Textielsector `schreeuwt om hulp'

Brussel moet de Europese textielproducenten beschermen tegen oneerlijke concurrentie uit China, vindt hun brancheclub Euratex. Amerika doet dat ook. Maar de strijd tegen China lijkt al zo goed als verloren.

De Europese textielindustrie zit in een diepe crisis en heeft dringend hulp nodig. ,,Dit is een schreeuw om aandacht en een schreeuw om hulp'', zei voorzitter Filiep Libeert van de Europese branchevereniging van textielproducenten Euratex gisteren in Brussel. Hij riep de Europese Commissie op om, in navolging van de Verenigde Staten, de textielindustrie te beschermen tegen goedkope importen uit China. ,,Als we niks doen, zijn nieuwe fabriekssluitingen onvermijdelijk'', aldus Libeert. ,,En dat is dan de verantwoordelijkheid van de Europese Commissie.''

Tussen 1990 en 2000 verdwenen al één miljoen banen in de Europese textielindustrie en nog eens een miljoen banen (op nu nog twee miljoen) staat volgens Libeert op de tocht. Dat de Europese textielindustrie niet zo goedkoop kan produceren als bedrijven in landen als India, Pakistan en China is niets nieuws, maar door het elimineren van de importquota voor textiel, die de EU veertig jaar lang gehanteerd heeft, hebben deze landen de laatste jaren wel meer toegang gekregen tot de Europese markt.

Tijdens de Uruguay-ronde van internationale handelsbesprekingen is in 1994 afgesproken dat Brussel zijn importbeperkingen tussen 1995 en 2005 stapsgewijs zou afschaffen. Zo is er sinds 1 januari 2002 geen maximum meer gesteld aan de invoer van jassen, babykleding en trainingspakken. China profiteerde daarvan: in een jaar tijd steeg het Chinese aandeel in de Europese import van jassen van 15 tot 55 procent, van babykleding van 32 tot 50 procent en van trainingspakken van 18 tot 51 procent.

De textielindustrie ziet de bui dus al hangen als op 1 januari 2005 de laatste importbelemmeringen worden afgeschaft. Maar als het aan de textielproducenten ligt, komen daar weer nieuwe beschermingsmaatregelen voor in de plaats. Hoe die er uit zouden moeten zien, wilde Euratex-voorzitter Libeert niet zeggen, maar nieuwe importheffingen liggen voor de hand. De EU zou zo het voorbeeld volgen van de VS, die onlangs tariefmuren optrokken om gebreide truien, kamerjassen en bh's uit China te weren.

Volgens Libeert is de concurrentie met China niet eerlijk. ,,Het gaat ons daarbij niet om de lage lonen, maar wel om andere factoren.'' Hij noemt het kunstmatig laag houden van de Chinse munt, het verstrekken van bankkredieten tegen een rente van 1,1 procent – ,,waarvan het maar de vraag is of die ooit terugbetaald hoeven te worden'' – en het verlenen van staatssteun aan de Chinese industrie. ,,Wij vragen ons af of de Chinese textielindustrie wel winst maakt. Sinds januari 2002 is de gemiddelde prijs van textielproducten uit China met 75 procent gedaald.'' De snelle groei van de textielimport uit China kan volgens Libeert niet alleen het gevolg zijn van de afschaffing van de importquota. ,,Dan zouden landen als India en Pakistan er net zo veel van hebben moeten profiteren, maar dat is niet het geval.''

Het zit de Europese textielbranche ook dwars dat China niet optreedt tegen het namaken van Westerse merkkleding en dat de Chinese binnenlandse markt moeilijk toegankelijk is voor Europese textielproducten. ,,Officieel heeft China zijn importheffingen afgeschaft, maar in de praktijk zijn er allerlei andere belemmeringen, zoals oponthoud bij de douane, problemen bij de distributie in China en veel hogere kwaliteitseisen dan aan Chinese producten worden gesteld.'' Verzoeken aan de EU om in concrete gevallen van handelsbelemmering op te treden liepen tot nu toe op niks uit. ,,In een aantal gevallen was de zaak glashelder, maar weigerde de EU om politieke redenen op te treden tegen China.''

China exporteerde in de eerste negen maanden van 2003 voor ruim 10 miljard euro textielproducten naar de EU. Daar stond 350 miljoen euro aan import uit Europa tegenover. Daarbij ging het vooral om andere textielproducten dan kleding, zoals technisch textiel en supersterke garens. De slag om de kledingmarkt hebben de Europese producenten al grotendeels verloren van China. Een groot deel van de Europese textielsector heeft zich al toegelegd op textielproducten met een hogere toegevoegde waarde dan kleding. Het gaat hierbij om producten als kunstgras, kogelvrije vesten en textiel voor medische toepassingen.

Sommige regio's in de Europese Unie, zoals delen van Spanje, Portugal en Griekenland, zijn echter wel nog sterk afhankelijk van de productie van kleding en voor de landen in Oost-Europa die toetreden tot de EU geldt dat nog sterker. Na de uitbreiding telt de Europese textielindustrie 2,7 miljoen werknemers bij 177.000 bedrijven, met een gezamenlijke omzet van 227 miljard euro.

Eurocommissaris Pascal Lamy (Handel) gaat de informatie van de textielindustrie ,,nauwgezet bestuderen'', zei hij vanmorgen in een reactie. Maar het is de vraag of Brussel, zoals de sector wil, nieuwe tariefmuren zal willen optrekken, terwijl de oude pas over een jaar definitief afgebroken zijn. Aan de andere kant: het is de Amerikaanse textiellobby ook gelukt.