Zijn collega's verwachten wat van Bot

Nederland kan helpen om de Europese relatie met de VS te verbeteren, zegt minister Bot van Buitenlandse Zaken. `Ze hebben Europa toch nodig.'

,,Men verwacht wat van Nederland'', meent Bernard Bot (66), na zijn eerste anderhalve maand als Nederlands minister van Buitenlandse Zaken. Begin volgende maand gaat hij naar Washington, waar behalve zijn ambtsgenoot Colin Powell ook veiligheidsadviseur Condoleezza Rice heeft laten weten graag met hem van gedachten te wisselen.

,,Een heel positief teken'', noemt Bot dat. ,,Men vindt dat Nederland een rol kan spelen omdat wij traditioneel zowel met Amerika als met de partners in Europa goede betrekkingen hebben.'' Nederland kan, wat Bot betreft, wel wat meer de rol van postillon d'amour spelen in de transatlantische relatie.

Ook aan deze kant van de oceaan wordt in dit verband wat van Nederland verwacht, meent hij. ,,Ik heb dat in mijn contacten met de collega's gemerkt, toen ik deze week Berlijn en Brussel bezocht. Die kijken naar mij: als je wat kunt aanslingeren in Washington, dan graag.'' Zijn Duitse collega Fischer heeft zich in die zin tot Bot gewend. ,,Landen als Duitsland, Frankrijk en België weten dat zij nu in Washington met wat andere ogen bekeken worden dan landen als Nederland, die zich in de Irak-crisis soepeler hebben opgesteld.''

De jongste ontwikkelingen in het denken in Washington scheppen ook kansen voor een herstel van de betrekkingen tussen Europa en de VS na de Irak-crisis, meent Bot. ,,In de Verenigde Staten wint het inzicht veld dat zij niet de enige wereldspeler zijn. Dat de VS in Afghanistan en Irak wel de oorlog kunnen winnen. Maar dat je, om daarna iets voor elkaar te krijgen, toch Europa nodig hebt. Ze zijn duidelijk aan het draaien. Daarop moet je inspelen.''

,,Ik heb tegen de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag wél gezegd: er zijn er twee nodig om handen te schudden'', vertelt de minister. ,,Er moeten wat zoals de Amerikanen zeggen deliverables op tafel, oplossingen voor kleinere geschilpunten, waaraan we op korte termijn iets kunnen doen. En die door de media als een goed teken worden ervaren. Het grote werk volgt dan later wel.''

Ambitie kan Bot, die tijdens het gesprek op zijn ministerie regelmatig refereert aan zijn veertigjarige ervaring als diplomaat, niet worden ontzegd. Zo denkt hij dat juist Nederland, als voorzitter van de Europese Unie in de tweede helft van 2004, door het spelen van een bemiddelende rol zou kunnen bewerkstelligen dat Europa alsnog een grondwet krijgt, op basis van het ontwerp van de Conventie. ,,Dat is een ambitie die wij niet hebben gezocht, maar die als een sneeuwbal op ons afkomt.''

,,Ik weet natuurlijk niet hoever de Ieren komen in hun voorzitterschap in de eerste helft van dit jaar. Maar al mijn gesprekspartners in Europa hebben me gezegd dat je niet te vlug moet willen zijn. Als je een of twee maanden na de mislukte top in Brussel zou willen proberen het proces van de grondwet weer op de rails te krijgen, is het risico heel groot dat het voor de tweede keer mislukt. Dan zou er een heel lange periode overheen gaan voordat je het weer kunt proberen.''

Zes à twaalf maanden na de mislukking in Brussel de periode van het Nederlands voorzitterschap lijkt hem ,,een mooie termijn. Want het is natuurlijk wél zo dat, zolang deze wolk boven de Europese Unie hangt, we toch niet op dezelfde manier kunnen functioneren.'' In institutioneel opzicht is het in Europa in de tweede helft van 2004 toch al even pauze. Een nieuwe Europese Commissie en een nieuw Europarlement moeten zich eerst nog inwerken.

,,Maar het zou mooi zijn als we in Europa op 1 januari 2005 weten wat het frame is waarbinnen we in de EU gaan werken. In ieder geval moeten we nu geestelijk al bezig zijn met strategie en tactiek in deze zaak. Als voormalig Nederlands onderhandelaar bij de verdragen van Nice en Amsterdam weet ik wat voor een geweldige last er op ons afkomt.''

Eén ding heeft minister Bot in de eerste weken van zijn ministerschap naar eigen zeggen ,,onaangenaam getroffen'': de vermeende richtingenstrijd tussen hemzelf en Zalm inzake de naleving van het Stabiliteitspact. ,,Ik heb met Zalm helemaal geen richtingenstrijd over het Stabiliteitspact. We staan allebei voor de naleving ervan. Wat ik heb gezegd in de Kamer, dat Nederland beter een toontje lager kon zingen, ging over de toekomst.

,,Als Nederland zich een middenpositie wil verwerven, en daarmee een machtspositie, kan het goed zijn om eerst even af te wachten wat de anderen vinden. Je evalueert, je bekijkt. En dan zeg je: jongens, mag ik wat voorstellen...

,,Nederland is ideaal gepositioneerd voor zo'n plaats in het midden: heel veel landen zouden graag zien dat wij die rol spelen. En wij moeten daartoe in de buurt van de drie grote landen in Europa blijven om onszelf niet te marginaliseren. Het risico van marginalisering is reëel, want de grote landen zijn een beetje bang voor die enorme kluit kleine landen die nu in de EU ontstaat.''

Tijdens het Nederlands voorzitterschap van de EU komt ook de vraag ter tafel of en wanneer de Unie met Turkije over toetreding moet onderhandelen. Daar is Bot stellig over: ,,Indien de Europese Commissie positief advies uitbrengt en zegt dat Turkije voldoet aan de Kopenhagen-criteria voor toetreding, zie ik niet in hoe we nog nee zouden kunnen zeggen. Er zijn in de loop der jaren door de EU toezeggingen gedaan. Het is te laat om tegen de Turken nu nog te zeggen: `jongens, jullie passen niet in onze club'.''

,,Ik denk trouwens dat een heleboel landen er zo over denken. Turkije komt ook niet uit de lucht vallen: het land is al heel lang een trouw NAVO-bondgenoot, en lid van de Raad van Europa. Een van mijn Europese collega's zei me laatst: ik heb liever Turkije in de EU dan een raketschild tegen bedreigingen van buitenaf. Turkije wordt de buitenste grens van de EU, een buffer die ons beschermt tegen belangrijke landen als Iran, Irak en Syrië.''