Het nieuws van 16 januari 2004

Jerry geeft 'm van katoen

't Waren gouden tijden voor het Duitse productie- en distributiebedrijf Rialto/Constantin Film GmbH. Medio jaren zestig lokten ondanks het einde van de hoogtijdagen van de cinema – televisie was een geduchte concurrent geworden – de Edgar Wallace-reeks, Karl May-adaptaties en schlagerfilms drommen mensen naar de bioscoop. Tussen de Krimi's, Winnetous en Peter Alexander-vehikels door produceerde men tussen 1965 en 1968 ook nog acht populaire films rond pulpblaadjesheld Jerry Cotton. De simpelmansavonturen van deze FBI-agent lagen voor een paar Pfennige bij kiosk en sigarenboer en lieten zich door hun schematische opzet soepeltjes en voordelig naar film vertalen. Sneltikkers als Herbert Reinecker (Derrick) ramden er in recordtijd scripts uit, Raumpatrouille Orion-componist Peter Thomas leverde swingende goed-humeur-riedeltjes en voor de regie tekenden onder meer de twee Haralds van de naoorlogse Duitse publieksfilm; Reinl en Philipp. In het toffe kleurenwerkje Der Mörderclub von Brooklyn komt Jerry Cotton, evenals in de andere zeven films gespeeld door de Amerikaanse acteur George Nader, tegen een drieste chanteursbende in 't geweer. Tijdens de knokpartijen slaagt de strak in 't pak zittende wetshandhaver er toch maar mooi in om zijn schwungvolle Brillantine-coupe in de plooi te houden en schlagerfilmroutinier Werner Jacobs (hij regisseerde iedereen van Freddy Quinn tot Heintje) plakte er gewiekst de verplichte stockfilm van New York bij nacht tussen. Der Mörderclub, kortom, is ideaal kijkvoer bij een fles Apfelkorn. Cotton-vertolker George Nader (1921-2002) speelde onder meer in Robot monster (1953), een ultragoedkope en onbedoeld hilarische sf-prul in 3-D, waarin een acteur in gorillapak met duikershelm een alien moet voorstellen. Toch kreeg Nader een contract bij Universal en in 1955 zelfs een Golden Globe als `Most Promising Newcomer', maar hij bleef steken in afdankertjesrollen en later in tv-werk. Hij en levenspartner/manager Mark Miller waren sinds de jaren vijftig goed bevriend met Rock Hudson (Nader zou na diens dood de enige erfgenaam zijn). In 1964 vertrok Nader naar Europa, waar hem halverwege de jaren zeventig een auto-ongeluk het filmen onmogelijk maakte. Dankzij cultheld Jerry Cotton, echter leeft Naders naam voort.

Miminokoto

Hoe hartverscheurend kan eenvoud zijn? In Japan, waar de idolatie van Westerse populaire muziek al lang en breed is verruild voor kalm respect, en de pastiche dan ook bijna uitgestorven is, blijkt inspiratie steeds belangrijker. De band Miminokoto is zo van dit grondbeginsel doordrongen, dat dit rocktrio nog maar een doel nastreeft: de naakte waarheid. Zo zullen ooit bands als The Who en The Stooges in de oefenruimte geklonken hebben om tot de conclusie te komen dat er wel muziek en toekomst zat in het bevlogen gerammel. Waarna de boel serieus werd aangepakt. Miminokoto gaat niet voorbij dat ene punt, dat magische moment dat muzikanten doet denken: hé, het klikt. Miminokoto schotelt ons juist in elk nummer opnieuw de magie van dat moment voor. Bovendien is er geen enkele garagerockwet die hier niet overtreden wordt: Contortions-achtige ragpartijen op de gitaar vloeien over in de meest basale riffs, de baspartijen zijn ronduit jazzy maar de drummer slaat er weer op los als Animal in de Muppet Show. Een bijna lieflijke chaos van ingrediënten, waaruit wel een waarachtig weerwolven-gehuil opstijgt. Hoogtepunt van deze live opgenomen plaat is een ballade die zo onopgesmukt is dat zelfs de meest doorgewinterde muziekfanaat ervan schrikt. Het nummer brengt je letterlijk op knieën, maar klinkt tegelijkertijd zo prehistorisch dat je het eigenlijk enkel in je eentje durft te beluisteren. Zo wijst dit Japanse trio je en passant ook nog even op je ongewenst beschaafd geraakte natuur.

Voorkeur Beeldende kunst

Yael Davids

Een man met zijn hoofd gestoken in een gevuld aquarium. Een meisje opgesloten in een uitgehold matras dat er uitziet als een gewatteerde graftombe. De performances van Yael Davids zijn zeker niet geschikt voor mensen met aanleg voor claustrofobie. En alsof het gevoel van beklemming nog niet erg genoeg is, bewegen de uitvoerders van deze werken amper. Performance art is het etiket dat veelal op Davids' werk wordt geplakt, dat nu te zien is in Museum De Paviljoens in Almere. Maar met de heftige voorstellingen van de pioniers uit de jaren zeventig heeft de Israëlisch-Nederlandse kunstenares niets. Sinds haar afstuderen in 1994 aan de Rietveld Academie maakt ze installaties die bijna statisch van aard zijn. Dat is goed te zien in de videoregistraties ervan, maar het is nog veel duidelijker bij live uitvoeringen. Davids' werken zijn handelingen zonder begin of eind, waarbij de actie zich beperkt tot minimale bewegingen. Bij haar geen theater, geen drama, geen groot gebaar. Haar installaties zijn decors voor lichaamsfuncties die primair, banaal en tegelijkertijd essentieel zijn. De expositie laat zien hoe enorm consequent het oeuvre is dat ze in de afgelopen negen jaar opbouwde. De zestien werken staan zo opgesteld dat ze als een groot geheel kunnen worden ervaren. De acteurs en dansers die de performances uitvoeren worden één met de stoelen, spiegels, tafels en muren. Toch worden ze zelf geen meubilair. Uiterst subtiele bewegingen zorgen voor een zekere dynamiek, hoe klein ook.

MAPPA: Yael Davids 1994-2003 tm 29 febr in Museum De Paviljoens, Odeonstraat 5, Almere. Wo, za, zo 12-17u, do en vr 12-21u. Performances: 25 jan, 29 febr om 15u.