`Voor kunst moet u naar de stad'

In een debat met kunstenaars ging staatssecretaris Medy van der Laan lichtvoetig om met kritiek op haar voorgenomen beleid.

Het gemompel wordt gemopper als staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur) nog eens toelicht dat zij kunst voor meer mensen bereikbaar wil maken: ,,Ik wil ook wel een schilderij van Karel Appel aan de muur, maar dat kan ik niet betalen. Dus moet ik zoeken naar een werk van een minder goede schilder.'' In de zaal die vol zit met beeldend kunstenaars klinkt ergens sissend: ,,Minder góed? Minder beróemd zal ze bedoelen.''

Op een bijeenkomst van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen debatteerde Van der Laan gisteren in Amsterdam over haar beleid voor beeldende kunst en vormgeving. Van der Laan wil een verhoging van de kwaliteit van de Nederlandse kunst zodat die ook internationaal meer meetelt. En een grotere `zichtbaarheid' van de kunst, dus ook voor mensen die niet of nauwelijks in een galerie of museum komen. Omdat Van der Laan geen extra geld heeft ze moet zelfs 19 miljoen euro bezuinigen op haar begroting moet er worden gekozen.

Dat doet een beetje pijn, zodat Van der Laan deze middag lichtvoetig spitsroeden moet lopen. Zo wil Van der Laan haar geld zetten op negen grote steden, die zich elk aan het specialiseren zijn tot wat `centra van inspiratie' moeten worden: ,,Bijvoorbeeld Eindhoven met vormgeving, Arnhem met mode.'' Een man roept: ,,Dan komt er minder geld voor opdrachten aan kunstenaars buiten de grote steden.'' Van der Laan bestrijdt dit: ,,Doordat het rijk zich nu concentreert op de grote steden hebben provincies in principe meer geld voor de buitengebieden.'' Een beeldhouwster die ,,al jaren in een heel klein dorpje woont'' is niettemin boos: ,,De boeren tellen weer niet mee, terwijl ook in dorpen heel goede kunst wordt gemaakt.'' Van der Laan reageert met: ,,Dan moet u voor de kunst maar naar de stad gaan bij u in de buurt.''

Want de Van der Laan wil versnippering van de geldstromen tegengaan. Dat geldt ook voor de inkomenssteun aan beeldende kunstenaars: ,,Met het oog op de verhoging van de kwaliteit, geef ik liever wat meer geld aan heel getalenteerde kunstenaars dan dat ik alle kunstenaars net boven het bijstandsniveau houd.'' Kunstenaars kunnen nu nog een beroep doen op de WIK voor een aanvulling op hun uitkering, maar deze drie jaar oude wet wordt geëvalueerd. ,,En ik beweeg er een beetje van weg'', geeft Van der Laan aan.

Een man met een grijze paardenstaart staat op. ,,Kunst is belangrijk voor de maatschappij, waarom kunnen kunstenaars niet gewoon hun hele leven een inkomen krijgen van de staat zoals onderwijzers en verpleegkundigen?'' Van der Laan antwoordt niet rechtstreeks: ,,Kunstenaars kunnen met een soort knipkaart maximaal 10 jaar gebruik maken van de WIK. Als het in die periode niet lukt om met hun kunst voldoende geld te verdienen moeten ze iets anders gaan doen. Toneelspelers die nooit verder komen dan een bijrol moeten dat ook. Ik wil niet veertig jaar lang een middelmatig kunstenaar ondersteunen.'' Het zwijgen in de zaal duidt op instemming.

De internationale rol die Van der Laan voor de Nederlandse kunstenaars wenst zorgt in elk geval voor meer rumoer. ,,Wat moet ik me daarbij voorstellen'', roept een vertaalster fel, ,,een Nederlands schilderij boven een Zwitsers of Frans bankstel? Dan staat u hier gewoon een exportpraatje te houden.''

Van der Laan is voor het eerst wat getergd: ,,Nee, het gaat me om het internationale imago van de Nederlandse kunst. Dat bijvoorbeeld in het juryrapport van de Prix de Rome wordt gezegd dat de Nederlandse inzendingen teleurstellend waren. Daarom wil ik een verbetering van de kwaliteit.''