Beloftes over duurzaamheid niet gehouden

De doelstellingen die de wereld zichzelf op de top over duurzame ontwikkeling in Johannesburg in 2002 heeft gesteld worden bij lange na niet gehaald.

Tot die conclusie komt het World Economic Forum (WEF), een onafhankelijk platform voor regeringsleiders, de top van het bedrijfsleven en internationale organisaties, in zijn gisteren verschenen studie Global Governance Initiative.

In Johannesburg werden afspraken gemaakt over terugdringen van armoede, toegang tot schoon drinkwater, verbetering van gezondheidszorg, voorkomen van kindersterfte, bescherming van het milieu. Over een aantal van die dingen werden ook concrete doelstellingen geformuleerd (zoals halvering van het aantal mensen dat niet beschikt over goede sanitaire voorzieningen in 2015). De deelnemende landen beloofden alles op alles te zetten om die doelstellingen ook te halen. Maar critici noemden de top destijds al ,,een gemiste kans''. De doelstellingen waren volgens hen te vaag en controle op de resultaten ontbrak.

De studie van de WEF, die voortaan jaarlijks zal verschijnen, geeft rapportcijfers voor de resultaten op de verschillende terreinen waarover in het zogeheten actieplan van Johannesburg afspraken zijn gemaakt. Een nul betekent achteruitgang, een één wil zeggen dat de situatie ongewijzigd is, een vijf betekent dat ongeveer de helft is bereikt van wat is afgesproken. Alleen op het gebied van armoedebestrijding en gezondheidszorg deelt het rapport voor 2003 een vier uit, op alle andere terreinen komt de wereld niet verder dan een drie. Dat betekent dat op geen enkel terrein ook maar de helft van de doelstellingen is bereikt.

Richard Samens van het WEF constateert dat de internationale gemeenschap ,,gewoon niet genoeg haar best doet'' en dat er een groot verschil blijft bestaat tussen beloftes en wat daarvan wordt waargemaakt. ,,Regeringen falen'', schrijft het rapport, en anderen – bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties – zijn ,,niet bereid of niet in staat om de gebrekkige pogingen van regeringen te compenseren''.

Toch is het rapport niet alleen pessimistisch, anders zou het rapportcijfer nergens boven een één zijn uitgekomen. In de strijd tegen armoede bijvoorbeeld heeft China de afgelopen jaren goede resultaten bereikt. De constante economische groei wordt ondermeer ingezet voor verbetering van de leefomstandigheden op het platteland. Daar staat tegenover dat de rijke landen hun markt nog steeds beschermen tegen landbouwproducten uit ontwikkelingslanden en omdat 75 procent van de armen voor hun inkomen afhankelijk is van de landbouw, wordt de armoede zo in stand gehouden.

Het rapport noemt overigens de doelstelling op het gebied van armoedebestrijding (halvering van het aantal mensen dat moet rondkomen met minder dan 1 dollar per dag) nogal mager. Als die bereikt zou worden, zijn er in 2015 nog steeds 900 miljoen armen over.