Van blowen naar bouwen

In de grote steden groeit de groep kansloze jongeren. Als ze al willen werken, maken ze op de huidige krappe arbeidsmarkt weinig kans. Stichting Herstelling probeert deze probleemgevallen te reïntegreren door ze de forten van de Stelling van Amsterdam te laten opknappen.

Ze moeten om te beginnen op tijd komen. ,,Er is nooit eerder iets van deze jongens verlangd.''

De negentienjarige Clifton heeft gevoel voor theater. Als Jezus aan het kruis spreidt hij zijn armen. Het is 7.45 uur, het is koud. Locatie: de parkeerplaats naast station Holendrecht, vlak bij het AMC. Dagelijks meldt hij zich op deze plek. Vier keer per week staan hier acht Volkswagen-busjes te wachten op zo'n zestig jongens. Als echte bouwvakkers worden zij, en dus ook Clifton, opgehaald om naar hun werkplek te gaan.

Maar de wagen van Clifton is als gevolg van een file niet op tijd. Met gespreide armen: ,,Als ik te laat komt, rijdt de bus gewoon weg. Krijg ik een sanctie, krijg ik mijn loon een dag niet uitbetaald.'' Hij laat zijn armen weer zakken.

Hij ziet er een beetje uit als een rapper, Clifton. Pet op zijn hoofd, afgezakte spijkerbroek, dure sportschoenen. Zijn glimlach laat gouden tanden zien. Elke dag vroeg opstaan, het valt niet mee, zegt hij, en zo'n bus mag gewoon te laat komen.

Clifton en zijn collega's zijn in dienst van de Stichting Herstelling, een reïntegratiebedrijf dat wordt gesubsidieerd door de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland. De meerderheid van de werknemers is tussen de 16 en 23 jaar. De wagens staan vanaf 7.30 uur op de parkeerplaats paraat, maar de meeste jongens komen vijf minuten voor tijd aangelopen. Het is niet cool om te vroeg te komen.

Zij gaan vervolgens naar een van de forten van de 115 jaar oude Stelling van Amsterdam. Deze verdedigingslinie, op zo'n 15 kilometer van Amsterdam, bestaat uit dijken, dammen, sluizen en 42 forten die er uitzien als begroeide bunkers. De meerderheid van die forten, die op de Werelderfgoedlijst van Unesco staan, is jarenlang verwaarloosd. Ze krijgen dankzij Herstelling een opknapbeurt.

Het zijn laagopgeleide jongeren met weinig toekomstperspectieven. Zorgkinderen voor de samenleving, zoals ook de 17-jarige Murat die maandag de onderdirecteur van het Haagse Terra College doodschoot. Veel van hen zijn van Surinaamse of Antilliaanse afkomst, een kwart van Marokkaanse of Turkse. Ze heten Clayton, Rishi, João, of Mehmet. Voordat ze bij Herstelling terechtkwamen, zaten ze op het vmbo. In jargon worden ze moeilijk bemiddelbare risicojongeren genoemd.

De achtergronden van de jongens van Herstelling zijn vergelijkbaar. Werk hebben is in hun families verre van vanzelfsprekend. Vader is afwezig, of zit de hele dag op de bank. Bijna niemand heeft nog ouders die bij elkaar zijn. Ze wonen bij hun moeder, oma of tante. Sommigen kunnen geen Nederlands lezen. Er zijn er bij die geen klok kunnen kijken. Vaak zoeken ze hun toevlucht in drugsgebruik.

De meesten hebben wel eens kennisgemaakt met de reclasseringsmedewerker. Vorig jaar moest Herstelling vier jongens wegsturen nadat ze begeleiders met geweld hadden bedreigd. Zes andere jongens kregen eveneens hun congé omdat ze vochten met collega's op de werkplek. Nog twee jongens waren al afgevallen omdat ze, onafhankelijk van elkaar, betrokken waren geweest (in hun vrije tijd) bij steekpartijen waarbij doden vielen.

De afgelopen jaren is de aanwas van dit soort kansloze jongeren op de arbeidsmarkt alleen maar toegenomen, constateert directeur Albert van der Lugt van Stichting Herstelling. Het is vooral de groep vroegtijdige schoolverlaters die kans loopt te ontsporen. Volgens het ministerie van Sociale Zaken en Welzijn zijn er op dit moment zo'n 22.000 jeugdwerklozen zonder diploma, `startkwalificatie' in jargon.

Van der Lugt: ,,Ons budget ligt rond de 1 miljoen euro. De jeugdgevangenis is vier keer zo duur als dit project en levert minder op. Met onze stichting ziet de belastingbetaler nog iets terug van zijn geld.'' Van der Lugt is sinds 1998 met zo'n zestien collega's bezig met het forten-project. Hij werkt voornamelijk met voormalige werknemers uit de bouw, vaak mensen die deels waren afgekeurd of volledig in de WAO zaten. ,,Ik heb ze uit de WAO gehaald. Ze vinden het leuk om hun vakkennis over te dragen aan die jongens.''

De recessie heeft volgens hem genadeloos toegeslagen onder de potentiële doelgroep van Herstelling. ,,Vooral allochtone jongeren zijn dan de klos. Zij liggen er het eerste uit als er gesneden moet worden omdat ze er vaak als laatsten zijn ingekomen. Vooral in de grote steden wordt deze groep een steeds groter probleem.''

Een paar jaar geleden waren de deelnemers van Herstelling vooral nieuwkomers op de arbeidsmarkt die niet genoeg discipline, maar wel voldoende kennis bezaten. De helft van de jongens die zich nu aanmelden, kunnen niets en willen eigenlijk ook niets. Van der Lugt zegt: ,,Ze hebben grootse plannen om snel rijk te worden, maar willen er niets voor doen. MTV, TMF, daar zien ze hun helden. En als het fout gaat, krijgt de buitenwereld de schuld. Ze hebben geen flauw benul hoe het is om een gewoon vak uit te oefenen, voor een baas te werken.''

Zielige jongens zijn het niet, ook geen slachtoffers, benadrukt Van der Lugt, ,,Zo willen wij ze niet zien en dat willen we ze ook niet aanpraten. Ze moeten bewust worden van hun eigen mogelijkheden.'' Herstelling helpt ze vooral om de arbeidsmarkt op te gaan. Ze krijgen zes maanden de tijd om basisvaardigheden op te doen als `op tijd komen' en samenwerken. ,,Ze vinden het al moeilijk om elke dag brood mee te nemen naar hun werk.'' Daarna volgt doorstroming naar vakopleiding of baas. Soms wordt er een verlenging van drie maanden aangeplakt, waarin de werknemer zich verder kan verdiepen in een bepaald vakgebied, zoals schilderen of timmeren.

In de eerste vier jaar is gemiddeld 20 procent voor een aannemer gaan werken, is 30 procent doorgestroomd naar een vervolgvakopleiding, terwijl de overige 50 is afgehaakt. ,,Het blijft een kwetsbare groep.''

Van der Lugt, zelf een voormalig bouwvakker, en zijn collega's eisen discipline van de deelnemers. ,,Er is nooit eerder iets van deze jongens verlangd. Wij proberen ze ook in mentale zin te vormen. Je moet duidelijke regels stellen waar niet over te onderhandelen valt. De jongens moeten leren samenwerken, zoals ze dat ook zouden moeten bij een echt bouwbedrijf.'' Op tijd komen, dat is ook belangrijk. Wie te laat is, ook al rijdt de bus net weg, kan het schudden. ,,De bus stopt niet. Wie zijn tas met werkschoenen en kleding vergeten is, mag thuisblijven. Zo gaat het in het echt ook.''

De laatkomers en de ziekmelders krijgen een paar herkansingen van Herstelling, maar op een gegeven moment is de maat vol. Van der Lugt: ,,Het percentage ziekteverzuim is hoog. Nieuwkomers hebben de neiging om bij een beetje tegenslag zich meteen ziek te melden. Dat deden ze op school ook al. Daarom gaan wij bij ze langs en vragen we waarom ze er niet waren.'' Als iemand steeds niet op komt dagen, is ontslag de volgende stap.

Op Fort Kudelstaart, een voormalige opslagplaats van Defensie bij Aalsmeer, zijn zo'n zestien jongens aan het werk. De nieuwkomers houden zich bezig met het simpelere werk als opruimen, schoonmaken en gras uit de grond trekken, anderen zijn aan het timmeren en schilderen. Twee werkmeesters, eveneens voormalige bouwvakkers, zijn hun bazen. Nuchtere mannen die met hun pupillen de taal van de bouwput spreken. ,,Aanpakken, lul de behanger'', klinkt het als het nodig is.

Een van de werkmeesters is Willem den Oever. Soms bespiedt hij zijn jongens vanuit de uitkijkpost van het fort. Want ze willen nog wel eens pauzeren als de baas een tijdje uit zicht is. Onder elkaar mogen ze alleen Nederlands spreken. ,,Anders krijg je groepsvorming'', weet Den Oever. Een blowtje roken is verboden en de mobiele telefoon moet uit.

,,Er zitten weinig jongens bij met leiderschapseigenschappen. Je moet ze dus voortdurend in de gaten houden'', zegt Den Oever. Op eigen houtje een klus klaren, hij ziet het weinig gebeuren op Kudelstaart. ,,Je laat ze iets timmeren, maar raken de spijkers op, dan gaan ze niet op zoek naar nieuwe spijkers. Ze wachten, ook al duurt dat een uur, gewoon tot er iemand van de leiding komt om te vertellen dat ze nieuwe spijkers moeten pakken om het karwei af te maken. Het komt niet bij ze op om het zelf te doen.''

De renovatie doet Fort Kudelstaart goed. Het ijzerwerk draait weer, de deuren hebben een kleurtje gekregen. Op het dak worden de dilatatievoegen hersteld.

In een van de ruimtes in het fort is Romero (19) aan het werk. Een opleiding heeft hij niet afgemaakt. Hij leert nu schilderen. Een mooi vak, vindt hij. Daar wil hij mee doorgaan. ,,Je kan trots op jezelf zijn als je iets hebt afgemaakt. Je krijgt complimentjes, dat is leuk.'' Het is een typerend antwoord. Deze jongens hebben nooit wat afgemaakt, kennen geen successen en voelen zich vaak miskend door de maatschappij. Ze hebben weinig gevoel van eigenwaarde.

Herstelling probeert ondertussen haar werknemers het gevoel geven dat ze er wél toe doen. Voormalig tegelzetter Nico Kemper heeft als trajectbegeleider bij de stichting regelmatig voortgangsgesprekken met de jongens en houdt een rapportenboekje bij. Ook gaat hij bij ze langs wanneer ze zich ziek hebben gemeld – en niet alleen om te controleren of ze echt ziek zijn. ,,Belangstelling tonen is belangrijk'', zegt Kemper. ,,Je laat zien dat ze ook gemist worden op de werkplek, dat ze niet zo maar vergeten worden.'' Maar wie niet echt ziek is, mist een dag loon en krijgt een waarschuwing.

De huisbezoeken zijn soms ontluisterend, vertelt Kemper. ,,We hadden een Antilliaanse jongen die pas na tien uur 's avonds thuis mocht komen om te slapen. Hij huurde dan ergens bij een oom een kamer. Zo'n jongen moet in de tussentijd de straat op.'' Ook kwam hij eens bij een Afrikaanse jongen thuis. Die bleek op een dun matrasje te slapen in een woonkamer bij iemand die een illegaal videoverhuurbedrijfje had. Het was er elke avond de zoete inval. ,,Die jongen had chronisch slaaptekort.

Het is dan moeilijk om elke dag gewoon naar je werk te gaan, een normaal leven te leiden.''

Clifton heeft het geluk dat hij gewoon bij zijn moeder woont. Op het fort bij Spijkerboor in de Rijp leert hij schilderen. Zijn vmbo-opleiding heeft hij niet afgerond ,,omdat de leraar hem geen diploma wilde geven''. Hij wil nu schilder worden. Of misschien eigenlijk ook wel rapper. Tijdens de koffiepauze zit hij te krabbelen in een schriftje. Hij is bezig met een raptekst: ,,Het leven van een neger is als een veger''.