Belgische ijshockeyers hebben noorderburen weinig te bieden

Om de uitgeholde eredivisie nieuw leven in te blazen, besloot de ijshockeybond afgelopen najaar tot de opzet van een Belgisch- Nederlandse competitie. Een tussenbalans.

Het plan klonk veelbelovend: een grensoverschrijdende ijshockeycompetitie, bedoeld om de uitgeholde en noodlijdende Superliga nieuw leven in te blazen. Met vrijwel elke week een Belgisch-Nederlandse ontmoeting op het affiche, net als in de jaren zeventig het geval was. Een uit nood geboren krachtenbundeling, maar een met perspectieven. Beweerden de optimisten.

Maar vijf maanden later is de conclusie onontkoombaar: de Coupe der Lage Landen is een farce. De vijf deelnemende (semi-)amateurclubs uit België (Deurne, Heist op den Berg, Herentals, Leuven en Turnhout) fungeren als schietschijf van de kapitaalkrachtige(re) collega's uit Nederland. Spelers en begeleiders, met name die van het oppermachtige Amsterdam en Heerenveen, klagen steen en been. Duels tegen een Belgische tegenstander zijn een verplicht nummer. Waarom urenlang in de bus en de file zitten voor een wedstrijd die ook schriftelijk afgedaan kan worden?

Zeventien Nederlands-Belgische ontmoetingen stonden sinds de start van de experimentele competitie op het programma, zestien duels eindigden in een (ruime) zege voor een van de vier clubs uit de hoogste afdeling van de Nederlandse ijshockeyliga: Amsterdam, Geleen, Heerenveen en Tilburg. De enige verrassing, en daarmee de uitzondering die de regel bevestigt, kwam op naam van bekerwinnaar Turnhout, dat vorige maand zowaar Tilburg versloeg: 4-3.

Vooral de non-wedstrijden Heerenveen-Leuven (20-1) en Amsterdam-Heist (23-1) vloekten met de doelstelling, en waren voor de Vlaamse media reden om te spreken van `een forse pandoering' (vrij vertaald: oorvijg). ,,Dit was niet wat wij voor ogen hadden'', erkent Jan de Greef, voorzitter van de Nederlandse ijshockeybond. ,,We hadden gehoopt en ook een beetje verwacht dat de krachtsverschillen minder groot zouden zijn.''

Het tegendeel is waar, getuige het cumulatieve doelsaldo van +162 (190-28) in het voordeel van Nederland. Maar van een mislukt experiment is volgens Thierry Van Durme, technisch directeur van de Belgische ijshockeybond, geen sprake. ,,Uitslagen van 20-1 en 23-1 zijn natuurlijk een lachertje. Maar vergeet niet dat de Belgische clubs zich nauwelijks hebben kunnen voorbereiden, omdat de Coupe der Lage Landen pas op het allerlaatste moment tot stand kwam. Toen die eenmaal begon, waren onze clubs bovendien nog volop verwikkeld in de eigen bekerstrijd. Nu die ten einde is, hoop ik op meer verweer.''

Al was het maar om de deur voor volgend seizoen op een kier te houden. Want Van Durme en de zijnen willen dolgraag verder met hun Nederlandse partners, alle scepsis ten spijt. ,,Het komt het algehele niveau van het Belgische ijshockey ten goede. Van alleen maar wedstrijdjes tegen elkaar spelen wordt niemand beter. Ik besef dat de animo in Nederland momenteel niet groot is om binnenkort weer met ons aan tafel te zitten, toch zou ik dat graag zien gebeuren.''

Eén voorwaarde stelt Van Durme: de clubbegrotingen moeten op elkaar worden afgestemd. ,,De koek zal beter verdeeld moeten worden. Nu is het zo dat geld voor een club als Amsterdam kennelijk geen rol speelt. Ook veel van onze clubs houden noodgedwongen vast aan buitenlandse spelers, met als gevolg dat onze jeugd geen kans krijgt en dus afhaakt. Die spiraal moeten niet alleen wij, maar ook de Nederlanders doorbreken.''

Zijn collega De Greef heeft de Belgen nog niet afgeschreven, maar voert momenteel vooral gesprekken met Nederlandse clubs over de invulling van volgend seizoen. De Greef onderschrijft de noodzaak van het (verder) reduceren van het aantal zogeheten en dure imports, van acht (vijf Nederlands-Canadezen en drie buitenlanders) naar wellicht vier of vijf. ,,Om onze jeugd een kans te bieden, moeten we nu twee stappen terug doen zodat we straks één stap vooruit kunnen zetten.''

Oud-international Ron Berteling deelt die mening niet. ,,Of je nu wilt of niet, je hebt die Nederlandse Canadezen nodig'', stelt de coach van Amsterdam. ,,Dat zijn de smaakmakers, jongens voor wie het publiek komt en aan wie de jonge garde zich optrekt. Zo heb ik het zelf indertijd ook geleerd.''

Een voortzetting van het `Belgische experiment' wijst Berteling niet af, al zou de recordinternational evenmin rouwig zijn als de `BeNe-liga' na een seizoen weer wordt opgedoekt. ,,In de eerste divisie schaatsen nu enkele Nederlandse talenten rond van om en nabij de twintig jaar. Willen ze hogerop komen, dan moeten die jongens voor de leeuwen geworpen worden. Mijn voorkeur gaat daarom uit naar een uitbreiding van de eigen competitie met clubs uit de eerste divisie. Die doen niet onder voor de teams uit België.''

Amsterdam treft vanavond Leuven in de eigen Jaap Eden-hal. Je hoeft geen ijshockeykenner te zijn om te voorspellen dat de bekerwinnaar met twee vingers in de neus zal winnen. Dat weet ook Berteling. Zuchtend: ,,En dus is de vraag: hoe motiveer ik mijn spelers voor wat niet meer is dan met alle respect een veredelde training? Ik houd mijn spelers maar voor dat je ook in een training tot het uiterste moet gaan.''