Vraag niet van de ander `ons' te willen zijn

De progressieve pleitbezorgers van de multiculturele samenleving hebben zich laten meeslepen door de mantra dat Nederland een superieure cultuur is en dat nieuwkomers zich daar `na een paar generaties' aan zouden aanpassen, betoogt Joris Luyendijk.

In het nu letterlijk en figuurlijk woedende debat over integratie blijft één aspect opvallend onderbelicht. Moeten wij ook niet kijken naar de wijze waarop de multiculturele samenleving in de jaren '80 en '90 eigenlijk aan autochtonen is verkocht? Wat waren de onuitgesproken aannames en beloften, en hoe werken die tot op heden door?

Ik kan alleen voor mezelf spreken, maar toen ik in de jaren '80 naar het Gemeentelijk Gymnasium in Hilversum ging, kende ik drie allochtonen. Allereerst was daar mijn enige niet-blanke klasgenootje. Zij was geadopteerd en qua levensfilosofie niet te onderscheiden van de rest. Verder had je Ruud Gullit en Dokter John, de onwerkelijk sympathieke donkere arts uit Zeg 'ns Aa. Alles wat Dokter John wenste, was wat de progressieve scenarioschrijvers wensten dat een allochtoon zou wensen, namelijk alles wat zij zelf wensten.

De multiculturele samenleving was een soort tropisch paradijs, aan de man gebracht met kokosnoten en bounty's, zwart van buiten, wit van binnen. Je had in de wereld bruine mensen die door pech, onderontwikkeling of het kolonialisme arm waren gebleven. Deze mensen wilden leven zoals wij. Een racist nu was iemand die dat buitenlanders niet gunde, of die zei dat ze te stom waren om Nederlander te worden. En dat alleen maar omdat die mensen de pech hadden met een bruine huidskleur te zijn geboren.

Ziedaar de impliciete belofte van de multiculturele samenleving: Nederland zou door immigratie niet fundamenteel veranderen, alleen kregen sommige poppetjes een andere huidskleur. Wie kon daar nu tegen zijn? Zie hoe het perfect samenspelende duo Van Basten en Gullit ons in 1988 Europees Kampioen maakte. En dan droeg Gullit zijn prijzen ook nog op aan Nelson Mandela. De ideale samenleving was gemaakt, en en passant haalden we een aflaat voor het beschamende koloniale verleden. ,,Nederland is af'', sprak de leider van de grootste progressieve partij.

Dat er fundamenteel en onverenigbaar andere levenshoudingen bestaan dan de mainstream Nederlandse, dat veel allochtonen met zo'n andere levenshouding het land binnenkomen, en dat dit verschrikkelijk kan gaan botsen, dat kwam destijds gewoon niet in je op. En dat sommige allochtonen, ook nadat ze kennis hadden genomen van Nederland, nog steeds Arabier én moslim zouden willen blijven, was letterlijk ondenkbaar. Wie wil er nou achterlijk blijven?

De mensheid werd destijds voorgesteld als één lange spoorlijn met daarop een aantal treinen, te weten de culturen. Ver vooraan kachelde de westerse trein, en in de voorste coupé zaten wij: Nederland Gidsland. Het idee van de multiculturele samenleving was nu om mensen uit achterliggende treinen over te hevelen naar de Nederlandse wagon. Het ging dus eigenlijk om een multiraciale samenleving, want cultureel zou Nederland hetzelfde blijven.

Merkwaardig was wel dat de multiculti pleitbezorgers vooral progressief waren, terwijl het tegelijkertijd diezelfde progressieve gemeente is die zo graag schijt op onze nationale driekleur. Nederland is klein, kil, saai en mistroostig en een mooie prestatie van een landgenoot is meteen `on-Nederlands'. Hoe kun je nu verwachten dat mensen willen worden zoals jij, als je jezelf helemaal niet leuk vindt?

Maar daar zat niemand mee. Tegelijk werden alle aanwijzingen dat sommige nieuwkomers helemaal geen zin hadden om Nederlander te worden, afgedaan als oprispingen. Spanningen heetten altijd `aanpassingsproblemen' en deze zouden verdwijnen, zolang we ze maar niet benoemden: Nederland struisvogelland. En dan kwam die eeuwige mantra: daar moeten gewoon een paar generaties overeen.

Deze mantra onthult feilloos het immense superioriteitsgevoel bij de pleitbezorgers van de multiculturele samenleving: Nederland is een superieure cultuur, en als allochtonen hier een tijdje rondlopen, krijgen ze dat door en worden ze zoals wij. Vandaar dat de progressieve pleitbezorgers zich niet of nauwelijks verdiepten in de achtergrond van de nieuwkomers, die ze toch achter zich zouden laten. Daar moesten gewoon een paar generaties overheen. ,,In de Derde Wereld speelt religie nog een heel belangrijke rol'', lees je vaak. Let op dat woordje `nog'.

Een voorbeeld. In 2000 wilde ik voor buitenstaanders een klein boekje over de islam schrijven, want dat was er nog niet, terwijl moslims nu een omvangrijke en snel groeiende minderheid vormen. Mijn uitgever is een commercieel gehaaid man en zag er weinig in. Wie leest dat nou? En inderdaad verkocht het nauwelijks, toen het in maart 2001 verscheen.

Maar toen kwam 11 september en de profeet Pim – Allah hebbe zijn ziel. Langzaam daagt nu het besef dat sommige immigranten, nadat zij zich uitgebreid verdiept hebben in de westerse cultuur, toch liever fundamentalistisch worden of blijven. De belangrijkste Al-Qaeda-kapers waren perfect geïntegreerde allochtonen die tot 10 september 2001 zo een gastrol hadden gekregen in Zeg 'ns Aa. Nu vlogen de islamboeken opeens de winkel uit en is de verwarring compleet. Zoals de christelijke kerk uiteindelijk moest toegeven dat de zon toch niet om de aarde draait, zo moet nu de progressieve kerk aanvaarden dat voor velen de mensheid toch niet om het Westen draait.

Wat nu? Het ene deel van Nederland loopt te mokken: Dachten we die Marokkaanse en Turkse mensen een plezier te doen door ze hierheen te halen, krijg je dit! Ondankbare moslimhonden! Het is kennelijk een hele klap voor veel Nederlanders dat allochtonen hierheen kwamen om zich te ontplooien, niet om te worden zoals wij. Vergelijk het met de blanke boeren in Zimbabwe. Zij emigreerden naar Zimbabwe voor een beter leven, niet om een blanke neger te worden.

Verhult het mokken niet een enorme identiteitscrisis bij autochtoon Nederland? Want als wij niet als Gidsland het eindstation vormen van de menselijke geschiedenis, wat zijn we dan wel, behalve een afwerkplek voor consumptie?

Intussen zoekt het andere deel van Nederland koortsachtig verder naar de toverspreuk voor `integratie', oftewel: hoe maken we van die mensen alsnog blanke Nederlanders met een bruin korstje? De pincode lijkt nu de taal: de allochtonen verstaan ons niet! Daarom zien ze niet hoe leuk wij zijn! Islamitische scholen zijn goed, want dat is hun manier om te worden zoals wij! Want dat willen ze, ook al denken ze zelf nog van niet!

Ik weet dit allemaal zo goed, omdat ikzelf een paar jaar geleden ruw ben ontwaakt. In 1995 ben ik een jaar in Egypte gaan integreren. Ik was in de jaren '70 opgevoed met het idee dat ik geprivilegieerd was en dat de mensen in de Derde Wereld zielig waren, en dat we hen moesten helpen te worden zoals wij: ,,Een kind onder de evenaar is meestal maar een bedelaar, Kinderen voor Kinderen.''

Nou, daar was ik snel vanaf in Egypte. Ze hadden medelijden met mij. Ik was geen Egyptenaar, geen Arabier en geen moslim. Stakker, zeiden ze, maar we gaan je helpen. We geven je een inburgeringscursus Islam, en dan zul je worden zoals wij. ,,Europa is nog niet islamitisch'', lees je in Egypte vaak. Naarmate het jaar vorderde, werd de omgang moeizamer. Want mijn Egyptische vrienden wilden echt niet mijn seculier humanisme overnemen, en ik wilde geen moslim worden.

Toen een van mijn vrienden hoorde dat ik mijn zus alleen op kamers liet wonen, verbrak hij bijna de vriendschap: hoe kon hij vrienden zijn met iemand die zijn eigen zus zo slecht behandelde? Ja, voorheen had ik niet beter geweten. Maar nu had ik toch de islam ontdekt? Ingrijpen!

Het werd een multicultureel drama onder de piramide van Cheops en het einde van mijn eurocentrische missiedrang. Maar ik kreeg er iets veel mooiers terug, namelijk de ontdekking hoeveel mensen uit andere windstreken te bieden hebben wanneer je je blik niet beperkt tot verschijnselen waaruit moet blijken dat zij aan het worden zijn zoals jij. Dus niet alleen praten met de slechts door Nederlands ontwikkelingsgeld in de lucht gehouden mensenrechtenactiviste die zegt: ,,We hebben met de secularisering nog een lange weg te gaan maar we geven niet op.'' Maar juist ook met die Iraanse student Engels die meent dat hij de beste heeft van twee werelden: het westerse materiële comfort en oosterse spiritualiteit. Die dan uitlegt hoe hij God ziet: Als een ander woord voor Orde, voor a theory of everything. Die orde ontgaat mij, zegt hij, want mijn brein is te beperkt. Maar de aanvaarding van Orde is voor mij een anker. Leven voor een mens is als eenzaam koorddansen boven een gapend diep gat waar je bij je dood in valt. Het leven wordt zoveel mooier wanneer je beseft dat er boven dat zwarte gat een onzichtbaar vangnet is gespannen.

We zijn een land van dominees en imams en volgens deze traditie zou ook dit betoog moeten eindigen met een wijze les, een advies voor de machthebber en een vermaning aan het volk. Vooruit dan: moeten we niet afstappen van dat idee van de wereldgeschiedenis als een spoorlijn vol treinen, met Nederland Gidsland vooraan? Misschien snappen we meer van de mensheid als we deze niet langer opvatten als één traject, maar als vele trajecten naast en door elkaar. Misschien zijn er meer manieren van modern zijn dan alleen de westerse.

Het valt mij op dat veel autochtone landgenoten kennisnemen van de niet-westerse wereld zoals ze kijken naar een op uitsterven staande diersoort in Artis. Ze kijken nooit naar de islam als naar een alternatieve levensbeschouwing, één die misschien wel beter bij hen past dan hun huidige. Er bestaan zoveel verschillende en onderling onvergelijkbare manieren om een mens te zijn. Niet alleen verschillende en onvergelijkbare manieren om te koken, te trommelen en poëzie te schrijven, maar bovenal om naar de zin van het bestaan te kijken, en naar jouw plaats in deze raadselachtige kosmos.

Voor multiculturalisme geldt hetzelfde als voor democratie: het is niet voor bange mensen.

Joris Luyendijk is oud-correspondent Arabische wereld voor NRC Handelsblad. Bovenstaande tekst is de bewerkte versie van een lezing ter gelegenheid van de tentoonstelling Kunst en Koran in de Mozes en Aäron kerk in Amsterdam.