Cultuurpremier

Het principe van de scheiding van machten, in de Verenigde Staten ingevoerd in de grondwet van 1789, is in ons landsbestuur nog altijd een utopie. Verkiezingen zijn uitzonderingen, benoemingen zijn regel. Zo benoemt de regering de voorzitters van de eigen adviesraden. Die raden geven de regering advies, gevraagd èn ongevraagd. Ze kunnen in die adviezen zelfs rechtstreeks tegen het regeringsbeleid ingaan. Zo kan de voorzitter van een adviesraad soms opereren als een interne opposant van de regering, los van de parlementaire oppositie. De benoeming van zo'n voorzitter door de regering is daarom een precaire aangelegenheid, die extra procedurele zorgvuldigheid en transparantie vereist.

Bij de Raad voor Cultuur geldt dat nog sterker dan bij andere adviesraden. Omdat nog altijd de doctrine van Thorbecke geldt dat de regering geen oordeel heeft over kunst, worden beslissingen over kunst- en cultuurbeleid alleen genomen na advisering door de Raad voor Cultuur. Die adviezen, onder andere over subsidies, worden door regering en Tweede Kamer vrijwel altijd gevolgd.

De Raad voor Cultuur is in de praktijk de Nederlandse cultuurregering, de voorzitter is de cultuurpremier. Die bestuurlijke constructie kan alleen goed functioneren op basis van onafhankelijkheid en onomstreden gezag. Onafhankelijkheid moet er zijn van de kunstwereld en van de politiek. Onomstreden gezag kan door de Raad voor Cultuur worden verworven door een vlekkeloos verlopen benoemingsprocedure van de voorzitter en een consistente en consciëntieuze werkwijze, wars van ons-kent-ons en voor-wat-hoort-wat.

De benoeming van de voorzitter van de Raad voor Cultuur is daarmee naast de indiening van de vierjaarlijkse Cultuurnota een van de belangrijkste beleidsdaden van een bewindspersoon voor cultuur. Ophef daarover kan buitengewoon schadelijk zijn en bedreigend voor het goed functioneren van de voorzitter en zelfs van de Raad als geheel. En ophef is er, nu staatssecretaris Medy van der Laan (D66) haar partijgenote Winnie Sorgdrager zonder openbare procedure heeft herbenoemd voor een periode van vier jaar. De Benoemings Advies Commissie had wegens tijdgebrek geadviseerd haar voor één jaar te herbenoemen om voor de periode daarna een goed onderbouwde benoeming te kunnen doen.

Van der Laan hecht aan continuïteit omdat dit jaar de belangrijke adviezen aan de orde zijn voor de nieuwe vierjaarlijkse Cultuurnota 2005-2008. Maar dat is geen overtuigend argument tegen het openbaar publiceren van een vacature waarop Sorgdrager ook had kunnen solliciteren. Met een herbenoeming voor één jaar was die continuïteit er trouwens ook geweest. Met haar grijze procedure profileert Van der Laan nu Sorgdrager als een voorzitter die achter de schermen wordt geprotegeerd en daardoor inboet aan autoriteit en onafhankelijkheid.