Pool ziet westen niet meer als paradijs

Polen willen niet graag in het westen werken. Daar zijn de arbeidsvoorwaarden niet goed genoeg voor. `De meesten komen teleurgesteld terug.'

Marcin Hutyra hoeft niet meer zo nodig naar het westen. Hij heeft het jarenlang gedaan – puinruimen in Londen, boten verven in Amsterdam. Maar dit jaar wil hij hier, in Polen, blijven.

In West-Europa was Hutyra, zoals hij zegt, ,,tweederangs''. In Polen behoort de 25-jarige geograaf tot de bloem der natie. ,,Ik wil in het toerisme werken, om buitenlanders kennis te laten maken met Polen'', zegt Hutyra. ,,In het westen heb ik zoveel mensen ontmoet die niet eens wisten waar Polen lag, laat staan hoe het leven hier is. Ja, we zijn intelligente mensen.''

Hutyra verwoordt wat veel migratieonderzoeken bevestigen: het rijke West-Europa is lang niet zo populair meer onder Oost-Europeanen, met name onder de jeugd. Daarom wekt het temeer verbazing – bij Hutyra, bij Poolse, Duitse en Nederlandse onderzoekers – dat binnen de Nederlandse regering nu juist wordt nagedacht over het nog twee jaar dichthouden van de grenzen, uit vrees voor massamigratie uit het oosten.

,,De vrees voor een vloedgolf is ongegrond'', zegt Frank van Gool, directeur van uitzendbureau Otto, gespecialiseerd in Oost-Europese werknemers. ,,We hebben onlangs geënquêteerd onder tienduizend Oost-Europeanen en toen bleek de bereidheid om in het westen te werken niet zo groot als vaak wordt gedacht. Men wil alleen maar komen als de arbeidsvoorwaarden goed zijn.''

De Poolse arbeidsprofessor Edward Marek geeft een voorbeeld. ,,Toen Duitsland twee jaar geleden twintigduizend IT-specialisten zocht, keek men eerst naar Polen, waar zulke mensen in zulke aantallen waren. Slechts tweehonderd Polen gingen. De voorwaarden waren slecht: het contract was voor vijf jaar, zonder uitzicht op een toekomst in Duitsland. Levenspartners mochten niet werken in Duitsland. Uiteindelijk zijn IT'ers uit China en India aangetrokken.''

De grootste migratie naar het westen had halverwege de jaren negentig plaats, toen de economische transformatie van Polen veel slachtoffers maakte. Maar inmiddels is de seizoensmigratie een afnemend fenomeen. Naar verwachting zal de economische groei in Polen (vorig jaar 3,5 procent, dit jaar wellicht 5) de immigratie verder afvlakken.

De Poolse immigrant is meestal jong, stedeling, man en net van school af of afgestudeerd. Op het Poolse platteland, waar de werkloosheid het grootst is, bestaat desondanks nauwelijks animo om te vertrekken. ,,Het westen is geen paradijs'', zegt Marcin Hutyra, die in Amsterdam eens binnen een paar uur een baantje vond door met een huurfiets door de haven te rijden (15 gulden per uur, zwart). ,,Je moet zelfverzekerd zijn en de taal kennen. De meeste Polen komen teleurgesteld terug.''

Als ze gaan, gaan ze meestal niet naar Nederland. Duitsland is verreweg het populairst. Omdat het heel dichtbij is, maar ook omdat Polen historisch met Duitsland verweven is: het westen van Polen was voor de Tweede Wereldoorlog Duits grondgebied. Daarna volgen Frankrijk (soepele arbeidsregels) en Spanje (net als Polen rooms-katholiek). Polen die naar het buitenland gaan, blijven gemiddeld tien weken. Daarna keren ze meestal terug.

Dit jaar zullen hooguit 10.000 Oost-Europeanen, meest Polen, naar Nederland komen, aldus een gisteren door het Centraal Planbureau gepubliceerde notitie. Na 2005 zal het aantal immigranten afnemen, voorspelt het CPB. Het is dus een relatief klein probleem, maar diplomatiek ligt het heel gevoelig.

In Tsjechië wordt al nagedacht over tegenmaatregelen als landen obstakels opwerpen voor het vrije verkeer van arbeid.

De Poolse woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Boguslaw Majewski, zegt het zo: ,,Als Nederland besluit zijn grenzen dicht te houden voorzie ik geen negatieve impact op onze diplomatieke betrekkingen, maar ik zie er ook geen additionele positieve waarde in. Het zou een stap achteruit zijn.''

Volgens Van Gool pikken Polen geen banen in van Nederlanders, zoals gevreesd wordt door vakbond CNV en VVD, CDA en LPF. ,,De Polen doen werk dat Nederlanders niet meer willen doen.'' Een andere hardnekkige mythe, zegt Van Gool, is dat Polen goedkoper zijn. ,,Ze krijgen net zoveel betaald, maar zijn 40 procent productiever dan Nederlanders. Daarom werken onze klanten in Nederland graag met Polen.''

Er is niettemin één gat in de Nederlandse wet als het om grensoverschrijdende arbeid gaat, op het gebied van de detachering. Onder omstandigheden is het mogelijk personen te belonen conform de lonen in het land van herkomst. Op die manier kan buitenlandse arbeid wel goedkoper worden gemaakt. ,,Dat gat moet gewoon dicht'', zegt Van Gool.

Er komt geen vloedgolf aan migranten, maar een vloedgolf aan gepensioneerden, zegt Van Gool. De Oost-Europese jeugd kan volgens hem een belangrijke rol spelen in het afzwakken van de effecten van de vergrijzing in Nederland. De Duitse demograaf Jan Kunz waarschuwde twee jaar geleden voor het instorten van de sociale zekerheid als het Westen zijn grenzen niet openstelt. Als Duitsland in 2050 dezelfde demografische structuur wil hebben als nu, moet het volgens Kunz jaarlijks meer dan 3 miljoen mensen toelaten. En niemand weg laten gaan.

Nederland is niet het enige land dat bang is voor massamigratie. Duitsland heeft al eerder besloten de grenzen dicht te houden. Maar in de praktijk zijn die grenzen gewoon open: Duitsland en Polen hebben bilateraal, buiten de Europese Unie om, afspraken gemaakt over arbeidsmigratie. Met Spanje en Frankrijk zijn soortgelijke afspraken. Met Nederland niet, omdat dat land altijd heeft gezegd dat de grenzen per 1 mei 2004 gewoon opengaan. De Nederlandse regering hakt waarschijnlijk volgende week de knoop door.