lezer naar mijn verzinsels te lokken via de werkelijkheid. Daarom voer ik historische figuren op als de fotograaf Erwin Blumenfeld en het topmodel Lisa Fonssagrives en daar omheen begin ik te fabuleren: zo zou het geweest kúnnen zijn. Ik heb mij grondig verdiept in de beroemde foto die Blumenfeld in 1939 van Fonssagrives maakte op de Eiffeltoren en daar een verhaal omheen geweven. Dus ik ben net als Taco bezig met de grens tussen echt en vals. Ik voel ongeveer hetzelfde voor hem als zijn geliefde, het Baskische meisje Pili. Zij valt op zijn avontuurlijkheid, ik ook. Verder vind ik vakmanschap heel bijzonder. Het is niet alleen een grapje als ik zeg: ik ben ook een vervalser. Wat Taco doet, is voor mij het schrijven: het leven naar je hand zetten door een eigen werkelijkheid te scheppen. Ik wil mijn verzonnen verhaal net zo sterk laten zijn als de werkelijkheid, puur om de fantasie – waar het me om te doen is – geloofwaardiger te maken.''

Omdat Lieske in Gran Café Boulevard het Zuid-Hollandse polderlandschap en het boerenleven daar als uitgangspunt nam, was zijn keuze voor de tijd waarin het verhaal speelt als vanzelf ook bepaald. ,,Mede naar aanleiding van die ervaring in het gedicht over Stompwijk wist ik dat het de jaren vijftig moesten zijn. Omdat in die tijd de opbouw van Nederland nog moest beginnen. Het hele landschap was ongerept en zag er nog prachtig uit. Die tijd wilde ik terughalen. Ik ben naar oude boerderijen gaan zoeken in de omgeving, heb boeken gelezen over inmiddels aan snelwegen opgeofferde boerderijen. Van wat er over is heb ik foto's gemaakt en ik heb contact gelegd met een boer uit Warmond die even oud is als ik. Hij weet alles van het leven aan het begin van de jaren vijftig op een boerderij zoals ik dat in gedachten had, geen elektriciteit, alleen koud water en slapen op zolder boven de stal. Hij kende ook alle oude routes door de polder nog, wist hoe je het moeras moest omzeilen bijvoorbeeld. Die informatie klopte met wat ik vond in bibliotheken en gemeentearchieven.''

Geen streekroman

Lieske wilde echter voorkomen dat zijn verhaal een streekroman zou worden. ,,Ik heb niets op een boerenroman tegen, maar het is mijn literaire voorkeur niet. Het hielp dat ik in Parijs ben gaan schrijven, met stapels foto's en documentatie bij de hand. Daar zijn pas langzamerhand de personages, karakters, verhaallijnen ontstaan. Zo sluipt er het element in dat de familie waarover ik schrijf afkomstig was uit Groningen en op het Zuid-Hollandse platteland niet werd geaccepteerd. Het verhaal over de reizende broer heb ik ook al schrijvend bedacht. Ik moest hem een reden geven om op reis te gaan – er was nauwelijks toerisme voor de oorlog. Daarom gaf ik hem het beroep van fotograaf met opdrachten in Parijs. Uit zo'n keuze komen weer allemaal verhaallijnen voort.''

De hoofdpersoon Taco is in de roman assistent van de fotograaf Blumenfeld omdat Lieske in diens memoires had gelezen dat hij in Amsterdam heeft gewoond en gewerkt. ,,Zo kon ik aannemelijk maken dat Taco met hem in contact kwam. Ik kende de foto's van Blumenfeld en vooral op zijn foto van Lisa Fonssagrives, hangend aan de Eiffeltoren, ben ik altijd gek geweest. Ik wilde dat beeld omwerken tot romanscène. Om het boek te begrijpen hoef je niet van Blumenfeld gehoord te hebben, maar het is meegenomen als je die foto kent. Blumenfeld is eigenlijk in alles het tegendeel van Taco. Blumenfeld was brutaal, geestig, maar niet iemand die dacht de wereld in zijn macht te hebben. Daarvoor was voor hem als jood de Tweede Wereldoorlog een te grote bedreiging, met hoeveel humor en prachtige foto's hij zich daartegenover ook teweer stelde. Vergeleken bij hem is Taco een onderkruiper, die pas gaat excelleren als hij vervalser wordt. Hij is iemand die weinig presteert, maar toch denkt dat hij het leven naar zijn hand kan zetten. Zolang hij bij Blumenfeld in dienst is, speelt hij een knechtenrol. Daar komt hij een beetje bovenuit als hij een relatie krijgt met Lisa Fonssagrives, van wie ik dacht dat niemand haar nog zou kennen.''

Lieske is van mening dat het opvoeren van een historisch personage als romanfiguur het spel van fictie en werkelijkheid spannender maakt. ,,Ik monteer mijn fantasieverhaal in de werkelijkheid, omdat de werkelijkheid mij enorm inspireert. Ik begin daar ook altijd mee. Ik ga eerst studeren, onderzoeken, kijken wat er allemaal uit de werkelijkheid gehaald kan worden. Ik probeer me heel goed te documenteren, pas dan kan ik met mijn fantasie uit de voeten. Een tweede overweging is het eeuwige pogen om de lezer de indruk te geven dat hij geen nonsens zit te lezen, maar dat het allemaal aannemelijk is wat er gebeurt. De waargebeurde werkelijkheid is onbeschrijfbaar, het alledaagse leven is meestal saai, daar heb je niets aan. In een roman moet je de werkelijkheid verhevigen. Ik wil dat verzonnen verhaal op scherp zetten, ik wil er iets mee doen. Ik hecht ook aan de oude regel: not telling, but showing. Een goedgekozen, scherp beeld beklijft meer dan allerlei uitleg, ik vind dat de lezer zelf wel kan interpreteren en duiden. Ik wil niet uitleggen wat voor karakter Taco heeft. Ik bedrijf geen psychologie, ik wil een beeld schetsen zodat de lezer weet: o, ben jij zo'n figuur.''

Tot de mooiste passages in Gran Café Boulevard behoren die over Taco's jonge Baskische vriendin Pili, wier ouders op last van Franco zijn vermoord. Als lezer krijg je de indruk dat Lieske al schrijvend verliefd op het meisje is geworden. ,,Ik ben verliefd geworden op haar levensloop. Je ziet iemand opgroeien met alle kansen, die in één klap teniet worden gedaan door oorlogsomstandigheden waar ze niets aan kan doen. Ze probeert zich als zwerfster in leven te houden, wat niet lukt. Ze moet in haar puberteit een enorm gevecht leveren tegen opvoeders met wie ze het niet eens is, maar aan wie ze zich wel moet overgeven. Er zijn duizenden meisjes zoals zij wees geworden tijdens en na de Spaanse Burgeroorlog en op een gruwelijke manier `opgevangen'. Zij groeit daar bovenuit en daar heb ik bewondering voor. Dat heeft niets te maken met mijn ervaringen als oorlogskind. Eerder met mijn ervaringen als leraar en mijn bewondering voor leerlingen die zich probeerden te ontworstelen aan bestemmingen die hun opgelegd werden. Sommige thema's – tegen de klippen op overleven, desnoods via bedrog – komen op de een of andere manier steeds in mijn werk terug. Voor mijn volgende boek ben ik van plan een lijstje te maken met onderwerpen die er niet in mogen, omdat ik ze al behandeld heb.''

Pratend over `overleven' komen we op het hartinfarct waaraan Lieske begin dit jaar op een haar na sneuvelde. Hij was teruggekomen uit Parijs, had het manuscript van Gran Café Boulevard ingeleverd bij de uitgever, toen hij zonder waarschuwing vooraf 's nachts in coma raakte. ,,Het bleek een zware hartaanval te zijn en eenmaal in het ziekenhuis kreeg ik er nog twee overheen. Ze hebben me in ijs gelegd om de werking van mijn hersens op gang te houden. Na vijf dagen ben ik heel langzaam uit het ijs ontwaakt. Inmiddels ben ik gedotterd en gerevalideerd. Vervelend is het wel, want ik wil mijn volgende roman weer in Parijs schrijven. Meestal zit ik daar alleen en het is een angstig idee dat je dan zoiets als een infarct kan overkomen.''

Hartinfarct

Of hij over zijn bijnadoodervaring gaat schrijven in een volgende roman, betwijfelt hij. ,,Jammer genoeg was ik bij mijn hartinfarct buiten bewustzijn, dus ik heb het niet meegemaakt dat ik bijna dood was. Trouwens, ik héb al geschreven over een soortgelijke ervaring aan het slot van Gran Café Boulevard, als de twee broers met een auto het moeras in rijden. Dat dit zou gebeuren wist ik al heel vroeg, dat moeras ligt daar niet voor niets: daar verzuipen ze. Ik kan zelf niet zwemmen, dus verdrinken is een reëel schrikbeeld. Ik heb altijd begrepen dat het drie minuten duurt waarin er allerlei beelden voor je ogen komen. Misschien gaat het ook wel zo, iedereen zegt het. Dus ik dacht: laat ik het zo ook maar opschrijven. Taco ziet z'n ouders, Lisa Fonssagrives komt langs, hij kent uit zijn fotografentijd nog het beeld van foto's die tijdens het ontwikkelen langzaam opkomen. Dat ziet hij allemaal in het water. We weten dan allang niet meer of het werkelijkheid is wat er beschreven wordt, of een verdrinkingsvisioen. Er worden tijden door elkaar gegooid, er wordt een spel gespeeld met werkelijkheid en fantasie. Dat is voor mij de mooiste literatuur.''

Het is een vorm van literatuur die in de buurt komt van poëzie. Lieske houdt ervan proza en poëzie af te wisselen. ,,Tegelijk gaat niet.Ik heb geen voorkeur, maar wat ik in gedichten meer kwijt kan dan in proza is het pure woordspel, het werken met gekke beelden, woorden, zinnen. In gedichten schrijf ik geen verhalen, maar hele kleine kernen van verhalen. Soms zie je dat in een gedicht het verhaal de overhand krijgt – dan is het meestal niet zo'n goed gedicht. 't Mooiste is wanneer een verhaal even gesuggereerd wordt, terwijl in een roman het verhaal altijd moet doorgaan. Wel vind ik dat ook voor proza geldt dat het per zin perfect, per zin iets bijzonders moet zijn. Ik heb een hekel aan boeken in alledaagse taal, de taal van alle mensen. Waarom zou je die willen opschrijven?''

`Gran Café Boulevard' is verschenen bij uitg. Querido, €17,95