Bint

Enige tijd geleden is er een onderzoek gedaan naar de literaire voorkeuren van middelbare scholieren. Veel Giphart, een enkel boek van Mulisch, terwijl werk van Wolkers en Hermans uit de topvijf dreigde te zakken. Hét boek van mijn middelbareschooltijd werd in dat onderzoek al nergens meer genoemd, terwijl het toch een dun boekje is, helemaal geschikt om gelezen te worden door leerlingen die niet lezen willen.

Bint van Bordewijk.

Gisteravond, terwijl ik met één oog keek naar al die televisieprogramma's over het Haagse Terra College, heb ik het nog eens herlezen. Een meesterwerk, nog altijd.

,,Terzijde van de hal stond reeds de directeur op de drempel, droog, rietmager, kaarsrecht. Hij keek door een bril van bloed. Zijn blik was gering. Zijn kin was geslepen tot een bokkebaard van grijs.'' Dat was Bint, de directeur. Bint zegt: ,,Ik eis van ieder: tucht. Ik ben hoogst modern. De tijd is voorbij van gemoedelijkheid, van verbroedering. Dit geslacht is té bandeloos.'' En Bint zegt: ,,Men moet de cirkelgang durven gaan. Er is snelle verwildering. Men moet ver teruggrijpen en snel, naar het oude systeem van macht en vrees. Dit oude is het nieuwste, het beste, het enige. Ik eis: een-stalen-tucht. Nu ga.''

Degene die moet gaan is De Bree, de nieuwe leraar, die zich zal ontpoppen als de trouwste volgeling van wat Bint niet zonder trots `het systeem' noemt. Er zijn verschillende klassen met hun eigen bijnamen: de bloemenklas, de grauwen, de bruinen. Maar de ergste is de klas die `de hel' wordt genoemd. De leerlingen hebben beroemd geworden namen: Whimpysinger, Bolmikolke, Klotterbooke, Punselie, Schattenkeinder, Van der Karbargenbok, De Moraatz. En Mourat D. had ik bijna geschreven. Ook de leerlingen hebben bijnamen: de slome gorilla, de roofvogel, de gier. Als je goed kijkt, lopen ze rond op elke school. Toen en nu nog steeds.

De Bree gaat de hel binnen: ,,Op het podium was een tafel en een stoel. De tafel was haarfijn geplaatst aan de rand. De Bree verzette haar tot veilige stand, voelde tersluiks aan de stoel, ging zitten naast de tafel.'' Een aanslag, toen ook al, maar nog afgeweerd. De Bree begrijpt dat Bint diep in zijn hart trots is op de hel. De hel is zijn schepping, klaar om onderworpen te worden. Bint vindt dat de hel `deugt', zoals ook de rector van het Terra College vindt dat zijn school deugt.

Terwijl ik lees, loopt de televisie over van begrip. Er is zelfs begrip voor degenen die begrip hebben voor de moordenaar. Ook Bint wordt een keer om begrip gevraagd. Bint heeft namelijk een beginsel. ,,Een scholier haalt een slecht eerste rapport niet op'', zegt Bint. ,,Ik weer zo mogelijk zittenblijvers. Ik adviseer de ouders de leerling met een slecht eerste rapport van school te nemen.''

Dan is er de lerarenavond waarop de rapportcijfers worden vastgesteld. Over leerling Van Beek uit de grauwe klas wordt gedebatteerd. De jongen heeft het thuis moeilijk. Zijn vader is dood. Hij moet de natuurlijke verzorger worden van het gezin. Zijn moeder is lastig. Hij werkt heel laat, hij slaapt te weinig. Zonder schooldiploma wordt hij nooit iets. Een van de leraren vraagt om clementie. ,,Ik heb gehoord'', zegt de leraar, ,,dat hij dreigt zich van kant te maken als hij geen voldoende haalt.''

,,Hij dreigt?'', vroeg Bint effen.

,,Nu ja.''

,,Hij moet doen wat hij niet laten kan.''

Van Beek krijgt een drie. Niet lang daarna pleegt hij zelfmoord, in de gracht gesprongen. Misschien is dat het verschil tussen de leerling van vroeger en de leerling van nu: de leerling van toen sloeg de hand aan zichzelf, de leerling van nu koopt een pistool en schiet zijn leraar dood.