Plattenbau

Soms is de sloop van een gebouw reden tot vreugde, soms tot droefenis. In een serie artikelen over bouwwerken die op het punt staan te verdwijnen vandaag het Swammerdam Instituut in Amsterdam.

Als Amsterdammers een jaar of tien geleden werd gevraagd naar het lelijkste gebouw, noemden ze massaal het `Maupoleum', de lange doos aan de Jodenbreestraat. Eigenlijk was dit vreemd, want het inmiddels gesloopte Maupoleum was beslist minder lelijk dan het Swammerdam Instituut in de Eerste Constantijn Huygens. Met zijn betonnen raamwerk had het Maupoleum in ieder geval nog iets monumentaals. Het Swammerdam Instituut heeft niets, helemaal niets.

Dat het Swammerdam Instituut niet altijd tot lelijkste gebouw van de stad werd gekozen, kwam doordat het, anders dan het Maupoleum, niet pal in het centrum staat, maar in het minder druk bezochte stadsdeel Amsterdam Oud-West. Wel stamt het uit dezelfde periode als het Maupoleum, de jaren zestig, de tijd dat stedenbouwkundigen, architecten en bestuurders korte metten wilden maken met de oude, zieke stad.

Zoals het Maupoleum was bedoeld als een gebouw langs de grote snelweg die dwars door het oudste deel van Amsterdam was gepland, zo moest het Swammerdam Instituut de opmaat worden voor de sanering van de Kinkerbuurt, die rond 1900 is ontstaan. Het gebouw van architect Sargentini, dat onderdeel zou worden van een nieuw, groot ziekenhuis dat in de plaats moest komen van het Wilhelmina Gasthuis, was bij zijn voltooiing in 1965 een voorbode van de nieuwe wereld van blokken en knorrende beesten waar bestuurders toen verzot op waren.

Het Swammerdam Instituut is dan ook één grote afwijzing van het oude Amsterdam-West met zijn smalle straten en bakstenen huizen. De kolos volgt niet de rooilijn van de Eerste Constantijn Huygensstraat, maar springt terug, ongetwijfeld ter wille van een bredere straat die er had moeten komen. Het gebouw is ook een sta-in-de-weg: drie dwarsstraten die op de Eerste Constantijn Huygensstraat uitkomen lopen er op stuk. Om het nóg losgezongener van zijn omgeving te maken bevindt de begane grond van het gebouw zich een meter boven straatniveau, alsof het zich verheven voelt boven de rest van de Kinkerbuurt.

Nog tijdens de bouw van het Swammerdam Instituut besloot de gemeente Amsterdam het grote, nieuwe ziekenhuis niet in Amsterdam-Oud-West, maar in de Bijlmermeer neer te zetten. En de sanering van de Kinkerbuurt ging ook niet door, onder meer door verzet van de buurt en een algemene herwaardering voor de oude stad. Zo werd het Swammerdam Instituut een Fremdkörper in de Kinkerbuurt, een eenzame aankondiging van een tijd die nooit is gekomen.

Toch zijn er voorstanders van het behoud van deze historische vergissing. Dat zijn in de eerste plaats de kunstenaars die sinds 2000 hun atelier in het gebouw hebben en hun gebouw nu als een culturele broedplaats beschouwen die de deelgemeente zou moeten koesteren in plaats van slopen. Er zijn ook architecten en architectuurhistorici die het gebouw willen behouden vanwege het historische belang. Ze zien het als een waardevol voorbeeld van het naoorlogse Nieuwe Bouwen en als een schoolvoorbeeld van rationalistische bouwkunst.

DoCoMoMo, de stichting die zich inzet voor behoud en herstel van gebouwen van de moderne beweging, stelde de deelraad Oud-West daarom voor om het Swammerdam Instituut op de monumentenlijst te plaatsen. Maar de deelraad wees dit af en wil de nieuwbouw, die zal bestaan uit drie kleinere bouwvolumes en een herstel van het stratenpatroon, doorzetten. In 2006 moet de nieuwbouw klaar zijn.

De deelraad heeft gelijk. Zeker, het Swammerdam Instituut is een voorbeeld van het Nieuwe Bouwen. Maar dat zegt op zichzelf niets. Zoals er neogotische draken zijn, zo zijn er ook afgrijselijke Nieuwe Bouwen-bouwwerken. Iets rationelers dan de beruchte Plattenbau-flats in de voormalige DDR bestaat er in de architectuur bijvoorbeeld niet, maar alleen nostalgische Ossies houden er nog van.

Het Swammerdam Instituut is eigenlijk een soort Nederlandse Plattenbau. Niet alleen is het op eenzelfde wijze zo door en door gerationaliseerd dat het alleen liefhebbers van monotonie iets te bieden heeft, maar ook heeft het dezelfde armoede-look als de Oost-Duitse Plattenbau. Behalve de kunstenaars die er nu hun atelier hebben en een enkele architectuurhistoricus zullen dan ook weinig Amsterdammers treuren om de sloop van het Swammerdam Instituut.